 |
Pater Jan van Kilsdonk
"Hoe kan ik de mensen nabij zijn?" Dat is de Grote Vraag die Pater van Kilsdonk zijn leven lang heeft begeleid. Hij heeft er echter bezwaar tegen om die vraag aan God te stellen. "De enige manier waarop ik bid, is dat ik 's avonds daar voor dat houten daar kruis sta en de namen noem van hen die mij die dag bezocht hebben. Ik heb daar verder geen theologische gedachten over."
Toch was Van Kilsdonk als lid van de Jezuïetenorde ooit voorbestemd om docent te worden in de theologie en filosofie. Hij zag er vanaf na conflicten in de jaren zestig met de kerk van Rome en met zijn orde: "Ik voelde mij gecensureerd en dit zou mij geen levensvreugde brengen". Toen koos hij met overgave voor zijn andere roeping, die van het pastoraat aan studenten. Niet om ze bekeren: "Ik ben machteloos maar ook afkerig om verkondigend over God te spreken".
Duizenden studenten kende hij bij name en de pater was een vertrouwde figuur in het Amsterdamse studentenleven, te vinden in studentenflats en 's nacht in cafés en discotheken, steevast met een pilsje in de hand. De mensen die hij sprak schreef jij meestal de volgende dag een brief.

De kunstenaar Dennis Coenraad, is een van velen die ooit zo'n brief ontvingen en die nog altijd koestert. Hij besloot een bronzen kop te maken van de pater die hij altijd opzocht als hij het even niet meer wist.
In oktober jongstleden werd het beeld onthuld in de geboorteplaats van de pater, het dorpje Zeeland in Brabant, waar hij in 1917 geboren werd, in een eenvoudig molenaarsgezin.
In de jaren tachtig begeleidde Van Kilsdonk veel aids-patiënten en hun nabestaanden. Ook betekende hij veel voor gelovige jongeren die worstelden met hun homoseksuele geaardheid, door hem uitgelegd als een scheppingsvariant. De homobeweging heeft hem geëerd met verscheidene prijzen.
|
 |
|
 |
|