

|
 |

Een keer in het jaar dans ik met een zwerver |
|
 |
2Open Huis met kerst2
door Lodewijk Dros
3Hans Vervoort (41) zet zijn kinderbakfiets stevig vast. Aan de overkant van de straat laat een prostituee met een 'vrolijk kerstfeest, schat' een klant binnen, voor ze de gordijnen dichtdoet. Vervoort tilt zijn beide kinderen uit de laadbak. 'Deden we vorig jaar ook: afspreken met vrienden, hier in de Dominicus. Heb je thuis geen rommel, je hoeft niet te koken en de kids vermaken zich.'
Halverwege de middag loopt de Amsterdamse Dominicuskerk vol. Gratis koffie, vrijwilligers delen boterhammen en kerstbrood uit, kinderen bananen.
Achterin de prachtig opgeknapte kerk – ooit rooms-katholiek, daarna losgeraakt van de moederkerk en nu oecumenisch – legt een moeder haar dochtertje van drie uit wat er te zien is. Ze wijst naar voren, naar een uitgelichte crucifix. "Die meneer, dat is Jezus, van de stal." Het meisje schudt nee: "dat, hierboven", zegt ze wijzend op een levensgrote stoffen engel, "dat is een Jezusspook".
Op het podium waar de nacht tevoren nog de nachtmis werd geleid, staat nu Coro Cantoro, een Cubaans koor. In het publiek wacht Jaap de Wildt (60). Hij gaat zo dadelijk onder zijn artiestennaam Jaapio een paar gedichten voordragen. Hij is lid van de schrijfclub van dak- en thuislozen Kantlijn.
Kerst is een drukke tijd voor De Wildt – gisteravond een nachtdienst, vanmorgen een kinderkerstspel, de afgelopen week nog eens zes kerstvieringen waarin hij met de 'Straatklinkers', een koor van het straatpastoraat, heeft opgetreden, met eten na. En Jaap heeft nog wat voor de boeg, want hij wil, zegt hij, de tien volmaken, met een kerstdienst van het drugspastoraat. Hij is een godvruchtig man, 'aangeraakt', zegt hij zelf, 'van Saulus Paulus geworden'.
Naast het podium melden vrijwilligers zich bij Floris Overveld. Hij streept hun namen op een lijst aan. Overveld, een dertiger, is met vijftien anderen coördinator van de 36ste aflevering van het Open Huis. "Het is ooit allemaal begonnen met een kerstnachtdienst. Daarna wat lekkers, en dan iedereen weer naar huis. Maar dat betekende voor daklozen dat je ze midden in de nacht de straat op stuurde. Dus mochten ze hier blijven slapen."
Naast Overveld staan tafels in een U-vorm opgesteld, damborden erop en een beroemde simultaanspeler ertussen: Ton Sijbrands. Overvelds collega Caspar van ’t Oever: "Doet hij al tweeëndertig jaar, hier. Ik sprak hem net nog: het is een ingesleten gewoonte voor Sijbrands, eerste kerstdag in de Dominicus. Hij wil niet anders meer."
Op het altaar, onder de crucifix, voor de ijskraam (20 cent per bolletje) en naast de portrettekenaars, staat een vrijwilligster even uit te puffen. Ze is vanmorgen in de keuken begonnen met het maken van de voorafjes van de maaltijd straks, nu wil ze even kijken of een paar vrienden zijn gearriveerd. Ze is 35, doet in het dagelijks leven iets in de consultancy en is blij dat ze vandaag hier is. "Ik hoef geen programma te bedenken voor eerste kerstdag. En niet naar mijn schoonouders." Op haar revers staat haar naam, maar die moeten we maar niet opschrijven, vanwege de familie.
Volgens coördinator Caspar van 't Oever helpen veel van de 150 vrijwilligers graag mee om zulke redenen. Of omdat ze anders met hun ziel onder hun arm de kerst doorbrengen. Sommigen zijn vaste Dominicus-gangers, 'maar voor de helft van de coördinatoren is kerst de enige activiteit waar ze aan meedoen'.
Voor Van 't Oever en de zijnen is de voorbereiding al in de zomer begonnen ('zit je in de zon over de kerst te praten'). Het evenement is uitgegroeid tot iets groots: 2000 bezoekers. En die bestaan niet alleen uit 'de eerste doelgroep, zwervers', zegt Floris Overveld.
Volgens een begeleidster van schrijversclub Kantlijn kunnen haar daklozen 'geen zalm en sushi meer zien', dankzij de goedgeefsheid in de tweede helft van december. Maar zo blasé zijn haar zwervers zeker niet allemaal. Een dakloze werkt, onderuitgezakt in een kerkbank, een paar boterhammen weg. Hij mist één ding: 'Grati 3
|
|
|
|

|
 |