| |
Ze had de brutaliteit van iemand die haar verlegenheid probeert te verbergen, een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel, uitgesproken en eigenzinnige meningen, een scherpe tong en niet in de laatste plaats relativeringsvermogen en gevoel voor humor. Ze was joods, lesbisch en feministe; volgens eigen zeggen ‘een driedubbele handicap’. |
|
Amsterdam vond ze de leukste stad van de wereld. Ze is er geboren, getogen en gestorven. Amsterdam zat in haar genen. Ze studeerde er pedagogiek, werd wetenschappelijk hoofdmedewerker en in 1975 voorzitter van de Universiteitsraad. Toen ze eind jaren zeventig voor de VPRO- televisie als voorzitter optrad in de Grand Gala’s en daarna de PvdA-congressen ging leiden, werd ze al gauw uitgeroepen tot ‘voorzitter van Nederland’. Ze kon geen nee zeggen en van die nood heeft ze een deugd gemaakt. |
| |
Op basis van archiefmateriaal is een portret samengesteld van Annemarie Grewel. Over haar leven was ze nooit erg spraakzaam, maar áls ze het erover had maakte het haar niet uit of dat privé, voor radio of televisie was. Ze vertelde wat ze kwijt wilde en deed er verder het zwijgen toe. Daar staat tegenover dat ze vanuit haar betrokkenheid met de samenleving sterk de behoefte had haar mening te geven over onderwerpen die haar nauw aan het hart lagen: onderwijs, emancipatie, homoseksualiteit, feminisme, racisme, de politiek. En over de Tweede Wereldoorlog die haar voor een belangrijk deel heeft gevormd en waarin de basis werd gelegd voor haar strijd tegen discriminatie - in haar ogen het grootste kwaad in de wereld. Vanaf het moment dat ze wist dat ze kanker had sprak ze vaak en ongegeneerd over het leven met kanker en haar onvermijdelijke dood. |
|