OVER FACTOR
Factor is een wekelijkse zoektocht achter het nieuws. Steeds wordt
nieuws ontleed of laat Factor zien dat een ogenschijnlijk kleine
gebeurtenis een grote som in het nieuws kan worden. Inhoudelijk
legt Factor de nadruk op de beeldvorming met betrekking tot mensen
in achterstandsituaties. Geregeld komen onderwerpen aan bod die
buiten het blikveld van de westerse samenleving vallen.
Datum: 15-10-2003 Naam: jos aalders Email: partijrechtenkind@chello.nl
HIER NOG EEN MUUR VAN ONBEGRIP! Sinds 1970 zijn er zo'n 30.000 Vlaamse vrouwen bevallen van een kind in een Noord-Frans ziekenhuis. Belgische nonnen bezorgden de kinderen vervolgens een illegale adoptie. De Katholieke Kerk maakt zich daarom schuldig aan kinderhandel. Dat is de stelling van victimologe en gerechtsdeskundige Carine Hutsebaut in haar nieuwe boek 'Kleine zondaars. Kerk en kinderhandel'. In De Ochtenden had Tijs van den Brink een gesprek met Hutsebaut. Aan het woord komt ook Sylvie Nollet, die werd geadopteerd door een Frans echtpaar, en op zoek ging naar haar moeder. Zij bemiddelt tussen de Franse overheid en stichtingen die zich inzetten voor mensen die ooit geadopteerd werden en nu op zoek zijn naar hun echte ouders.brSylvie Nollet werd ‘geboren onder x’, volledig anoniem. Haar ouders konden niet voor haar zorgen. Ze kwam terecht in een adotiegezin. Toen ze later op zoek ging naar haar ouders, wist ze uiteindelijk haar vader op te sporen, een politicus in België. Maar ook hij vertelde haar niet wie haar moeder was. br brMogelijk is Sylvies moeder bevallen in een van de Franse klinieken waar zij anoniem kon bevallen. De goedmenende nonnen deden hun uiterste best om de band tussen de moeders en de kinderen voorgoed te verbreken. ‘Vanaf dat ze binnenkwamen, kregen de vrouwen een andere naam zodat het leggen van contacten, het opsporen werd bemoeilijkt’, aldus Sylvie. br brDe baby’s kregen drie namen waarin een verwijzing naar de familienaam geheel ontbrak. Zelfs de geboortedata zijn bewust veranderd zodat het haast onmogelijk is om als moeder en kind elkaar weer op te sporen. De kinderen werden in de meeste gevallen verkocht. Aan de hoogste bieder.brHutsebaut is geschokt, vooral omdat deze dingen gebeurden in naam van de kerk. ‘Dat is het paradoxale: de kerk verspreidt permanent leugens. Er moet een gerechtelijk onderzoek komen.’ Waarom dat onderzoek er nog niet is geweest? Het is de kerk hè, dat durft men niet’ zegt Hutsebaut.br brOok in Nederland hebben vrouwen op deze manier anoniem hun kind ter wereld gebracht. Roos van Alten van Stichting Afstandsmoeders schat het aantal op 25.000 vrouwen sinds de adoptiewetgeving. Deze vrouwen hebben hun kind meestal tegen hun zin afgestaan. En het gebeurt nog steeds: zo’n 60 à 70 vrouwen per jaar, aldus Van Alten. br brKleine zondaars - Kerk en kinderhandel, Carine HutsebautbrUitg. Houtekiet, ISBN: 9052406626, 214 pagina's, 16,95 br brSylvie Nollet was jarenlang bestuurder van een Franse stichting voor adoptiekinderen die op zoek zijn naar hun moeder of ouders. Momenteel woont ze in Waregem (België) en werkt ze met Carine Hutsebaut aan een DNA-bank die moeders en adoptiekinderen in staat moet stellen elkaar gemakkelijker te vinden. Sylvie Nollet is daarnaast coördinatrice inzake adoptiezaken voor de Franse regionale overheid van het Département du Nord, de regio waar de meeste Vlaamse (en misschien ook Nederlandse) vrouwen anoniem bevielen van hun kinderen. Zij is te bereiken op het volgende e-mailadres: sylvie.nollet@tiscali.bebr brHiernaast kunt u artikelen lezen die de Belgische krant Het Laatste Nieuws publiceerde naar aanleiding van het boek. Met toestemming van Het Laatste Nieuws overgenomen br brbrEerste antwoord Vorige 2-5 van 6 Volgende Laatste antwoord Antwoorden verwijderen br brAntwoordbr Aanbevelen Verwijderen Bericht 2 van 6 in discussie br brVan: Partijrechtenkind1 Verzonden: 12-10-2003 9:35 br'Geen glimp heb ik van mijn zoon mogen zien'brKerk en kinderhandel Alweer getuigenis: zusters pakten ook baby van Georgette Diegenant (58) afbrbr GISTEL «35 jaar heb ik gezwegen, 35 jaar heb ik alles opgekropt. Maar toen ik in de krant las hoe de zusters van Kindsheid Jesu ook baby's van andere ongehuwde moeders tegen hun wil hebben afgepakt, moest ik mijn geheim kwijt», zegt Georgette Diegenant (58). «In 1969 ben ik bij de nonnen bevallen. Ze hebben het kind onmiddellijk van me afgenomen. Tegen mijn wil. Ik heb er zelfs geen glimp van opvangen. Pas twintig jaar later kwam ik er achter dat ik een zoon op de wereld had gezet. Maar nooit heb ik hem gezien. Je zou denken dat de pijn en het gemis verdwijnen met de jaren. Maar alle dagen denk ik nog aan hem.»br«Ik ben opgegroeid in een weeshuis in Gent», vertelt Georgette. «In 1968 stond ik er alleen voor. Ik was 21. Bij de familie V.M. in Gent kon ik een dakkamertje huren. Ze waren heel vriendelijk voor me. De man zag ik niet zoveel, hij werkte als fabrieksbaas in Congo. Al snel vond ik een job als poetsvrouw en verhuisde ik naar een appartement naast het huis van de familie. Mevrouw stierf intussen en het contact verwaterde omdat mijnheer in Congo was.» br br«Op 15 augustus '68 stond hij plots voor mijn deur met een doos koekjes. Hij zei hoe erg hij het vond om als weduwnaar alleen in dat grote huis te wonen. We hebben gezellig gebabbeld over Congo. Dan begon hij handtastelijk te worden. Ik weerde hem af. Hij was al 60, zijn vrouw was als een moeder voor mij geweest. Hij vroeg me dan op de man af of ik met hem wou vrijen. «Ik ga u niets doen», verzekerde hij. Uiteindelijk stemde ik toe. Hij was toch goed geweest voor mij. Een naïef kieken was ik. Ik moest mij niet eens uitkleden, geen twee minuten heeft het geduurd. Ik panikeerde. 'Ga ik niet zwanger worden?' Hij stelde me gerust: 'Ik ben heel voorzichtig geweest.' Drie weken later was ik tien dagen over tijd. Ten einde raad klopte ik aan bij een bevriende gynaecoloog. Ik was zwanger. Ik biechtte hem alles op. 'Ik ga voor u zorgen', beloofde hij me. 'Je gaat enkele maanden uit het straatbeeld verdwijnen. Niemand zal iets merken.'» brbrBABYSOKJES BREIEN br«Enkele dagen later stonden twee nonnen bij mij aan de deur. Ze namen me mee naar een rusthuis van de zusters van Kindsheid Jesu in Assenede. Ruim een half jaar zat ik opgesloten op mijn kamertje. Ik moest de hele dag babysokjes breien. Op 3 mei '69 brak mijn water. Ik gilde het uit van de pijn. 'Schreeuw niet zo', beten de nonnen me toe. 'Je maakt de hele gang wakker.' De hele bevalling durfde ik mijn mond niet meer opendoen», zegt Georgette met een krop in de keel. «Ik heb mijn kind nooit gezien. Ik wist zelfs niet of het een jongen of een meisje was. Hoe hard ik ook aandrong, de nonnen waren onverbiddelijk. 'Je kind zal je later dankbaar zijn. Nu krijgt je baby een vader en een moeder. Jij kunt dat niet geven.' Dan werd me een papier onder de neus geduwd dat ik moest tekenen. Ik was er helemaal ingetuind. De gynaecoloog, de nonnen, allemaal hadden ze beloofd dat ze voor me zouden zorgen. Nooit werd er met één woord gerept dat ik mijn kind zou afstaan.» brbrEEN ZOON brVier jaar later trouwde Georgette, ze kreeg nog twee kinderen. br«Toch heeft mijn eerste kind me nooit losgelaten. Pas in '93 kreeg ik te horen dat ik een zoon had. Hij was geadopteerd door een gezin uit Leuven, hij is nu burgerlijk ingenieur. Ik vond zijn adres. Op een dag ben ik met de trein naar Leuven getrokken. Daar heb ik zijn huis gezien. Mijn tweede zoon belde zelfs aan, zogezegd om de weg te vragen. Hij deed open. Ik stond een straat verder achter een hoekje. Ik durfde zelf niet aan te bellen. Ik heb hem toen niet eens gezien. Nog wat later raapte ik mijn moed bijeen en heb ik wel gebeld. Mijn zoon nam op. 'Hallo?' Maar ik kreeg niets over mijn lippen. 'Ik ben zo blij dat ik je eens gehoord heb', was het enige dat ik kon zeggen. Daarna heb ik ingehaakt. Dat is de enige keer dat ik mijn zoon heb gehoord... Ik hoop dat hij me ooit opzoekt. Ik wil dat hij de waarheid hoort uit mijn mond.» brbrBron: Het Laatse Nieuws, 2 oktober 2003brDoor Peter GORLÉ br br br brbrAntwoordbr Aanbevelen Verwijderen Bericht 3 van 6 in discussie br brVan: Partijrechtenkind1 Verzonden: 12-10-2003 9:37 br'Mijn vader was senator. Maar wie is mijn moeder?'brbrbr WAREGEM Sylvie Nollet (38) voert al jaren een kruistocht tegen het wrede systeem dat jonge, ongehuwde moeders dwong hun «hinderlijke» kinderen bij de geboorte af te staan. Een tijdje geleden kwam ze in contact met de Vlaamse victimologe Carine Hutsebaut. Hutsebaut werd zo geraakt door het verhaal van Sylvie dat ze zich in het onderwerp vastbeet. De victimologe luisterde naar de verhalen van moeders en kinderen en tekende alles op. Dat leidde tot het ophefmakende boek «Kleine zondaars. Kerk en kinderhandel». Nu getuigt de vrouw die de aanleiding was voor het boek zélf over haar lijdensweg. Als pasgeboren baby werd Sylvie Nollet in november 1964 weggehaald bij haar moeder. Een ziekenhuis in Rijsel stond haar af voor adoptie aan een echtpaar uit Noord-Frankrijk. Wie haar echte moeder is, weet Sylvie niet. Pas twee jaar geleden ontdekte ze dat haar vader een vooraanstaand katholiek, Belgisch senator was. De identiteit van haar moeder heeft de man nooit willen prijsgeven.brPeter GORLEbr br«Ik kwam er heel snel achter dat ik een adoptiefkind was», vertelt Sylvie. «Toen ik vier was, zat ik met mijn adoptiemoeder in de auto op weg naar school. We reden door de velden en de akkers. Komen kindjes ook uit de grond?, vroeg ik. Ze heeft er toen niet onmiddellijk op geantwoord. ’s Avonds gaf ze me een kinderboek met tekeningen: ‘ Waar komen de kindjes vandaan?’ Toen ik het bekeken had, vertelde mijn adoptiemoeder dat ze geen kinderen kon krijgen en dat ik uit de buik van een andere mama kwam. Dat was mijn verhaal. Pas jaren later ben ik actief beginnen speuren naar mijn moeder. Ik was toen al 25. De zoektocht bleek niet mee te vallen. Ik heb niet eens een geboorteakte. Mijn enig aanknopingspunt was de hoogbejaarde directrice van het ziekenhuis in Rijsel waar mijn adoptieouders me zijn komen halen. Ze wist me te vertellen dat ik Vlaamse roots had. Meer kon of wou ze niet zeggen. Diezelfde dag kocht ik een Assimil-boekje Nederlands en leerde ik op eigen houtje Nederlands. Dat ging erg vlot. Soms denk ik dat de Nederlandse taal in mijn genen zit.»br brOOGAPPEL br«Twee jaar geleden ontdekte ik wie mijn vader was. Het was mijn oom, PSC-senator Jean Debucqouy. Hij was van Vlaamse afkomst, maar als rabiate Vlamingenhater zetelde hij zijn hele carrière voor de Franstalige PSC in de Kamer en de Senaat. Al die jaren had ik die man gekend, zonder ooit te vermoeden dat hij mijn vader was. Hij had een groot, sjiek huis. Van kleinsaf aan mocht ik elke vakantie bij mijn oom doorbrengen. Als kind besefte ik niet dat hij me voortrok ten opzichte van zijn eigen kinderen. Ik was het enige nichtje dat er regelmatig over de vloer kwam en die mee op vakantie mocht. Ik was zijn oogappel, hij volgde mijn studieresultaten op de voet. Voor mij was hij de vriendelijkheid zelve, terwijl hij mijn nichtjes altijd uitkafferde. Twee jaar geleden mijn oom was toen al de tachtig voorbij vroeg hij al zijn kinderen mee op vakantie naar de Champagnestreek. Ook ik mocht mee. Mijn nichtjes vroegen zich allemaal af waarom ik er bij was. Eén voor één overhandigde hij al zijn kinderen een dure fles champagne. Ik kreeg er ook één. Toen gingen mijn ogen open. Daarom was hij al die jaren zo innemend. Ik vroeg één van mijn nichtjes om een staaltje haren. De DNA-test wees uit dat ons genetisch materiaal voor 80% hetzelfde was. Er was geen twijfel mogelijk: Jean Debucquoy was mijn vader.»br brGEHEIM br«Eén keer hebben we erover gepraat. Jean Debucquoy erkende dat ik zijn dochter was. Over mijn moeder hield hij de lippen stijf op elkaar. Eén ding heeft hij over haar gezegd: ‘ Ze heeft Brussel niet verlaten om van jou te bevallen.’ Vorig jaar is hij gestorven. Ik ben hem nog gaan bezoeken. Maar zelfs op zijn sterfbed wou hij niet zeggen wie mijn moeder was. Mijn vader heeft zijn geheim meegenomen in het graf. Ik heb er het raden naar wat er gebeurd is. Na twee jaar onderzoek ben ik er achter gekomen dat mijn vader regelmatig een scheve schaats reed. Hij was een knap, rijk en machtig man. In de periode dat ik geboren werd, had hij affaires met minstens drie vrouwen: met een vrouw uit Ukkel die intussen overleden is, met een Dorothée die in de jaren ’60 een restaurant had in de Brusselse Karthuizerstraat en met een non uit Waterloo. Of één van hen ook mijn moeder is, weet ik niet. Ik begrijp dat hij als vooraanstaande, katholieke politicus zijn overspelig kind moest laten verdwijnen. Het was uit den boze dat zou uitlekken dat hij zijn vrouw bedroog. Als ik mijn vader mag geloven, ben ik in Brussel geboren. Toch was ik maar enkele dagen oud toen mijn Franse adoptieouders werden opgebeld door een ziekenhuis in Rijsel. Er was een kindje voor hen. Ze konden het meteen meenemen. Of mijn moeder verplicht werd om me af te staan, of dat ze dat uit eigen wil deed, weet ik niet. Mijn vader had alles mooi uitgekiend. Mijn Franse adoptievader was een neef van hem die geen kinderen kon krijgen. Op die manier kon mijn vader me volgen zonder argwaan te wekken. Niemand wist ervan. Zelfs zijn bloedeigen neef niet.»br brEEN MILJOEN br«Intussen ben ik al dertien jaar aan het zoeken naar mijn moeder. Al mijn vakantiegeld heb ik in mijn zoektocht geïnvesteerd: meer dan een miljoen Belgische frank. Toch ben ik nog geen stap dichter bij mijn moeder. Ik kan alleen maar hopen dat het boek van Carine Hutsebaut en mijn getuigenis mijn moeder ter ore zullen komen. Ik vind dat elk kind het recht heeft om zijn moeder te kennen.»br brPeter GORLEbr br«Ik kwam er heel snel achter dat ik een adoptiefkind was», vertelt Sylvie. «Toen ik vier was, zat ik met mijn adoptiemoeder in de auto op weg naar school. We reden door de velden en de akkers. Komen kindjes ook uit de grond?, vroeg ik. Ze heeft er toen niet onmiddellijk op geantwoord. ’s Avonds gaf ze me een kinderboek met tekeningen: ‘ Waar komen de kindjes vandaan?’ Toen ik het bekeken had, vertelde mijn adoptiemoeder dat ze geen kinderen kon krijgen en dat ik uit de buik van een andere mama kwam. Dat was mijn verhaal. Pas jaren later ben ik actief beginnen speuren naar mijn moeder. Ik was toen al 25. De zoektocht bleek niet mee te vallen. Ik heb niet eens een geboorteakte. Mijn enig aanknopingspunt was de hoogbejaarde directrice van het ziekenhuis in Rijsel waar mijn adoptieouders me zijn komen halen. Ze wist me te vertellen dat ik Vlaamse roots had. Meer kon of wou ze niet zeggen. Diezelfde dag kocht ik een Assimil-boekje Nederlands en leerde ik op eigen houtje Nederlands. Dat ging erg vlot. Soms denk ik dat de Nederlandse taal in mijn genen zit.»br brOOGAPPEL br«Twee jaar geleden ontdekte ik wie mijn vader was. Het was mijn oom, PSC-senator Jean Debucqouy. Hij was van Vlaamse afkomst, maar als rabiate Vlamingenhater zetelde hij zijn hele carrière voor de Franstalige PSC in de Kamer en de Senaat. Al die jaren had ik die man gekend, zonder ooit te vermoeden dat hij mijn vader was. Hij had een groot, sjiek huis. Van kleinsaf aan mocht ik elke vakantie bij mijn oom doorbrengen. Als kind besefte ik niet dat hij me voortrok ten opzichte van zijn eigen kinderen. Ik was het enige nichtje dat er regelmatig over de vloer kwam en die mee op vakantie mocht. Ik was zijn oogappel, hij volgde mijn studieresultaten op de voet. Voor mij was hij de vriendelijkheid zelve, terwijl hij mijn nichtjes altijd uitkafferde. Twee jaar geleden mijn oom was toen al de tachtig voorbij vroeg hij al zijn kinderen mee op vakantie naar de Champagnestreek. Ook ik mocht mee. Mijn nichtjes vroegen zich allemaal af waarom ik er bij was. Eén voor één overhandigde hij al zijn kinderen een dure fles champagne. Ik kreeg er ook één. Toen gingen mijn ogen open. Daarom was hij al die jaren zo innemend. Ik vroeg één van mijn nichtjes om een staaltje haren. De DNA-test wees uit dat ons genetisch materiaal voor 80% hetzelfde was. Er was geen twijfel mogelijk: Jean Debucquoy was mijn vader.»br brGEHEIM br«Eén keer hebben we erover gepraat. Jean Debucquoy erkende dat ik zijn dochter was. Over mijn moeder hield hij de lippen stijf op elkaar. Eén ding heeft hij over haar gezegd: ‘ Ze heeft Brussel niet verlaten om van jou te bevallen.’ Vorig jaar is hij gestorven. Ik ben hem nog gaan bezoeken. Maar zelfs op zijn sterfbed wou hij niet zeggen wie mijn moeder was. Mijn vader heeft zijn geheim meegenomen in het graf. Ik heb er het raden naar wat er gebeurd is. Na twee jaar onderzoek ben ik er achter gekomen dat mijn vader regelmatig een scheve schaats reed. Hij was een knap, rijk en machtig man. In de periode dat ik geboren werd, had hij affaires met minstens drie vrouwen: met een vrouw uit Ukkel die intussen overleden is, met een Dorothée die in de jaren ’60 een restaurant had in de Brusselse Karthuizerstraat en met een non uit Waterloo. Of één van hen ook mijn moeder is, weet ik niet. Ik begrijp dat hij als vooraanstaande, katholieke politicus zijn overspelig kind moest laten verdwijnen. Het was uit den boze dat zou uitlekken dat hij zijn vrouw bedroog. Als ik mijn vader mag geloven, ben ik in Brussel geboren. Toch was ik maar enkele dagen oud toen mijn Franse adoptieouders werden opgebeld door een ziekenhuis in Rijsel. Er was een kindje voor hen. Ze konden het meteen meenemen. Of mijn moeder verplicht werd om me af te staan, of dat ze dat uit eigen wil deed, weet ik niet. Mijn vader had alles mooi uitgekiend. Mijn Franse adoptievader was een neef van hem die geen kinderen kon krijgen. Op die manier kon mijn vader me volgen zonder argwaan te wekken. Niemand wist ervan. Zelfs zijn bloedeigen neef niet.»br brEEN MILJOEN br«Intussen ben ik al dertien jaar aan het zoeken naar mijn moeder. Al mijn vakantiegeld heb ik in mijn zoektocht geïnvesteerd: meer dan een miljoen Belgische frank. Toch ben ik nog geen stap dichter bij mijn moeder. Ik kan alleen maar hopen dat het boek van Carine Hutsebaut en mijn getuigenis mijn moeder ter ore zullen komen. Ik vind dat elk kind het recht heeft om zijn moeder te kennen.»br brBron: Het Laatste Nieuws, 3 oktober 2003brDoor Peter GORLE br br br brbrAntwoordbr Aanbevelen Verwijderen Bericht 4 van 6 in discussie br brVan: Partijrechtenkind1 Verzonden: 12-10-2003 9:38 br'Nonnen hebben mijn baby gestolen'brCarine Hutsebaut tekent schrijnend verhaal op en beschuldigt katholieke kerk van kinderhandelbrbr Brussel Hilde werd als jonge vrouw verkracht door een priester. Ze was zwanger. Om het schandaal toe te dekken werd de 22-jarige vrouw ondergebracht bij zusters in Lommel. Vlak voor de bevalling reden de nonnen haar naar een ziekenhuis in het noorden van Frankrijk. Hilde beviel er van een zoon, maar kreeg die nooit te zien. De zusters hadden de baby afgestaan voor adoptie. Pas 26 jaar later slaagde Hilde erin haar zoon terug te vinden. De Vlaamse victimologe Carine Hutsebaut heeft haar schrijnende verhaal opgetekend in het boek ‘ Kleine zondaars, Kerk en kinderhandel’. In een striemende aanklacht beschuldigt ze de katholieke kerk van medeplichtigheid aan kinderhandel.brHilde studeerde begin jaren zeventig voor verpleegster in Lovenjoel, bij Leuven. Op haar 22ste werd ze zo goed als uitgehuwelijkt aan een plaatselijk politicus van 40 met een voorliefde voor kleine jongetjes. Het huwelijk hield maar enkele maanden stand. Na haar scheiding was Hilde nog maagd. De aalmoezenier van de instelling waar Hilde aan de slag was, ontfermde zich over haar. Hij bezorgde de jonge vrouw een onderkomen en was haar steun en toeverlaat. Tot hij haar op een dag verkrachtte. En Hilde zwanger werd. Om het schandaal toe te dekken bracht de aalmoezenier het meisje in samenspraak met haar ouders onder bij de zusters van de Congregatie Kindsheid Jesu in Lommel. Daar leefde Hilde maandenlang op een zolder met andere zwangere vrouwen, afgezonderd van de buitenwereld. Vlak voor de bevalling duwden twee nonnen haar in een auto voor een helse tocht van 300 kilometer naar een ziekenhuis in het Noord-Franse Malo-les-Bains. «Ik herinner mij dat ik wakker werd op een kamer met allemaal vrouwen», zegt Hilde. «Die hadden hun baby bij zich. Ik vroeg naar mijn baby, maar die was er niet. Mijn kind was gestolen.»br26 jaar duurde de zoektocht van Hilde naar haar zoon Peter. Er was geen enkel spoor. Haar naam was op geen enkele Franse geboorteakte terug te vinden. Pas na veel omzwervingen kon ze Peter opsporen. Dankzij de hulp van Carine Hutsebaut slaagde ze erin contact te leggen met Peter. Al ging dat niet zonder slag of stoot. De adoptiemoeder van Peter stond niet te trappelen om mee te werken. «Je moet ons met rust laten», kreeg Hilde te horen. «Ik heb geen drie miljoen frank betaald om lastiggevallen te worden.»br brZWIJGGELD brHet speurwerk van Hilde en Carine bracht aan het licht wat er gebeurd was. «In het noorden van Frankrijk hebben we tientallen brieven gevonden waarin moeders hun baby anoniem afstaan», zegt Carine Hutsebaut. «Alle brieven zijn ondertekend met X. Het merkwaardige is dat alle brieven in hetzelfde handschrift zijn opgesteld. De zusters uit Lommel deinsden er niet voor terug om documenten waarin de moeders hun kind afstonden te vervalsen. We vonden ook overschrijvingen van de aalmoezenier aan de zusters in Lommel. Het ging om bedragen van 8.000 tot 65.000 frank, steeds met de mededeling ‘ Voor Hilde’. Zwijggeld dus.»brVolgens Carine Hutsebaut zijn sinds 1950 zo’n 30.000 Vlaamse vrouwen in het noorden van Frankrijk anoniem bevallen. «In ons land kan dat niet. Daarom trekken Belgische zwangere vrouwen naar ziekenhuizen in Noord-Frankrijk. Vandaag gebeuren elke maand vijf anonieme bevallingen in het ziekenhuis van Roubaix.» Volgens Hutsebaut hebben lang niet alle Vlaamse vrouwen hun kind vrijwillig afgestaan: «Goedmenende nonnen beroofden jonge moeders tegen hun wil van hun baby om het kind een nieuwe thuis te bezorgen via adoptie. Soms verdienden de zusters daar een aardige cent mee. De Congregatie Kindsheid Jesu ligt aan de basis van een georganiseerde handel in baby’s. Zij haalde de vrouwen, bracht ze onder op een zolder in Lommel, organiseerde de transporten naar Frankrijk, regelde de adopties en incasseerde het geld.br brn.a.v. Kleine zondaars. Kerk en kinderhandel. 213 blz. 15,95 eurobr brBron: Het Laatste Nieuws, 30 september 2003brDoor Peter GORLÉ br brbrAntwoordbr Aanbevelen Verwijderen Bericht 5 van 6 in discussie br brVan: Partijrechtenkind1 Verzonden: 12-10-2003 9:38 br'Zusters hebben ook mijn baby zomaar afgepakt'brBoek over Kerk en Kinderhandel lokt reacties uitbrbr BRUSSEL «Eén keer heb ik mijn baby vastgepakt. Eén keer heb ik hem horen schreeuwen. Daarna heb ik hem nooit meer teruggezien.» Dat vertelt de Limburgse Anita (47). Op haar zeventiende werd ze plots zwanger. «Er was geen sprake van dat ik mijn baby mocht houden. Ongehuwde moeders waren in een Limburgs provinciestadje in de jaren ’70 taboe.» Onder zachte dwang van haar ouders ging de jonge vrouw naar de zusters van Kindsheid Jesu in Lommel. Die brachten haar naar een ziekenhuis in Frankrijk waar ze anoniem kon bevallen en haar kind kon afstaan. «Diep in mijn hart blijf ik de hoop koesteren mijn zoon ooit terug te zien. Er gaat geen dag voorbij of ik vraag me af hoe het met hem zou gaan.»br«Mijn zwangerschap op mijn zeventiende was een ongelukje», vertelt Anita. «Eén keer hebben we toen gevreeën en ik was zwanger. Voor ik dat goed en wel besefte was het al uit met mijn toenmalig vriendje. Ik heb hem nooit meer teruggezien.» Anita werd onder zware druk gezet om haar kind weg te geven. «Er was geen sprake van dat ik de baby mocht houden. Mijn ouders vreesden dat ik de schande van het dorp zou worden. Ook mijn nieuwe vriend eiste dat ik het kind zou weggeven. Anders zou er van een huwelijk niets in huis komen. Mijn ouders lieten me eigenlijk geen keuze. «Zo’n goede man vindt je nooit meer», zeiden ze. En dus ging ik naar de zusters van Kindsheid Jesu in Lommel. Zij wisten wel raad.»brMOEDERZIEL ALLEEN br«Aan mijn verblijf in Lommel bewaar ik goede herinneringen. De gruwelijke zolder waarover het boek van Carine Hutsebaut spreekt, was eigenlijk gewoon de bovenste verdieping van het kloostergebouw. We hadden daar kleine, maar keurige chambretten onder het dak. De nachtmerrie begon pas de dag van de bevalling, 4 juli 1973. ’s Morgens vroeg werd ik door twee nonnen in een auto geduwd voor een lange tocht naar een ziekenhuis in Malo-les-Bains, vlakbij Duinkerken in Frankrijk. Daar werd ik moederziel alleen achtergelaten. Ik sprak geen woord Frans en voelde me aan mijn lot overgelaten. Ik moest allerlei papieren tekenen waar ik niets van begreep. Bovendien verliep ook de bevalling erg moeilijk.»brEERSTE SCHREEUW br«Ik herinner me de eerste schreeuw van de baby nog levendig. Even heb ik het jongetje op mijn buik kunnen leggen. Tot een vroedvrouw de zaal binnenstormde en het kind zonder boe of bah van me afpakte. Blijkbaar mocht ik de baby niet eens zien. Gelukkig wist de verpleegster dat niet. Zo heb ik mijn zoontje toch nog even kunnen vastpakken en weet ik dat het 51 centimeter was en 3.800 gram woog. Nog altijd zie ik zijn pikzwarte haartjes voor me.»brDe beelden van haar eerste zoontje zouden Anita nooit meer loslaten. «Mijn hele leven is erdoor getekend. Mijn eerste man bleef me verwijten dat ik een kind had gekregen voor ik met hem trouwde. Hij schold me uit voor hoer. Na zestien jaar zijn we gescheiden. Maar ook nu, dertig jaar later, blijft de herinnering aan mijn eerste kindje me achtervolgen. Elk jaar komt alles weer boven op 4 juli. Ik ga dan een kaarsje branden en vraag me af wat er van hem is geworden. Zou hij gestudeerd hebben? Is hij getrouwd? Heeft hij kinderen? Bij de zusters in Lommel zijn alle sporen van mijn verblijf uitgewist. Of de zusters geld hebben gekregen van de adoptieouders van mijn kind, weet ik niet.» br brBron: Het Laatste Nieuws, 1 oktober 2003brPeter GORLÉ br br
Ik ben op zoek naar het juiste e-mailadres van SYLVIA NOLLET. Het adres in het artikel "Hier nog een muur van onbegrip", is niet meer bestaande. Indien mogelijk, kan je me dan ook eventueel het adres van de auteur CARINE HUTESEBAUT doorsturen?
een vergelijkbare rechtszaak hierover nu in Argentinie http://www.ipsnews.net/news.asp?idnews=32115
ARGENTINA: Allegations of Illegal Adoptions Implicate Church Marcela Valente
BUENOS AIRES, Feb 10 (IPS) - María Jerez remembers her first daughter, who would be 17 today. She says that when the baby was born, she gave her to Catholic nuns in the northern Argentine province of Santiago del Estero in exchange for a promise of a house.
The local bishop's office flatly rejects such allegations.
"The nuns told me they would find parents for her. Many girls have given up their babies. My sister has given them around five children," she said matter-of-factly.
Jerez is just one of eight poor women who allege that their babies or small children were taken from them in procedures marred by irregularities in the town of Añatuya in the province of Santiago del Estero, according to a lawsuit that implicates members of the order of the Daughters of Charity of St. Vincent de Paul and the office of the local Roman Catholic bishop.
Like the other women who appeared on a TV programme broadcast this week, Jerez looked impassive. She did not explain why she agreed to give up her daughter, merely commenting that she never tried to get her back because she found a new partner and went on to have other children.
In a telephone conversation with IPS, the vicar general of the bishop of Añatuya, Hernán González Cazón, described the women's testimony as "dirty slander." He also said the idea that the bishop's office was providing cover for a system of illegal adoptions was "false and unfair."
González Cazón, who has worked in the diocese for 20 years, only had words of praise for the work of the nuns in local homes for senior citizens and children, and in the hospital. "I hope there is an in-depth investigation into these claims, because we feel very hurt and distressed about this whole thing," said the priest.
Santiago del Estero is one of the poorest provinces in Argentina. Sixty percent of the population lives below the poverty line, compared to less than 40 percent nationwide. The poverty rate is especially high in rural areas, where a number of cases of child malnutrition have been reported.
Añatuya, a town of 25,000, only has one hospital, which lacks an intensive care unit and does not even have a permanent anesthesiologist.
Santiago del Estero has experienced intense political upheaval over the past two years. In 2004, the national government assumed direct rule of the province, dismantling a corruption-riddled family-based regime led by rightwing former governor Carlos Juárez and his wife Nina Aragonés, which ruled the province for nearly 50 years. The Catholic Church frequently clashed with the Juárez clan.
The reports of illegal adoptions dealt another blow to local Catholic authorities, who have already been hit hard by scandals involving several priests.
Early this month, Bishop of Añatuya Adolfo Uriona was arrested after a 24-year-old woman accused him of sexual abuse.
Uriona, who is known for his progressive policies and works closely with local social organisations, has received strong backing from national Catholic Church leaders, who see the accusation as part of a smear campaign against him.
And last year, Juan Carlos Maccarone stepped down as bishop of Santiago del Estero after a video was broadcast showing him engaging in "intimate relations" with a 23-year-old chauffeur.
The young man said he made the video to get back at Maccarone for failing to help his family. The former bishop, whose progressive positions often irritated local authorities and the local elite, worked hard on behalf of the poor and was an opponent of the Juárez regime.
The latest denunciation, of a supposed illegal adoption racket, was brought to court by Fundación Adoptar, a non-governmental child advocacy organisation from the neighbouring province of Tucumán.
Julio Ruiz, the head of Fundacíon Adoptar, told IPS that his organisation had received "countless denunciations from Añatuya."
A local journalist and a local human rights activist charged that trafficking of small children has been going on in the province for 40 years.
Last year, the provincial high court ordered an investigation of the local civil law courts in Añatuya because of the unusually large number of adoptions in the district.
"I understand that the number looks high, because cases in which a family member takes in a child abandoned by its parents are also classified as ‘adoptions'," said Vicar General González Cazón.
But the provincial high court apparently suspects that something else is going on under that guise.
Luis Santucho, an activist with the Argentine League for the Rights of Man, said the cases of adoption in which irregularities have been committed could total as many as 25,000 during the decades in which the Juárez family ruled the province as a personal fiefdom.
Journalist Aldo Managua of Añatuya maintained that the cases of illegal adoption that have never been reported run into the thousands.
He also said that his investigations into the matter had brought him death threats, and that two weeks ago he was beaten up by unidentified thugs.
The legal action filed by the Fundación Adoptar focuses on Bishop Antonio Baseotto, who served in Añatuya from 1978 to 2004 in various posts until he was appointed military bishop by the Vatican.
However, the bishop was removed from that position last year by President Néstor Kirchner after he quipped that Health Minister Ginés González García should be "thrown into the sea headfirst with a large millstone around his neck." The bishop's outburst was triggered by the minister's position in favour of decriminalising abortion and promoting sex education in schools.
One of the cases reported by the Fundación Adoptar which touches most closely on Baseotto is based on testimony from his former driver, Bernardo Jara, who worked for the bishop's office for 30 years and confessed that he registered a newborn baby girl as his own daughter 22 years ago. He said Baseotto knew about the illegal adoption.
For her part, Jerez said the daughter she gave up is in Buenos Aires "with Baseotto's sister," as she was told by the nuns.
But Vicar General González Cazón told IPS that the supposed links between illegal adoptions and Baseotto are "far-fetched."
Ruiz, the head of Fundación Adoptar, said that according to the information gathered, "the organisation had a well-established structure and infrastructure and could not possibly have operated without the bishop's office having known about it."
The activist said he found out that there was a home for pregnant teenagers next to the hospital in Añatuya. There, he said, the Daughters of Charity of St. Vincent de Paul "convince the girls to give up their babies in exchange for home appliances and other goods."
"We had never heard of anything so appalling," he said. "For each baby the women had, they got a wall built (in their new house), or they were given a washing machine or refrigerator."
But in González Cazón's view, Ruiz is unfamiliar with the province, underestimates local residents, and reaches mistaken and unfair judgments on the community service work carried out in the province for decades by the nuns.
Fundación Adoptar reportedly learned about the cases accidentally, through a mix-up in the free national hot-line that receives reports of child abuse, which is run by different social organisations in the provinces.
The Fundación operates the hot-line in the province of Tucumán. Although Añatuya is in Santiago del Estero, and the calls should have been attended there, they were put through instead to the Fundación over the past year and a half.
The members of the Fundación thus visited Añatuya and collected testimony from several women. In October the group brought a lawsuit before a federal court, which referred it to a provincial court in December.
Ruiz said he also visited a well-known human rights group, the Grandmothers of the Plaza de Mayo, three times in search of support. But he only received a brief message in which the group said it backed the investigation.
The Grandmothers of the Plaza de Mayo was created during the 1976-1983 dictatorship to track down the children of victims of forced disappearance. The children were either abducted along with their parents or born to political prisoners in captivity and later stolen and raised by military families.
The statement issued by Grandmothers said "We support every effort undertaken in any part of the country or the world to safeguard children and the right of parents to raise their own children from birth."
Ruiz backed the decision for several of the women who said they gave their children to the nuns in Añatuya to appear on the news programme Informe Central, which is broadcast by the América free-to-air TV station.
On the programme which went on the air last Monday, Yolanda Vázquez stated that 10 years ago she took her seven-month-old baby to the hospital because he was malnourished, and that he disappeared from the hospital.
She said she left her other children at home, under the supervision of her oldest boy. But when she returned home, she found that two of the youngest children had been taken away.
"They told me to go see the lawyer Rolando García," who has been accused by several of the women of being a middleman in the alleged trafficking of children, "and he sent me to the nuns. When I asked them about my kids, they told me they were ok, and that they were living with a family in Lomas de Zamora in greater Buenos Aires," said Vázquez.
In his interview with IPS, the only case to which González Cazón referred was that of Vázquez, whose children, he said, had been legally removed because of neglect and malnutrition. (END/2006)
Kleine zondaars Al deze gebeurtenissen zijn op zijn minst uitgedrukt schokkend. In een opdracht voor school, ben ik momenteel bezig in het boek Kleine Zondaars, en zou graag weten wat het voor diegenen onder jullie die het ook gelezen hebben betekend heeft. Alvast bedankt
Datum: 10-5-2005 Naam: PAula van Wordragen Email: paula_childcare@hotmail.com
geen Ook ik stuit op een muur van onbegrip van de kant van mijn stiefmoeder en broer.(plus zussen stiefmoeder). Ik word zelfs gestalkt en bedreigd. Dat is dus niet zomaar. Ik ben puur Indiaans van uiterlijk en toch maar ontkennen. Inmiddels ben ik er achter dat ik een Ojibwa Indiaanse ben. Mijn huid is bruin, mijn tandvlees ook. Ik ben illegaal geadopteerd. Het schijnt dat mijn moeder nog in leven is en naar mij op zoek is evenals mijn broer. Ik ben bij de geboorte afgestaan en door mijn stiefvader Nicolaas Johannes van Wordragen mee naar Nederland gekomen. Dit had een reden. Ik ben nu eerst bezig uit te zoeken waar mijn biologische familie is van mijn moeders kan Michigan, Ontario en Pennsylvania. Ik was er een van een tweeling en die is overleden.
Paula van Wordragen (dat is dus niet mijn ware naam)
Datum: 18-11-2004 Naam: R. TJAARDA Email: ADSL527210@TISCALI.NL
HUISELIJK GEWELD:(15-10-2003) VERZOEK OM INFORMATIE GAARNE ZOU IK HET EMAILADRES VAN MEVROUW CARINE HUTSEBOUT, CRIMINOLOGE, ONTVANGEN. IK ZOU HAAR NAMELIJK GRAAG MIJN STEUN BETUIGEN. IK BEN HELAAS ERVARINGSDESKUNDIGE DOOR MIJN KINDERTIJD EN HEB MIJ NET ALS ZIJ VERDIEPT IN HET PROBLEEM KINDERMISHANDELING. MISCHIEN DAT IK HAAR IETS MAG AANDRAGEN OVER DE KERN VAN HET PROBLEEM.
huislijk geweld Ieder huiselijk geweld vind plaats achter de gordijnen dat zal jullie duidelijk zijn.Of het gaat om het afstaan van je kind of dreigingen of het molesteren het is allemaal geweld.Ik weet dat als geen ander.Ik was te lief volgens het Riaggg te Sensitive. Dus ik moet eerst zelf een rot karakter hebben om geweldplegers aan te kunnen.Tja dan kijken wij hoe onze wereld eruit ziet.Geweld met geweld. Kerkelijk gezag??? Op de pispot met die handel!! Want kijk maar hoeveel sexueel misbruik was en is in dat kerkelijke wereldtje en met geweld. Chantage naar een kind.Boeken vol kan ik schrijven van de intrige,s En geweld zal alleen maar erger worden omdat ik en die ander het niet meer pikken.Dus conclussie ik ben zovaak inelkaar geslagen dat ik nu die ander niet meer moet tegen komen. Want ik ben nu assertief!!!!!!!!!!!
Datum: 15-10-2003 Naam: Leo van den Berg Email: l.vanden.berg359@12move.nl
Re: Aalders, verwaarloosde baby`s brVolgens mij gebruiken jullie een item over de Israëlische muur van onbegrip om een totaal ander onderwerp te lanceren. Dan toch, wat betreft de Belgische zaak kinderopvang in Frankrijk het volgende. Je gelooft je ogen niet als je leest dat opvang van kinderen uit moeders die maar wat aanrommelen als ongewenst wordt gezien. Dergelijke moeders- zeker de vaders- mogen blij zijn dat hun kinderen niet in de vullesbak belanden, doch liefdevol een plaatsje in deze wereld krijgen waarom zijzelf niet hebben gevraagd. Lieden die zo met een natuurlijk proces omgaan moesten voorgoed worden opgesloten. Ze behandelen het leven van een kind alsof het om konijnen gaat. Ondanks de talrijke voorbehoedsmiddelen raken duizenden vrouwen zwanger door tekort aan geestelijk vermogen.brIndien dan nonnen zich bekommeren om de kinderen uit deze misstap, blijkt ook dat niet goed.brDat deze kinderen bij dergelijke ouders worden weggehouden binnen een fatsoenlijke opbouw van hun leven, is toe te juichen. En dergelijke ouders? Gewoon castreren als niet waard voor kinderen in te staan. De dieren zijn zuiniger op hun kroost dan velen van de huidige ouders.br