IKON Kerkdiensten

Door in de rechterkantlijn onderdelen wel of niet aan te vinken, zoekt de zoekmachine in de aangegeven onderdelen.
Sleutelwoord
Bijbeltekst
Kerkdiensten
Bijbelteksten
Preken
Liederen
Liturgische teksten

Preek
de eerste zondag van de herfst

Gemeente van Jezus Christus,

Misschien was ik een jaar dominee, jong nog, 27 of 28, zoiets. Kersvers van de universiteit in Amsterdam min of meer geëmigreerd naar het Friese platteland. En tot mijn grote verbazing ging het daar niet over theologie maar over geloven.
Gewoon dagelijks geloof, geen abstracties maar praktijk, geloven midden in het leven, met al z'n zekerheden en vragen en hoop en teleurstelling. Een hele ervaring. Wat weet je dan nog maar weinig en wat heb ik daar een boel geleerd, zeker zoals dat overal gaat: met vallen en opstaan.

In die beginperiode maakte ik een fout die je maar een keer maakt. Ries was 39 toen hij een fatale hartaanval kreeg, zomaar zonder waarschuwing totaal onverwacht. Een enorme schok voor het hele dorp. Ik zou hem begraven. Ik weet niet meer of hij nog een vader had, maar in ieder geval herinner ik mij zijn moeder heel goed. Dat was om wat ze zei: haar reactie op de dood van haar zoon was namelijk:' God heeft hem geroepen. Hij zal daar Zijn bedoeling mee hebben. Ik ben niet opstandig, ik heb dit te aanvaarden.'

Ik was verbijsterd. Hoe kon ze zoiets zeggen? En ik vroeg haar: maar u gelooft toch niet dat God dit heeft gewild of bedacht?
Nou.., dat geloofde ze dus wel. En wie dacht ik helemaal te zijn dat ik dat tegensprak. Ik mocht dan veel meer geleerd hebben dan zij, dit geloof nam niemand haar af.

Ik schrok natuurlijk en haastte me om te zeggen dat ze uiteraard vast moest houden aan haar geloof omdat dat voor haar een grote troost was, maar ja, het was al gebeurd. En ik had al laten blijken dat ik zo niet kon geloven.

Ik moest aan deze gebeurtenis denken toen ik me voorbereidde op twee weken Job. Een aangrijpend bijbelboek over de zin en onzin van lijden in ons leven. En over de vraag hoe zich dat verhoudt met ons geloof. Waar is God daarin? Wie is God daarin? Wie zijn wij daarin? Waarom gebeurt het?
Blijkbaar is er op al die vragen niet zomaar een eenduidig antwoord te geven. Dat leerde ik van de moeder van Ries toen, maar ook de schrijvers van Job hebben weet van die meerstemmigheid. Want niet alleen Job horen we, maar ook zijn vrouw. En uitgebreid horen we de antwoorden van zijn vrienden. En allemaal hebben ze hun eigen oplossing gevonden, allemaal hun eigen theologie.

Zoals gezegd: we hebben twee zondagen. Voor deze zondag kies ik nog niet de invalshoek van de klassieke vraag naar het waarom van het lijden, maar stel ik voor te kijken naar Job zelf.

Hoe is zijn reactie op de rampen die hem overkomen en kunnen wij ons dat voorstellen? Pas wanneer we recht hebben gedaan aan ervaringen van het lijden kunnen we - volgende week - naar wat abstracter niveau. Dan zal ook die vreemde dubbele hemelscène aan de orde komen, waarin God en satan nota bene wel een deal lijken te sluiten over het hoofd van Job heen. Nu nog even niet, eerst Job zelf.

Niet alleen in mijn eerste gemeente, maar ik denk dat je ze overal vindt: mensen die op alle situaties, hoe schokkend ook, schijnbaar passende en kant en klare antwoorden weten te vinden. Eigenlijk net als Job dat doet in het eerste hoofdstuk: 'de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de Naam des Heren zij geloofd!' Vrij vertaald krijg je: Zo doet de Heer met ons en zo heb ik vertrouwen in Hem. Heel stellig is Job daar, heel stellig en heel vroom. Geen twijfel en geen verwijt aan de God waarmee hij dag aan dag heeft geleefd, heel stellig.

Maar als we doorlezen en we horen Job opnieuw in hoofdstuk twee, dan is hij in het tiende vers een stuk minder stellig. Dan is de vorm opeens vragend en het intiemere Heer vervangen voor God, algemener, meer afstand: 'zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?' vraagt Job zich daar af. In het eerste hoofdstuk reageert Job dus anders dan in hoofdstuk twee en het lijkt wel alsof dat een ontwikkeling is die de weg vrijmaakt voor hoofdstuk drie en alles wat daarop volgt. Hoofdstukken waarin rauwe emoties klinken en Job een felle aanklacht laat horen aan de Gever van dit leven dat hem zo bij de handen afbreekt.

Laat ik het anders zeggen: We zullen nog zien dat hoofdstuk drie een felle aanklacht is van Job tegen zijn leven en tegen de Gever van dat leven. Die felle aanklacht was niet mogelijk geweest als Job zijn aanvankelijke reactie had volgehouden. Of nog anders: pas wanneer Job afstand doet van zijn stellige vroomheid en zijn volkomen vertrouwen in de Heer, pas wanneer hij aarzelend een vraag stelt, pas dan krijgt hij ruimte voor zijn rauwe emoties.

Zijn eerste uitspraak kwam te snel, alsof hij nog niet begreep wat hem overkwam, alsof het nog niet echt doordrong op de een of andere manier. Alsof hij nog even een buffer moest opwerpen tegen het overweldigende verdriet.

Toen ik met mijn beginnersfout aanklopte bij een oudere collega die ik vertrouwde op het gebied van pastoraat, gaf hij mij de raad: blijf haar volgen want je hebt grote kans dat de grote vragen en het rauwe verdriet nog komen, zeker nu jij daar al iets over hebt gezegd!
Nu pas zie ik hoe wijs dat was en hoe waar, want hoe gaan die dingen in ons leven. Je kunt vaak niet alles wat er is aan verdriet of pijn in een keer toelaten: dat overleef je niet!

Ik leerde van een collega. Job werd op een andere manier aan het denken gezet. Marginaal komt ze aan bod in het verhaal, dat is wel vaker zo met vrouwen in de bijbel maar haar rol is wel cruciaal. Vreemd is dat natuurlijk wel: Eerst wordt er verteld dat Job alles kwijt is en dan is daar toch opeens zijn vrouw. Net als Job heeft zij ook tien kinderen verloren, maar daaraan besteedt de verteller geen aandacht. Of horen we haar verdriet in de bitterheid als ze tegen Job zegt: 'Volhard je in je vroomheid? Zeg God toch vaarwel en sterf!'

Ook de vrouw van Job komen we in iedere gemeente tegen: mensen die geen moed meer hebben en geen hoop meer omdat hen teveel uit handen is geslagen, het verdriet is te groot. In dit verhaal is de klacht van de vrouw voor Job een eye-opener. Hij wordt door haar geraakt, geïrriteerd en dat brengt hem tot zichzelf.

Weg is zijn rationalisatie, weg is zijn tegen alles in volgehouden vertrouwen: Hij begint te aarzelen en stelt een vraag. De bittere en botte vraag van zijn vrouw brengt Job als het ware bij zijn positieven. En dan komt er opeens ruimte om in de volgende hoofdstukken zijn vrienden te pareren en uiteindelijk God zelf te ontmoeten van aangezicht tot aangezicht.

Overigens is de eerste reactie van die vrienden wel ontzettend prachtig! Geen pasklaar antwoord, niet meteen een deksel op de diepe kuil van verdriet, nee, ze zwijgen, ze delen alleen maar de machteloosheid, de pijn. Daar is voor velen een hoop van te leren.

Pas wanneer Job vloekend en vragend door zijn ellende is heengegaan, pas wanneer Job alle schijnvroomheid en religieuze leugens heeft leren doorzien, pas dan - aan het eind van het boek - wordt hij een gezegend mens. Pas dan kun je misschien opnieuw zeggen: de Heer heeft gegeven en de Heer heeft genomen, de Naam des Heren zij geloofd! Als je alles hebt doorleefd. Niet te snel maar pas dan. En niet gezegd door één van z'n vrienden maar door Job zelf. 'De Naam des Heren zij geloofd want Hij laat niet los waar zijn hand ooit aan begon'.

Waarom lijden onschuldige mensen? We weten het niet. Hoe is dit mogelijk? We weten het niet. Maar dankzij mensen als Job weten we een ding wel: God blijft bij je in alles wat je meemaakt. Hij is erbij in de hoogste vreugde en in de diepste diepte. Zo is God, de God van Job, de God van Jezus, onze God.

Daarom: hoe ondoorzichtig Hij soms ook is, we prijzen toch zijn Naam, Lof zij de Eeuwige, Amen.

Deze preek is onderdeel van de kerkdienst

  • Kerkdienst vanuit de Nederlandse Hervormde Kerk in Eersel