IKON Kerkdiensten

Door in de rechterkantlijn onderdelen wel of niet aan te vinken, zoekt de zoekmachine in de aangegeven onderdelen.
Sleutelwoord
Bijbeltekst
Kerkdiensten
Bijbelteksten
Preken
Liederen
Liturgische teksten

Preek
Tweede zondag van Pasen

Gemeente van Jezus Christus,

‘Ons goddelijk lichaam’, die uitdagende titel siert de folder die deze week bij mij in de bus viel. Een studiedag van Op Goed Gerucht, de beweging van predikanten waaraan ik zelf ook verbonden ben. Het gaat om de vraag of we ons lichaam kunnen ervaren als ‘een vindplaats van God’? Want vaak staat dat lijf er niet goed op bij gelovigen. Zij zien het nogal eens als tweederangs, of brengen het al snel in verband met zondigheid. Is de geest niet belangrijker dan de materie, staat de ziel niet hoog verheven boven het lichaam?

Vaak zien we daarom rond kerk en geloof een zekere huiver rondom lichamelijke verlangens, met een Victoriaans aandoende preutsheid. Dan gaat het wel over het liefhebben van elkaar, maar de erotische kant blijft onderbelicht. Al het moois dat Hooglied aandraagt lijkt dus nauwelijks besteed aan de kerkelijke wereld. Dat ook liefhebben met lijf en leden iets met God te maken heeft, blijft al te vaak buiten beschouwing.

Nu luidt één van de stellingen voor die studiedag: ‘Over het Hooglied valt niet te preken’. Als dat zo is kunnen we het vandaag kort houden, en beter een cd met ‘classic love-songs’ opzetten. Maar als we toch een poging wagen, dan zijn we gewaarschuwd. Want Hooglied is bovenal dichtkunst: sprankelende lentepoëzie, erotische liefdespoëzie, toentertijd in Israël al voorgedragen of gezongen op bruiloften en partijen. Het is heel werelds van inslag, met allerlei parallellen naar de omliggende volken.

Vergelijkbare teksten kom je ook tegen in het oude Egypte. Zo hebben we hier dus met poëzie te maken, met beeldende, bloemrijke taal – en dat gaat makkelijk verloren in een stugge, dorre preek. Eigenlijk zou je er, in de sfeer van dit Hooglied, dansend omheen moeten draaien. Huppelend als die jongen die uit de bergen komt om zijn geliefde te zoeken. Genietend van een enkel woord of beeld dat even opspringt. Lichtvoetig en speels als het Hooglied zelf.

Wat roept het bij ons op, dit Lied der liederen, in het bijzonder het fragment dat we hoorden? ‘Schimmig’ en ‘heftig’ zijn twee woorden die ik noteerde. Schimmig, mysterieus in zoverre, dat je niet goed weet wat hier aan de hand is. Hooglied 5, lees je dat als één lange droom van het meisje? Dat haar minnaar langs komt, dat hij opeens weer is afgedropen, dat ze hem vervolgens gaat zoeken in de stad en op die tocht dan mishandeld wordt door de stadswacht?

Speelt dit geheel zich af in haar dromen, getuige die eerste woorden “Ik sliep, maar mijn hart was wakker”? Of wordt hier de suggestie gewekt dat dit alles gaandeweg werkelijkheid wordt: dat hij echt aan haar deur of later bij haar raam staat. Dat zij, een beetje slaapdronken, vervolgens opstaat en midden in de nacht door de stad zwerft, en dan ook echt wordt aangevallen. Het mooie van zo’n lied, zo’n gedicht, is dat beide suggesties mogelijk lijken. Dat past ook helemaal bij verliefde mensen, bij hen lopen droom en werkelijkheid vaak dwars door elkaar. En juist dat maakt dit fragment extra spannend en ook mysterieus.

‘Heftig’ is het ook, soms ronduit opwindend. Want als de mirre van de handen van het meisje, zo druipt de erotiek af van dit fragment. Wat een verlangens: deze jongen die, klam en koud van zijn tocht uit de bergen, hunkert naar de warmte van zijn lief. En dit meisje dat overdonderd lijkt – ze aarzelt even – voor ze de deur opent, om vervolgens een hele zoektocht te beginnen. ‘Ziek van liefde ben ik’, bezweert ze haar vriendinnen.

Dat kun je toch wel ‘heftig’ noemen. Net als die anticlimax trouwens: de ruwe wijze waarop de wachters van de stad haar behandelen. Ze zien haar waarschijnlijk aan voor een hoer, een deerne. Ze verwonden haar en rukken haar sluier af. Ze lijken zich aan haar te willen vergrijpen. Echt een nachtmerrie, als je zulke mannen tegenkomt op je levenspad. Of als je met zo iemand onder één dak woont, dan zit je lelijk in het nauw.

Misschien zit daar iets van de huiver van een kerk of de achterdocht van veel gelovigen. Want juist rondom die lichamelijke kant van de liefde gaat er veel mis. Macht en geweld hebben soms vrij spel, misbruik is aan de orde van de dag. Dat gebeurt met de liefde, kun je met Johannes zeggen, als ‘de wereld’ ermee aan de haal gaat. De wereld, dat is niet altijd zo’n helder begrip in zijn brieven. Johannes duidt daarmee op een soort duistere, boosaardige levenssfeer die mensen in de tang heeft. Zelfzucht of machtswellust houdt hen daar in de ban. En dan krijgt de liefde geen kans, dan wordt elk zicht ontnomen op God en zijn geboden. Dat geldt daar waar ‘de wereld’ heerst.

Die boodschap is best herkenbaar als je naar onze tijd en cultuur kijkt. Want we leken vanuit de jaren 60 allerlei taboes rond liefde en seksualiteit langzaam maar zeker van ons af te schudden. Maar nu zie je ook hoe allerlei ontwikkelingen doorslaan en ontsporen. Hoe geld, macht en uitbuiting om zich heen grijpen. Talloze reclames voor telefoon- of andere seks, schaars geklede en wulps bewegende danseressen in videoclips, ze stralen deze ene boodschap uit: ons lijf is ‘big business’, ons goddelijk lichaam is vaak handelswaar van mensen geworden. En dan geldt ook voor de liefde dit spreekwoord: ‘het bederf van het beste, dat wordt het slechtste’.

Toch blijft dit ook een zeurderige kant van kerk en geloof: dat we vooral oog hebben voor wat er zoal misgaat, en snel vergeten dat hier ook veel goeds te beleven valt. Want ons lichaam heet in de Bijbel toch maar mooi een tempel van God. En Hooglied laat zien hoe gezond en heerlijk het is dat mensen oprecht naar elkaar verlangen. Ook naar intimiteit, naar lichamelijk en seksueel contact. Openhartig wordt dat bezongen, alles behalve preuts of platvloers. En het is ook prachtig in evenwicht. Want niet alleen de jongen komt aan bod met zijn verlangens. Nee, opvallend is juist de gelijkwaardigheid en vrijmoedigheid van het meisje. Eigenlijk speelt zij de hoofdrol in dit gebeuren, zij is de ‘leading lady’ in dit theaterstuk.

Sommigen vermoeden daarom dat deze tekst door een vrouw geschreven is: zij zou dan de enige vrouwelijke bijbelschrijfster zijn. Maar dat even terzijde. Want het gaat nu om dat oprechte verlangen van twee mensen naar elkaar, dat niet verdacht gemaakt kan worden. Het gaat erom hoog te houden dat ook de lichamelijk beleefde liefde teruggaat op de Eeuwige. Waar twee mensen, zonder elkaar te verwonden of anderen te bedriegen, zich in liefde verenigen, daar zweeft boven hen de Geest van God.

Een laatste vraag: kun je erom heen dat het Hooglied op wonderlijke wijze in de Bijbel terecht kwam? Dat de synagoge dit boek opnam, omdat men in dit liefdesspel de relatie van God tot zijn volk verbeeld zag. Daarom zei rabbi Akiva ooit dat ‘niets ter wereld opweegt tegen de dag waarop dit Lied der liederen aan Israël gegeven is’. Ook de kerk las Hooglied meestal als een symbolisch boek. Het zou een geestelijk lied zijn over Christus en zijn bruid: de kerk. Of mystieke interpretaties wijzen op Christus als bruidegom van de ziel. Zo overleefde het Hooglied menig poging om het te schrappen uit de heilige Schrift, en werd het voor sommigen zelfs het meest heilige bijbelboek.

Wanneer deze benadering zich niet aandient als de enige juiste, maar als een bijzondere mogelijkheid, leidt dat tot rijke gedachten. Dan ontdek je bijvoorbeeld dat God of Jezus weerspiegeld worden in de rol van het meisje! Vandaag ook: het meisje dat op zoek gaat naar haar beminde, en dat wordt afgetuigd door de wachters - raakt dat niet aan levensdoel en lijdensweg van Christus? Hij, die kwam om mensen te zoeken die de weg kwijt zijn. Hij, die door de nacht heen zijn leven op het spel zette om ons te vinden, te winnen voor de liefde van God. Hij heeft iets van dat meisje.

Of neem die jongen, die op de deur klopt om bij zijn geliefde te zijn, maar opeens ook weg is – tekent hij niet ons geloof? Daarin zijn we de ene keer vol overgave, maar de andere keer weer zo kortademig. We hebben geen geduld om te wachten of de deur opengaat, of God zich laat ontmoeten en kennen. Ook wij kunnen verlangen naar een snel antwoord op onze vragen, naar een zichtbare verhoring van ons gebed, naar directe nabijheid in tijden en gevoelens van godverlatenheid. Maar dikwijls werkt het anders: geloven is vaak een zaak van geduldig wachten. Wachten totdat God zelf komt, op zijn tijd, en het zijn geliefden geeft – in de slaap.

Amen.

Deze preek is onderdeel van de kerkdienst

  • Protestante gemeente in Kesteren