IKON Kerkdiensten

Door in de rechterkantlijn onderdelen wel of niet aan te vinken, zoekt de zoekmachine in de aangegeven onderdelen.
Sleutelwoord
Bijbeltekst
Kerkdiensten
Bijbelteksten
Preken
Liederen
Liturgische teksten

Preek
vierde zondag van de veertigdagentijd

In het breken en delen van het brood wordt het duidelijk, wordt het zichtbaar en tastbaar: Hij met ons, Hij in ons, Hij voor ons.

Twee of drie keer per week bezocht ik hem in het ziekenhuis waar ik als geestelijk verzorger werkzaam ben; soms praatten we wat, over de ongemakken van het ziek zijn, over de lange uren van de dag en vooral ook van de nacht, over dat nare gevoel: afhankelijk te zijn van de handen van anderen, vaak ook praatten we niet, en lag hij met zijn ogen dicht. Een enkele keer viel hij zelfs in slaap, zat ik stilletjes naast zijn bed, keek naar de slangen, luisterde naar de piepjes en dacht: hoe kostbaar is een kwetsbaar mens.

Over God, geloof of de kerk hadden we het nooit en toch herkenden we in elkaar en in het samen-zijn iets van God

Ik was bij hem op de dag dat hij- voor het eerst in weken-
weer vast voedsel mocht eten: een beschuitje met abrikozenjam. ‘Zou u me willen helpen’ vroeg hij. Twee keer stopte ik een stukje beschuit in zijn mond, toen kon hij niet meer.
“Zou ik hier ook de communie kunnen ontvangen?” vroeg hij me later. “Natuurlijk kan dat”, antwoordde ik, “morgen neem ik het brood van de Heer voor u mee”.
Toen ik kwam, zij hij: “Heb je wat abrikozenjam op de hostie gedaan?”

ik glimlachte en begreep dat hij spanning van dat moment wilde breken. “We doen het zonder”, zei ik. “Het lichaam van Christus, brood uit de hemel, kracht voor onderweg, ook voor u”. En terwijl ik hem het brood gaf rolde er een traan over zijn wang.

In het breken en delen van het brood wordt het duidelijk, wordt het zichtbaar en tastbaar: Hij met ons, Hij in ons, Hij voor ons.

Op de plek waar - naar men denkt - Jezus ooit het brood brak en uitdeelde aan de mensen, is een kerkje gebouwd. In Tabgha, aan het meer van Tiberias in Israel. Op de vloer van dit kerkje zijn allerlei mozaïeken ingelegd. Eén van de mozaïeken is wereldberoemd geworden: een afbeelding die je hier in Nederland ook tegenkomt op kaarten, horloges, tegeltjes.

Het stelt een mand met broden en vissen voor, een mozaïek dat herinnert aan die keren dat Jezus een paar broden en enkele vissen vermenigvuldigde om uit te delen aan veel mensen.

Na dit verhaal verteld te hebben in de eerste 15 verzen van Johannes 6 – ook de andere evangelisten, u weet het, vertellen verhalen van broodvermenigvuldiging – na dit verhaal vertelt te hebben - vertaalt de evangelist Johannes, in tegenstelling tot de andere evangelisten - verder.

Hij laat Jezus uitleggen wat er nu eigenlijk met het wonder van de broodvermenigvuldiging gezegd is en bedoeld wordt.
Dat het meer dan een wonder was, eerder een teken, een verwijzing naar Jezus zelf, een vooruitwijzing misschien wel, naar wat er met Jezus gebeuren zal.

Je zou kunnen zeggen dat Johannes ook een mozaiek maakt
in het zesde hoofdstuk van zijn boek met als thema – brood –
een mozaiek dat met verschillende kleuren steentjes wordt ingelegd.

Het thema lijkt eenvoudig: brood. Maar als ik bij de bakker vraag: “Mag ik één brood van u?” Dan zal hij of zij mij altijd vragen: “Maar wat voor brood wilt u? Wit, bruin, volkoren, sesam, maanzaad, krentebrood?”

We weten allemaal wat we met het woord brood bedoelen,
maar het is ook een woord dat voor meerdere uitleg vatbaar is.
Dat is ook het geval met het woord 'brood' in Johannes 6. Er is dan ook meerdere keren sprake van een spraakverwarring.

Als Jezus bijvoorbeeld zegt dat zijn Vader het ware brood uit de hemel geeft, dan denken de joden aan aards, dagelijks brood,
maar Jezus heeft het over zichzelf.

En als Jezus zegt: “Het brood dat ik zal geven is mijn vlees.”
dan zijn de joden verbijsterd: hoe kan die man ons zijn vlees te eten geven?
Ja, wie Mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en Ik in hem. Deze woorden herinneren ons aan de instellingswoorden van het Avondmaal, waar ook wij brood delen en wijn drinken,
als tekenen van het leven dat Jezus voor ons gaf.

In alle eenvoud van het voorbeeld 'brood', zit toch ook veel diepgang, veel inhoud.
Ik ben het brood dat leven geeft.
Brood heb je nodig om in leven te blijven.
Brood -nodig hebben wij Hem.
Hij is het brood dat leven geeft.
En ook is Hij het levende brood, gave van Godswege.

De 'brood'-woorden van Jezus verdiepen het teken van de broodvermenigvuldiging. Zoals Hij het brood brak en uitdeelde aan de mensen, zo zal zijn lichaam gebroken worden om uitgedeeld te worden aan de mensen. Zoals niets van het brood dat Jezus uitdeelt aan de mensen verloren mag gaan, zo mag ook niemand van de mensen, niemand van ons mensen. Er is brood in overvloed voor iedereen. Het brood dat leven geeft is er voor iedereen.

Johannes probeert kleur en diepte in zijn mozaïek aan te brengen door terug te grijpen op de Schriften, op dat wat deel is van de geschiedenis van het volk van Israël.

Ooit gaf God jullie voorvaderen manna in de woestijn - Brood uit de hemel. Toen de Israëlieten in de woestijn die witte vlokken uit de hemel zagen komen zweven (Exodus 16) zeiden ze tegen elkaar: “Manna?” Dat betekent: Wat is dat?
Wie is Hij? Dat is de vraag telkens als Jezus spreekt en handelt. Wie is Hij toch? Manna, brood van God.

Kleur en diepte - lijnen dus - naar wat geschreven staat,
omdat Jezus met vlees en bloed is van de God van Israël.

Johannes 6: een mozaïek van woorden en verwijzingen en beelden om iets duidelijk te maken van wie Jezus is. Het hele hoofdstuk heeft 71 verzen, 71 steentjes, zou je kunnen zeggen, die we nu niet allemaal gelezen hebben, maar dat kunt u gerust later nog doen. De maker van het mozaïek in het kerkje aan het meer van Tiberias heeft ook méér willen doen dan alleen maar het verhaal van die broodvermenigvuldiging te vertellen. Het mozaiek dat hij maakte is meer dan een foto, een plaatje van wat Jezus deed.

Met verschillende kleuren steentjes heeft de kunstenaar een mand met vissen en broden gemaakt. Maar wat vreemd?
Als je het mozaïek van dichtbij bekijkt tel je wel twee vissen, maar slechts vier broden. Heeft de kunstenaar de Schrift niet goed gelezen?

Vier broden: het is alsof de kunstenaar daarmee wil zeggen:
juist in dat ene brood dat mist, mag je Jezus herkennen, dat vijfde brood is de Heer zelf die van zichzelf zei: “Ik ben het brood dat leven geeft.”

Uw voorouders hebben in de woestijn manna gegeten - ook een gave van God- voedsel voor onderweg- en toch zijn zij gestorven.

Maar dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt: wie dit eet sterft niet. - Ik ben het levende brood - en juist in de woestijndagen van je leven als het leven geen leven meer lijkt,
als alles dor is en droog, je geen uitzicht hebt of toekomst ziet
juist dan is er kracht van boven, brood uit de hemel - voor iedereen.

In de praktijk van het delen van het brood van de Heer in ziekenhuis en verpleeghuis merk ik dat juist hierin en hierdoor;
het geven en ontvangen van het lichaam van Christus – brood uit de hemel – herkenning plaatsvindt; herkenning van wie Jezus is, van wat God geeft; herkenning van het aloude vertrouwde gebaar; herkenning ook van en daarmee verbondenheid met elkaar. Mensen uit verschillende kerken
en toch één in het ontvangen van het brood.

In het breken en delen van het brood wordt het duidelijk, wordt het zichtbaar en tastbaar: Hij met ons, Hij in ons. Hij voor ons.

Meer dan een Woord, of een gebed of zelfs een lied spreekt de taal van het brood dat gebroken wordt en uitgedeeld.

In een verpleeghuis deelde ik ooit het brood van de Heer uit.
Sommigen namen het niet aan met de woorden “We zijn vorige week al aangegaan aan het Heilig Avondmaal”. Een stukje verderop in de rij waar ik kwam zei de buurvrouw van de dame in rolstoel die ik het brood aanreikte. “Ik weet niet of zij het nog wel begrijpt allemaal.” Maar de dame in kwestie opende haar hand om het brood te ontvangen. Wie heeft het nu begrepen? vroeg ik mij in stilte af.

De mens die – bij zijn volle verstand – het brood van de Heer niet ontvangt, terwijl het aangeboden wordt. Ik ben er voor jou, zegt de Heer. Vorige week, vandaag en morgen.

Of de mens – nee, misschien niet meer zo helder van geest als vroeger - maar toch de mens die haar hand uitsteekt of de mond opent en het brood ontvangt? “Ik ben er voor jou,” zegt de Heer. “Vroeger, vandaag en in de toekomst.”

Iemand schreef: “Tot het herkennen van de Opgestane komt het niet daar waar argumenterend en discussierend van God gesproken wordt, maar waar Hij zich op een andere, diepere wijze meedeelt, in de liturgie en in de symbolen van het geloof.”

En het is waar, na Pasen, wordt Jezus pas herkend door zijn vrienden in het breken van het brood. Toen hij met hen aan tafel aanlag, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem.

Dat wij iets van God mogen herkennen in het Brood
dat is gebroken en wordt uitgedeeld.

Amen

Deze preek is onderdeel van de kerkdienst

  • Kerkdienst met de Gereformeerde Kerk Vinkeveen en Waverveen (PKN) (2/2)