Interview van Kees Schuurman (cursief) met IKON pastor Bram Grandia
Bram Grandia er staat hier een mooi kleinood een koperen dingetje op een voetje. Wat is dat? Dat is Calvijn op een voetje. Dat stond in de boekenkast van mijn vader. Er staat voorop Johannes Calvinus, 1535 – 1935. Het is gemaakt om aan te geven dat de eerste uitgave van de institutie uit 1535 vierhonderd jaar uit is en op de achterkant, voorop zie je Calvijn, zie je de institutie omstraald door de zon, hangen in de levensboom. En dat geeft denk ik exact aan hoe Calvijn binnen die gereformeerde traditie gewaardeerd werd. Het was echt het zonnetje in huis bij ons. ja, je praat er met enige liefde over, je had het ook net in je handen…. Ik vond het mooi. Ik weet dat vroeger, als mijn vader niet keek, dan pakte ik het er af en toe er even uit. En ik kon uit mijn hoofd het gezicht van Calvijn tekenen, dus als ik me zat te vervelen op school, tekende ik weer een Calvijntje. Hoe oud was je toen? Ik zal een jaar of elf geweest zijn. Toen tekende ik mijn eerste Calvijntje. Dus je hebt het met de paplepel ingegoten gekregen. De eerbied voor deze Calvijn ja. Mijn vader was geen predikant, maar wel een lekentheoloog, die erg veel waardering had voor deze gereformeerde kerkvader. Toch klinkt er in wat we nu gehoord hebben, ook af en toe kritiek door. We hebben Calvijn gehoord we hebben Servet gehoord, zijn tegenspeler zullen we maar zeggen, we hebben Castellio gehoord, het is een heel complex gebeuren. En het ging maar steeds om: die waarheid. Die hier zo met een zonnetje omgeven is. Ik kom echt uit een traditie waarin de waarheid, geformuleerd is door Calvijn in zijn boek: de institutie van de christelijke religie. Waar hij jaren aan geslepen heeft, daar heeft hij wel vijfentwintig jaar aan geslepen. Dat werd steeds meer dé formulering van dé waarheid en andersdenkenden, die hadden het per definitie mis. En dat herken ik enorm van vroeger thuis, maar ook uit de hele sfeer wel in die gereformeerde kerk, dat er weinig ruimte was voor andersdenkenden. En ik vond dat maar goed ook, want ja, de waarheid was al geformuleerd. Wanneer kwam je op het idee van nou …? Dat begon vooral in het begin van mijn theologiestudie, ook niet alleen bij theologiestudie, ik was ook lid van een studentendispuut met de naam Erasmus. Wij moesten in dat dispuut verplicht Erasmus lezen. Nou, daar kwam ik al een hele andere toon tegen dan bij Calvijn. En op colleges kerkgeschiedenis van Prof. Augustijn, daar kwam ook die breedte van de reformatie aan de orde. En daar kwamen de vragen. Ik ga nog even terug naar de tekst die gelezen is uit Johannes. Er staat: ik ben de weg der waarheid in het leven. Dus Calvijn had het dus niet van een vreemde. Hoe zit dat dan? Ja, dat Johannes evangelie is verhaal apart met al die ik-ben uitspraken van Jezus. Als Johannes over Jezus zegt: ik ben de weg der waarheid in het leven dan heb ik het gevoeld dat Johannes wil zeggen in Jezus zien we een hele, noem het maar een betrouwbare levensweg, als waarheid betrouwbaarheid. En ik kom uit een traditie waar waarheid vooral geformuleerd werd als het is exact zo, dit is zeg maar wat je moet geloven en dogmatisch verstaan van de waarheid. Je zou eigenlijk kunnen zeggen je kan het op twee manieren lezen: je kan zeggen dat Jezus gezegd heeft ìk ben de weg der waarheid in het leven, maar je kan het natuurlijk ook lezen als ik ben de weg der waarheid en het leven. Dan klinkt het heel anders. Dus niet zo gericht op ik onze groep heeft het juist, maar juist opener. Dan klinkt het opener en dat is ook wat ik zelf eigenlijk steeds meer geloof. Dat je weg moet van dat hele exclusieve waarheidsmodel waarbij andere dus altijd worden uitgesloten, ook worden buitengesloten. Waarin er eigenlijk ook op gegeven moment geen discussie meer was. Het was zelfs ook in Genève waar Calvijn predikant was, zo rond 1552 ook de Raad van Genève zei dat de institutie dat was de ware formulering van de leer. De grondwet. Ja, dat was zo’n beetje de grondwet. Dan wordt de institutie toch als het ware het soort voorzetbrilletje die je opzet om die bijbel te lezen. En dan het gaat het toch zo werken dat als mensen daar iets tegen zeggen, dat ze ketter zijn en voordat je het weet krijgt iemand als Calvijn dan bijna pauselijke trekken terwijl hij begon als een man die zich juist afzette tegen dat hele strenge gezag van de paus een pleidooi voor juist met elkaar die bijbel te lezen. Hij gaf de bijbel terug aan het volk en ik heb het gevoel naar mate hij er meer over schreef, er meer over nadacht, hij zelf een beetje schoof in de richting van Ik Calvijn heb de weg der waarheid en het leven wel zo goed beschreven dat je wel van goede huize moeten komen wil je het anders zeggen. En als je het al anders wil zeggen ja dan ben je verdacht als ketter. Dat zie je gebeuren. Dat vind ik heel tragisch want het is een groot man, maar ik heb zelf heel sterk de indruk dat dit met hem gebeurde in de tijd dat hij zelf reformator was. En daar werd zo’n Servet slachtoffer van? Ja. Want als je leest wat die tenminste, ik heb natuurlijk niet alles gelezen van hem, maar als je leest wat zijn uitspraken zijn, als mens van vandaag de dag denk ja: waar maak je je zo druk om? Ja, Servet was wel een jonge hond, die als twintigjarige al zo’n beetje de hele drie-eenheidleer de triniteit verwierp als zijnde onchristelijk en onbijbels. Je moet maar durven in die tijd waarin ketters stevig vervolgd werden door de inquisitie, maar gegrepen door het humanisme gegrepen door de beginnende reformatie dacht hij in Calvijn een metgezel te vinden. Gaat ook corresponderen met Calvijn. Die moet er niets van hebben. Dan voel je bij Servet de behoeft om Calvijn te bereiken, want de toon wordt ook scherper. En dan is Servet op de vlucht voor de inquisitie, hij was al ter dood veroordeeld en ook bij afwezigheid, proforma zeg ze maar, verbrand. En dan gaat hij naar Genève om daar waarschijnlijk om Calvijn te ontmoeten, zit daar incognito in de kerk, wordt opgemerkt en wordt gearresteerd en wordt een paar maanden later, dat is in 1553, verbrand. Calvijn had al eerder geschreven aan een soort geestelijk vader van hem, Farel, als ik die man in handen krijg, zal hij Genève niet levend verlaten. Dan is het wel de burgerlijke Raad, gemeenteraad die dat besluit had genomen, maar daar was Calvijn het wel mee eens. Hij wilde Servet dook, hoewel niet op de brandstapel. Ik vind dat een heel treurige ontwikkeling, hoewel iedereen zegt dat Calvijn nauwelijks anders kon. Want zo deed je dat in die tijd. Calvijn was een kind van zijn tijd en dan ging je zo om met ketters. Maar dat is weinig bevredigend voor mensen die vierhonderd zoveel jaar later daar nog eens op terugkijken natuurlijk. En kennelijk heeft Servet ook een soort inschattingsfout gemaakt, want anders begin je er al niet eens aan. Hij had dus kennelijk had hij het idee van nou met Calvijn kan ik daar wel over redetwisten. We weten daar te weinig van, maar hij heeft dit niet verwacht. Was Calvijn dan toch ook wel een wat ongenaakbare persoon op een gegeven moment ook misschien wel door zijn familiare omstandigheden vanwege zijn gezondheid. Het is niet de meest gezellige reformator denk ik. Er is veel geschreven over Calvijn en angst. Ik denk dat Calvijn uitermate beheersend denker was. Hij wilde Genève beheersen, daar wilde hij toch een soort stads god van maken. Dat is hem aardig gelukt volgens velen. Hij wilde toezicht hebben op het leven van de gemeenteleden, maar ook wel op de burgers van de stad. Hij vond ook dat hij ketterij moest beschrijden, want ketters haalden mensen natuurlijk wel van die weggetjes en waarheden af die Calvijn ze net had voorgeleefd en had voorgeschreven. Dus ongenaakbaar, ik denk dat hij steeds ongenaakbaarder werd. Het wordt tegengesproken, maar ik denk dat het echt zo is. Dat hele verhaal rond Castellio dat is daar toch ook wel weer een uitdrukking van? Dat waren toch maatjes in het begin? Dat waren maatjes. Castellio, dat vind ik voor mezelf eigenlijk de ontdekking. Ik had heel veel gelezen over Calvijn en Servet, maar veel minder over Castellio en dan blijkt daar nog zo’n klassiek gevormde man te zijn als Castellio die gegrepen is door Calvijn. Calvijn volgt. Heel enthousiast aan de gang gaat met een bijbelvertaling in het Latijn en in het Frans. Die in Genève een enorme positie krijgt als pedagoog als opvoeder van de jongeren. En allemaal met de zege van Calvijn. Allemaal met de zege van Calvijn. Dan komt er gaandeweg wel een conflict, want Calvijn wil de bijbelvertaling van Castellio niet goedkeuren. Calvijn wil hem niet als predikant hebben. Terwijl de pest in Genève in 1542 en 1543 was er geen predikant te vinden om de zieken te bezoeken. Maar Castellio wilde dat vrijwillig gaan doen. Die heeft zijn sporen verdiend in zowel het onderwijs en in het pastoraat, maar Calvijn wil hem niet als predikant. Die heeft toch het gevoel van als ik Castellio bevestig als predikant dan haal ik daarmee iets van vrijzinnigheid binnen. Dan gaat Castellio met keurige geloofsbrieven weg uit Geneve, maar raakt ongeveer aan de bedelstaf. Dan hoort Castellio ook over de verbanding van Servet in 1553, dan gaat hij al zijn denkkracht vanaf dat moment in het werk stellen om er voor te zorgen dat zoiets niet gebeurd. Hij schrijft een boek over het vervolgen van ketters waarin hij zegt: ja maar dit is niet volgens onze christelijke traditie met eindeloos veel citaten. O.a. een citaat uit een preek van Calvijn en uit de eerste druk van de institutie. Dat doet hij weliswaar onder een alias, pseunaniem, want hij is natuurlijk ook bang voor die brandstapel. Daar reageert Calvijn dan weer op, dan reageert hij weer op Calvijn en dan voert hij een enorm pleidooi om te mogen twijfelen. Hij vecht voor ruimte in de kerk. En dat vind ik daarom zo fascinerend dat was ook een kind van zijn tijd. Hoe komt het nou dat dus de naam Castellio en Servet uitgelegd moeten worden en dat Calvijn heeft het dus toch gered historisch gezien. Ja, in de grote reformatorische kerk zeg maar, terwijl ik een vertaalt boek van Castellio tegen uit rond 1560 over het mogen twijfelen en over geloven en weten en geloof en niet weten. Dat is uitgegeven door de Remonstrantse kerk. Ze hebben natuurlijk ook een traditie binnen de reformatie waar wij als gereformeerden tegen waren, wij waren contra remonstrant. Maar die hebben Castellio ook snel ontdekt en die hebben hem ook uitgegeven dus er is een klein stroompje waarin de geschriften van deze man bewaard zijn gebleven. Gelukkig, omdat ik hem vandaag de dag enorm actueel vind. Waarom? Vanwege de ruimte en zijn geloof dat in het openlijke gesprek binnen de gemeente in het hoor en wederhoor, in het met elkaar praten over de teksten. Dat je daar met elkaar een weg in vindt, dat is een soort polder gelovige. Dat hij er vertrouwen in heeft dat in de dialoog je ook verder komt naar het zoeken naar de waarheid. Hij schaft het zoeken naar de waarheid niet af. Maar hij vindt niet dat je waarheid vindt door diegene die een andere mening vertolkt door de uit de weg te ruimen. Dus hij is duidelijk een derde weg en de reformatoren uit die tijd hadden zoiets van wij hebben de waarheid en wie er iets tegen zegt die zijn des doods schuldig en Castellio laat zich niet in zo’n dilemma dwingen, die zegt dus: er is altijd een derde weg. Dat vind ik actueel. Die neemt bijna vanuit een soort gelijk geloof als Calvijn neemt hij Calvijn toch onder vuur en zegt na die moord op Servet. Dit wat hier gebeurd kan niet waar zijn. Dit kan niet waar zijn. Dat is zo in tegenstelling tot de weg van Christus, het leven van Christus, de waarheid van Christus. Dus hij gaat dus ook met de tekst uit Johannes aan de gang. Maar juist op grond daarvan zegt hij: Calvijn je hebt het bij het verkeerde eind. Dus het is toch niet Ik ben de weg der waarheid in het leven, maar de weg der waarheid en het leven. Ja... en ook al zoú je lezen: ik ben de weg der waarheid en het leven dan niet Calvijn, maar Chrístus. En er is altijd een grote ruimte tussen Christus en de verkondiger, als die ruimte er niet is, dan kom je dus uitgerekend in een soort het ambtsbegrip waarin hij net afstand van had genomen. Wat je bijvoorbeeld tegen komt, daar liep ik ontzettend tegen aan als gemeente predikant, dat een pastoor zegt: ik nodig u uit tot de maaltijd van de heer en als een protestant dan zei; ik u niet. Dan zei ik u bent toch niet Christus. Dan zei hij: ik ben de plaatsvervanger van Christus. Daar kreeg ik het spaans benauwd van. Nou ja, spaans benauwd, Servet was een Spanjaard. Maar, daar krijg ik het echt benauwd van, als mensen zich zo gaan identificeren met de rol van Jezus.