Preek Witte Donderdag Hier ga ik nu iets over vertellen. Over die vreemde rituelen daar in Egypte, voor ons niet te volgen. Bokjes uitzoeken, van een jaar oud. Die vier dagen apart houden, en dan braden, met kop, poten en ingewanden. Wat niet gegeten wordt de volgende morgen verbranden. Ongezuurd brood erbij, matses dus, van ongerezen deeg. En met het bloed van dat geslachte bokje moet de deurpost worden ingesmeerd. Ik dacht dat is zo fris … Dat bloed is een afweer. Pascha, of Pesach, betekent: hij die voorbij gaat. God zal door Egypte gaan. De climax is gekomen. Ze staan nu in al hun kracht en grimmigheid tegenover elkaar: de God van Israël en de farao van Egypte. Wie zal de toekomst hebben? Zullen de eerstgeborenen van farao leven? Zal de toekomst zijn aan de doodsmacht, die met mensenlevens niet rekent en voor wie liefde en geluk niet telt – slaven zijn ze en zullen ze blijven… Of zal de eerstgeborene van God, zijn oogappel, zijn volk Israël, zal dat leven, zal het ruimte vinden, vrijheid, zal het straks lachen en juichen?
Ze zitten daar midden in de ellende daar in Egypte. En niets wijst er nog op dat deze toenemende spanning, deze confrontatie tot een bevrijding zal leiden. Het is net als bij ons: als je de situatie waarin je je ellendig voelt neutraal analyseert kan het net zo goed verkeerd aflopen. En de farao heeft al laten zien dat hij onvermurwbaar is.
Maar God zal door het midden van Egypte gaan, en hij zal Egypte slaan, Hij zal afrekenen met deze onderdrukker, de tiran verwonden, en overal waar het bloed op de deurpost zit gaat hij voorbij. Een afweer, het lijkt bijgeloof, magie. Vreemde rituelen daar in Egypte, voor ons niet echt te volgen.
Toch is het maar zo: ze vieren daar midden in die ellende, midden in de dreiging van de dood, dit ritueel. Midden in de dood vieren ze het leven. Er is daar iets in hen dat zegt: het kan, onze toekomst is aan God.
Dan is de mens toch op zijn grootst, als hij in al zijn ellende glinsterende ogen krijgt, en hoopt en bidt en werkt dat het goed komt. Is dat niet de werking van Gods Geest, is dat niet de kracht van God die sterker is dan de dood? Dit oude Paschaverhaal: het is voor alle tijden en voor alle mensen.
Wat een geluk dat het ook bij ons is gekomen. Wat een geluk. Dat danken wij aan Jezus. Hij heeft het ons gebracht. Hij heeft het belichaamd. Wij kennen zijn levensgang. We hebben het aan hem gezien: dat Hij de vrede bracht, dat de liefde in hem leefde, helemaal, compleet, een man van God. Zo zouden wij willen leven. Maar het is verkeerd gegaan. Hij kwam te dichtbij. Hij vroeg teveel, Hij vroeg alles. Ze hebben het niet aan gekund, ze hebben hem weg willen hebben, dood. Dat werd een lijdensweg – en op die weg is Hij trouw gebleven aan zijn opdracht, trouw gebleven aan God.
En toen Hij wist dat het vastliep, toen Hij voelde dat het conflict zou uitlopen op zijn dood, toen heeft Hij dit Pascha met zijn leerlingen gevierd.
Dan is er weer dat bijzondere. Midden in die bittere ellende, de doodsdreiging, als het zwart en donker is, is daar de maaltijd van de bevrijding. Een ongelofelijk vertrouwen: er is een macht die sterker is dan de dood. God is het, Hij gaat boven lijden en dood uit. Er wacht Jezus een zware gang – maar Hij vertrouwt zich toe aan de God die ook Israël bevrijdde van de doodsmacht.
Daarom heeft Hij Pascha gevierd en daarom heeft Hij twee onderdelen van dat Pascha, het brood en de wijn, een nieuwe betekenis gegeven. ‘Mijn lichaam en mijn bloed,’ zei Hij. Zijn offer, zijn overgave aan God.
Nu staan brood en wijn hier klaar in de kerk, op de tafel. Misschien ook wel bij u thuis. Misschien is dit in de ogen van buitenstaanders ook een vreemd ritueel. Maar je hoeft maar even te kijken, of eraan te denken, en je gedachten nemen hun loop. Brood en wijn – ze zijn beeld van die ene, Jezus, die ten onder ging aan alles wat mensen elkaar aandoen. Je hoeft maar even te kijken, en meteen denk je aan hoe het nu is: hoeveel hardheid, wreedheid ook, in onze samenleving, hoe in hele delen van de wereld mensenlevens niet tellen, maar ook denken aan het halfslachtige, passieve – gemiste kansen, verzwegen verlangen, onbeantwoorde liefde, onbegrepen angst, je alleen voelen, twijfelen over de zin van alles, stommiteiten, schade en schande, en weten: onontkoombaar, ooit, vroeger of later: misschien een lijdensweg, en zeker de dood.
Dan is er brood en wijn, gebroken en vergoten, daar is Jezus, een mens, lichaam en bloed - lotgenoot, slachtoffer.
En dan krijgen wij dat brood en die wijn. Zo komt Hij naar ons toe. Want zo heeft Hij zich aan God gegeven. En daarin schuilt die wonderlijke kracht. Een teken van hoop. Zoals God midden door Egypte ging, en redding bracht aan dat arme Israël, zo gaat God met Jezus midden door onze wereld, en komt Hij midden in ons leven.
Neem dus van het brood en drink van de wijn: maaltijd der bevrijding. Tekenen dat er een morgen gloort. Tekenen dat God ons niet overlaat aan onszelf en aan elkaar, maar dat Hij met een wonderlijke kracht ons leven verder voert, en ons doet weten, doet weten: ons leven is in Zijn hand. Dit is groter dan wij zelf zijn. Vertrouw je er maar aan toe. In dit teken, in wat ons daarin overkomt, ligt het opgesloten. En als je het toelaat word je erin meegenomen. Raakt God even aan ons mensenbestaan. Wij volgen Jezus op zijn weg. En wij zijn in Gods hand.