Preek Zesde zondag van de herfst Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
In onze tijd wordt ons steeds meer geleerd om voor jezelf op te komen ... om assertief te zijn ... om jezelf te ontplooien ... en ook: om te winnen ... een tijd geleden zag ik op televisie een interview met de klinisch psycholoog Paul Verhaeghe ... hij vertelde dat één van de meest gebruikte scheldwoorden die op dit moment op het schoolplein gebruikt wordt is: ‘loser’ (verliezer) ... wat betekent dat kinderen al op heel jonge leeftijd ervan overtuigd zijn dat ze moeten winnen ... het laat volgens hem zien dat we leven in een maatschappij die alleen maar winnaars naar voren schuift ... en die iedereen tegen elkaar opzet in een soort van voortdurende concurrentie ...
... voor jezelf opkomen ... assertief zijn ... zelfontplooiing ... winnen ... nederigheid lijkt niet echt in dat rijtje te passen ... sterker nog: het lijkt dit alles juist in de weg te staan ...
Toch zijn er tijden geweest dat nederigheid als een deugd werd gezien ... en dat het voor iemand als de filosoof Kierkegaard nodig was om felle kritiek te uiten op valse vormen van nederigheid ... ofwel: op hoogmoed die in nederigheid is vermomd ... kritiek dus op de farizeeër die bidt met de woorden van de tollenaar ...
Er is een mooie en scherpe uitspraak van Kierkegaard waarin hij zegt:
“het christendom is in de wereld gekomen om nederigheid [deemoed] te leren, maar niet allen hebben nederigheid geleerd van het christendom. De huichelarij heeft geleerd om haar masker te veranderen en zij bleef dezelfde, of liever: zij werd nog erger. Het christendom is in de wereld gekomen om te leren dat je niet trots en ijdel de eerste plaats aan tafel moet zoeken, maar dat je onderaan moet gaan zitten … en al vlug zaten trots en ijdelheid heel ijdel onder aan de tafel.” (einde citaat)
Kierkegaard had er een scherp oog voor dat nederigheid en hoogmoed dicht tegen elkaar aan kunnen liggen ... nederig gedrag zegt lang niet altijd dat iemand ook nederig is ... nederig gedrag kan een verkapte vorm van hoogmoed en eigenbelang zijn ...
Maar de vraag is: wíllen we nog wel nederig zijn? Al zou het alleen maar als vermomming zijn? ... nederigheid mag vroeger dan als deugd gezien zijn – veel oudere generaties zijn nog grootgebracht met dit opvoedingsideaal - tegenwoordig heeft het toch vooral een negatieve bijklank. En de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar maakt dat beeld er, denk ik, niet positiever op. Velen zullen zich ongemakkelijk voelen bij de houding van de tollenaar. Is dát de houding die God van ons vraagt? Bescheidenheid willen we misschien nog wel opbrengen, maar nederigheid? Het komt wel heel onderdanig over zoals de tollenaar zich opstelt; ook al vinden wij hem waarschijnlijk sympathieker dan de farizeeër.
Kan nederigheid nog wel een voorbeeld voor ons zijn, of is nederigheid eerder een angstbeeld? Want ben je niet een ‘loser’ als je nederig bent?
Neem de tollenaar uit de gelijkenis ... hij maakt nou niet bepaald een krachtige en zelfverzekerde indruk in vergelijking met de farizeeër die fier op zijn benen staat ... hij durft niet bij hem in de buurt te komen; daartoe acht hij zich niet waardig ... ver bij de farizeeër vandaan, met terneergeslagen ogen bidt hij tot God: “O God, wees mij, zondaar genadig” ... het is trouwens ironisch dat er staat dat hij zich daarbij op de borst sloeg ... bij de tollenaar is het een teken van schuldbesef en berouw ... maar de uitdrukking ‘jezelf op de borst slaan’ – zoals wij die kennen - zou beter bij de houding de van de farizeeër passen ... iemand die zichzelf op de borst slaat laat merken dat hij vindt dat hij iets goed gedaan heeft ... en dat doet de farizeeër ... hij blaakt dan ook van zelfvertrouwen ...
Net als de tollenaar begint hij zijn gebed met “O God”, maar het vervolg van zijn gebed verschilt hemelsbreed van dat van de tollenaar ... het gebed van de farizeeër is één lange monoloog; met zichzelf in het middelpunt ... zijn dikke ik neemt alle ruimte in ... kort gezegd komt zijn hele monoloog erop neer dat hij erg blij is met zichzelf, omdat hij niet is zaols dat schorem dat hij zoveel om zich heen ziet .... God heeft hij verder nergens voor nodig ... hij is volkomen tevreden met zichzelf ... en hij dankt God wel, maar niet zonder anderen – zoals de tollenaar - als het ware af te danken – hij kan God niet danken zonder tegelijkertijd op anderen neer te kijken ... op rovers, onrechtvaardigen en echtbrekers ...
Er wordt hier door Jezus geen karikatuur van de farizeeër gemaakt ... er zijn oude rabbijnse gebeden bekend die laten zien dat het gebed van de farizeeër allesbehalve denkbeeldig is ... en sowieso: volledig vreemd zal de houding van de farizeeër ons toch ook niet zijn; we zullen wellicht niet zo gauw zo bidden als de farizeeër ... maar bewust of onbewust zijn we voortdurend bezig om onszelf met anderen te vergelijken ... hoe vaak ontlenen we onze eigenwaarde niet aan de vergelijking met anderen? ... en zodra we dat doen duurt het vaak niet lang of we hebben een oordeel over die ander ... want het is natuurlijk wel zo prettig als wij er in de vergelijking het best van af komen ...
Maar laten we eerlijk zijn: de farizeeër zou het er in een vergelijking met zijn volksgenoten goed van af brengen, heel goed ... er zullen weinigen geweest zijn die een vergelijking met hem hadden aangedurfd; zeker de tollenaar niet ... wat de farizeeër allemaal doet liegt er niet om ... hij vast tweemaal per week en geeft tienden van alles wat in zijn bezit komt ... hij doet dus meer dan de joodse Wet voorschrijft ... de joden waren verplicht om op sommigen dagen in het jaar te vasten – op Grote Verzoendag bijvoorbeeld - maar het was geen verplichte regel om iedere week twee keer te vasten ... verder deed hij ook in het geven van tienden meer dan hij verplicht was ... van de farizeeërs weten we dat ze de plicht om de tienden te geven tot in het uiterste doorvoerden ... zo gaven ze bijvoorbeeld ook van alles wat ze kochten een tiende weg, omdat je er nooit zeker van kon zijn of de verkoper wel de tiende had gegeven ...
De tollenaar kan hier natuurlijk weinig tegenover plaatsen ... tollenaars hadden een behoorlijk slechte reputatie ... ze waren in de ogen van hun volskgenoten bedriegers ... en niet alleen op hen zelf maar ook op hun gezinnen werd neergekeken ... ze werden veracht omdat ze samenwerkten met de romeinse bezetters en hun volksgenoten ook nog eens op een schaamteloze manier uitbuitten ...
... en toch ... toch zegt Jezus dat deze tollenaar en niet de farizeeër gerechtvaardigd naar huis terugkeerde ... na zijn gebed verliet híj en niet de farizeeër als een rechtvaardige de tempel ... dat wil zeggen: hij verliet de tempel als iemand die in de juiste verhouding tot God staat ... “want,” zo vervolgt Jezus, “wie zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.”
Jezelf vernederen ... dat klinkt nog heftiger dan nederigheid ... toch wordt met zelfvernedering, denk ik, niet zelfontkenning of zelfverachting bedoeld ... het is eerder zelfovergave ... voor iemand met een dik en opgeblazen ik kan zelfvernedering niet ver genoeg gaan ... wie zichzelf verheft en opblaast, vindt God lijnrecht tegenover zich ... ... dan geldt het van oorsprong bijbelse spreekwoord: hoogmoed komt voor de val ... maar zelfvernedering heeft volgens mij niets met gevoelens van minderwaardigheid te maken ... het kan niet betekenen dat je je eigenwaarde moet verliezen ... wél dat je je eigenwaarde aan niets en niemand anders dan aan God alleen ontleent ... wij worden geliefd door God ... op deze liefde en alléén op deze liefde rust ons bestaan en dus ook onze eigenwaarde ...
In wezen is dat wat de tollenaar doet: in zijn gebed geeft hij zich over aan de liefde van God ... volmondig erkent hij dat hij zondaar is ... hij zoekt geen uitvluchten, vergelijkt zich niet met anderen die nog erger zouden zijn dan hij, heeft het niet over verzachtende omstandigheden, probeert ook niet medelijden te wekken door bijvoorbeeld te zeggen: ... ach, wees mij arme zondaar toch genadig ... hij neemt volledige verantwoordelijkheid voor zijn daden - over kracht gesproken; bij nader inzien maakt de tollenaar een veel krachtiger indruk dan je op het eerste gezicht zou zeggen – en hoe verantwoordelijker hij zich opstelt hoe bewuster hij zich wordt van zijn afhankelijkheid van God ... de afhankelijkheid van Gods vergeving; en zijn verlangen daarnaar ... want hij weet dat hij zelf niet goed kan maken wat hij heeft misdaan ... zo geeft de tollenaar zich over aan God ... en zo keert hij als rechtvaardige terug naar huis ...
Nu lijkt het in de gelijkenis alleen over nederigheid tegenover God te gaan ... maar niets is minder waar ... het mooie aan de gelijkenis is juist dat het heel scherp laat zien hoe nauw onze houding tot God verbonden is met onze houding tot elkaar ... reken maar dat de tollenaar na zijn gebed niet zomaar met een goed geweten anderen zal kunnen blijven uitbuiten ... hij zal zijn leven moeten veranderen ... en wat de farizeeër betreft: daar hebben we het al over gehad ... zijn zelfvoldane en ijdele houding tegenover God uit zich ook in de zelfvoldane houding tegenover anderen ... hij doet zich groter voor dan hij in werkelijkheid is ... hij zit op een eenzame, hoge en verwaande positie vanwaaruit hij neerkijkt op zijn medemensen ... hoe indrukwekkend het ook is wat hij allemaal doet, zonder liefde blijft het allemaal steriel en harteloos ...
Nederigheid houdt ons dicht bij de grond ... in het latijnse woord voor nederigheid hoor je dat nog terug: het woord humilitas; dat hangt samen met het woord humus dat grond betekent ... nederigheid maakt ons niet kleiner dan we zijn ... maar nederigheid voorkomt wel dat we ons ik opblazen tot een dik ik ... een dik ik dat geen ruimte meer heeft voor de ander ... behalve als iemand die we kunnen veroordelen ... zo kan ook assertiviteit gemakkelijk doorschieten en verworden tot hoogmoed ... nederigheid maakt ons open voor de ander ... we worden voorzichtiger en terughoudender in ons oordeel over de ander, omdat het ons invoelender en begrijpender maakt … nederigheid zou je daarom de deugd van het luisterende oor kunnen noemen …
Wat echte nederigheid is kunnen we van God zelf leren … nederigheid is zijn hartslag … nederigheid die voortkomt uit liefde, uit kracht en uit vrijheid … in Jezus Christus is Hij afgedaald naar onze leefwereld … Jezus, die zichzelf helemaal aan ons heeft overgegeven in een leven van dienstbaarheid … en die ons ‘ik’ wil bevrijden als we het door onze zelfgerichtheid hebben opgesloten …
Laat deze bevrijdende nederigheid een voorbeeld voor ons zijn.