23
Oct

Nederlands gereformeerde kerk

Wat me inmiddels duidelijk is geworden is dat het woord ‘gereformeerd’ nog niks zegt over het soort kerk. Er is welhaast een groter verschil tussen de Gereformeerde Bond en de Nederlands Gereformeerde kerk dan tussen de Rooms-Katholieke kerk en de Hervormde kerk. Zoveel is mij duidelijk geworden na het bezoek van deze zondag.

De nasleep van de eerste nachtvorst van het jaar dringt zelfs onder mijn handschoenen door terwijl ik ploeter om op tijd bij de RAI te komen, alwaar op loopafstand de Maarten Lutherkerk ruimte biedt aan ten minste drie kerkverenigingen. Doelwit was de NGK, maar ik raak in verwarring wanneer er aan de zijkant enkele Filippijnen met liturgieën mij staan op te wachten. Voor de hoofdingang staat niemand. In de benedenzaal blijkt er een dienst voor de Filippijnse diaspora plaats te vinden. Alhoewel ik even twijfel daar dan maar naartoe te gaan, word ik, door mijn halsstarrigheid om te volharden in het originele plan, getrokken naar de hoofdingang. Daar staan twee mensen wel degelijk verstopt achter het hoekje te wachten op volk. Zonder mij iets aan te reiken wensen me een gezegende dienst toe. Ik ben dan wel een leek wat betreft deze beweging, inmiddels ken ik toch wel de kneepjes van het vak en weet zelfstandig het liedboek te vinden alvorens ik plaatsneem. Net op tijd en nog eerder dan de pianist die dertig seconden voor aanvang binnen komt stormen en met de rugzak nog om klokslag tien uur het eerste nummer weet in te zetten.

De kerk is er een van de verwachting. Zo ‘hopen’ ze een bepaalde dominee te verwelkomen voor de middagdienst en voor de dienst van volgende week, en ‘willen’ ze het eerstvolgende nummer zingen, en ‘wachten’ ze tot God ze zegent.

De dominee is duidelijk in de Here. Driekwart van de spreektijd heeft hij zijn ogen gesloten. Daarbij richt hij vaak het hoofd omhoog en houdt halverwege de zin op met praten. Alsof hij zich even zielsgelukkig in de hemel waant. Om na twintig seconden weer verder te praten. Soms is hij dan zo gedesoriënteerd dat hij per ongeluk met zijn zwaaiende handen tegen de microfoon aanstoot. Of wij tijdens de regel in het lied over onze zonden “daadwerkelijk daar aan gedacht hebben? Dat wij zondig zijn? Ja? Mooi; dan kunnen we door.” De vraag voelt verwarrend aan in verhouding tot de rest van de boodschap. Die lijkt meer uit te gaan van het positieve in de mens. Thema van de preek is de vredesboodschap. We worden opgeroepen onze vijanden te zegenen. Om de boodschap over te brengen krijgen we voorbeelden te horen van Christen 1 en Christen 2. Christen 1: een man die een woeste buurman heeft. Niet te sussen valt de ruzie en dus bidt christen 1 voor hem. Christen 2: een vrouw waarvan de buurvrouw haar niet wil teruggroeten. Voordat we te horen krijgen hoe de verhalen aflopen, zal de dominee eerst nader ingaan op de voorgelezen Bijbelpassages. We raken in een vicieuze cirkel van haat wanneer we onze vijand net zo benaderen als hij ons. De huwelijkscatechese van de NGK wordt daarbij aangehaald. Je hebt neushoorns – direct in de aanval – en je hebt egels – die in zichzelf gekeerd zijn. En dus moeten we onze ongenoegens bij God leggen en ons concentreren op het zegenen van de vijand. Alhoewel de dominee wel de retorische vraag weet te stellen of je niet woede kunt vertonen die nut heeft, weet hij daar geen passend antwoord op te vinden. Geen voetnoot dat Jezus ook regelmatig boos werd of iets in die richting. Jammer. De voorgelezen Bijbelpassages zelf bieden daarentegen veel stof tot nadenken. Na afloop praten nog veel mensen er over na tijdens de koffie.

De preek eindigt met de afloop van de situatie van Christen 1 en 2. Met de buurman werd Christen 1 nooit echt vrienden, maar ze hadden niet meer het gevoel te moeten verhuizen. Christen 2 kreeg langzamerhand steeds vaker een groet terug. Niet echt voorbeelden waarvan je uit je dak gaat, om het zacht uit te drukken. Er wordt afgesloten met een lied. Vooraf luidt de opdracht dat we dit moeten proberen te zingen met onze vijand in gedachten. Die tijd gebruik ik om vast te stellen wie dat moet zijn.

De eerste vrouw die mij na de dienst aanspreekt, vermeldt als eerste dat deze kerk enkel gastdominees heeft en dat deze van wisselende kwaliteit zijn. Een verwijzing naar vandaag? Hoe dan ook. De sfeer voelt op zich goed, de aanwezige mensen blijken vrijzinnig te zijn, evenals de boodschap om voor anderen te zorgen en Jezus te leren kennen. Desondanks vrees ik dat de beweging geen lang leven meer beschoren zal zijn vanwege de – weliswaar in de jaren ’50 vast vernieuwende – nog altijd oubollige vorm.


Score
Gastvrijheid: 8. Op de valse start na, ben ik in geen enkele kerk zo hartelijk ontvangen als hier. Van alle kanten word ik aangesproken, krijg ik koffie en koek aangeboden en heb interessante gesprekken met diverse mensen. Ongeveer twintig procent van de aanwezigen verlaat na een kwartier de kerkzaal voor de de kindernevendienst. Achter me zit een eenzame adolescent die keurig de liederen meezingt maar gedurende de preek non-stop met zijn mobilofoon in de weer is.

Liederen: 4. Er staat een prachtig orgel opgesteld aan de achterkant van de kerk. Dit blijft ongebruikt. Enkel een pianist begeleidt op niet al te melodische wijze.

Internet: 7. ‘U bent beland op de website van..’. Pardon? Alsof ik er per ongeluk verzeild ben geraakt, een vergissing. Nee hoor, moedwillig bezoek ik de site om te achterhalen waar ze kerken en waar ze voor staan. Behoorlijk ouderwets, maar desondanks keurig verzorgd.

Preek: 5. In wezen komt het erop neer dat de Bijbelpassages vier keer herhaald worden. De daaromheen verweven verhaaltjes geven weinig toevoeging aan de boodschap. In de inleiding schetst de predikant het beeld van Jesaja die compleet overrompeld wordt door het aanschouwen van een gedeelte van God in de hemel. De manier waarop het verhaal gebracht wordt, verraadt veel van de manier waarop de Nederlandse Gereformeerde kerk denkt. Dit is weliswaar een fraai beeld, maar eveneens zeer binnenkerkelijk.

Tags:

Share |

Laat een bericht achter