|
30 Oct |
De duif |

Regelmatig is het me overkomen. Dat vreemde voorgevoel dat ik voor een dichte deur zou komen te staan. Bij gebrek aan bezoekers, of vanwege een zieke dominee, of door het ontbreken van de oppasjuf. En nu is het dan eindelijk zover. Tien voor half elf sta ik voor een potdichte kerk. Nergens een briefje dat de dienst afgelast of verplaatst is. Enkel een vlag om reclame te maken voor een expositie. Nergens een spoortje van de beoogde Duif gemeenschap. Zou het moment dan toch zijn aangebroken? Het einde der tijden, waarbij alle christenen zijn opgestraald? En ik dacht al bijna te zijn doorgedrongen tot de gelukkigen. Wat te doen? Met Google maps precisie probeer ik de dichtstbijzijnde nog niet bezochte kerk op te sporen. Terwijl ik in gedachten al in Amsterdam-West ben, zie ik vanuit mijn ooghoek ineens de Amstelkerk. De houten kerk associeerde ik altijd enkel met het aldaar gevestigde pannenkoekenrestaurant, maar ook via een andere deur zie ik iemand naar binnen glippen. Toch maar even kijken dan. En ja hoor! Hier zitten mensen keurig op stoeltjes te wachten.

Enkele mensen houden een liturgie vast. Echter niemand bij de deur en niks op de foldertafel. Wanhopig begin ik een rondje te lopen. Vanachter een grote pilaar komt ineens een mevrouw tevoorschijn met een dik pak papier in d’r handen. Verrek, op de liturgie staat dat de Duif-gemeente hier haar dienst houdt, terwijl op de voordeur nog stond dat de Amstelgemeente hier kerkt. Alhoewel de verwarring compleet is, ga ik met een gerust gevoel zitten.
Vandaag is het de dag van de stilte. Nodeloos om te zeggen dat het thema stilte is; in de liturgie omschreven als ‘De wind ging liggen en het water kwam tot rust’. Een verwijzing naar Lucas 8:24 die later ook voorgelezen zal worden. Begonnen wordt er echter met een tekst van de Perzische filosoof Rumi. Het lied van de karavaan. Dat gaat over God die er voor je is, ook al heb je duizenden keren gezondigd. De overige liederen gaan eveneens eerder over de mens die op zoek is naar God of vice versa, dan dat ze over stilte gaan. Maar misschien wil de pastor duidelijk maken dat er een connectie bestaat tussen de twee? Eerst zal er gemediteerd worden. Een dame luidt de stilte in en roept van die typische meditatiewoorden. “Laat het gaan, laat het vallen, laat het los”. Net als op ben gestegen, zegt de dame plotsklaps “adem langzaam in”. Was ik potverdrie net begonnen met uitademen! Spontaan begin ik te hyperventileren om in hetzelfde ritme te geraken. Na net weer te zijn opgestegen, zegt de mevrouw ineens “voel de connectie met de grond via je benen”. Waarop hoorbaar de halve zaal de voeten optilt en weer neer laat ploffen. Gelukkig duurt de meditatie niet al te lang en begint de gitarist het gedicht van Rumi te zingen. Vervolgens zingt het 9-koppige koor het lied Die mij droeg op adelaarsvleugels van Huub Oosterhuis. Net als bij alle andere liederen zingt het publiek niet, of binnensmonds mee.

En dan volgt de geloofsbelijdenis. Aan de mensen zie je al dat het wat zweverige types zijn die overal hun inspiratie vandaan halen. Dit beeld wordt bevestigd in de belijdenis en het daaropvolgende tafelgebed. God blijkt in ons zelf te zitten, waar hij wacht tot wij hem gevonden hebben. Op zich is de boodschap mooi, maar de teksten zijn zo esoterisch dat ik er weinig binding mee heb. Bij het ophalen van het brood wordt er ook al iets eigenzinnig bij gezegd. In plaats van het gebruikelijke “de vrede van Christus”, krijgen we te horen: “vind de stilte”. Dit wordt door een oude man achter me beantwoord met een hele luide “WATBLIEF?!”
De preek zou ik eerder een aanreiking noemen. Fragmentarisch worden allerlei voorbeelden genoemd waar stilte een rol in speelt. De uitspraak ‘Ik denk dus ik ben’ – die de voorganger aan Immanuel Kant toedicht, oeps – wordt nu geïnterpreteerd als ‘Ik doe dus ik ben’. Oftewel: we hebben het te druk om aan stilte toe te komen. En door de stilte op te zoeken, kom je tot jezelf. Dit wordt verduidelijkt door alle besproken onderdelen aan te stippen. Het blijft overal echter bij aanstippen, nooit wordt een van de onderdelen uitvoerig – of krachtig – besproken. Uiteindelijk moet je dus zelf uitzoeken hoe de stilte gevonden kan worden. Dat geeft niks, want we hebben genoeg aanreikingspunten gekregen om mee aan de slag te gaan. En misschien is dat maar beter ook want de meditatiesessie was overduidelijk in deze vorm niks voor mij.

Aan het einde van de dienst worden we uitgenodigd om deel te nemen aan een stiltetocht door de stad. Dat klinkt leuk, maar eerst wordt er geluncht in de P.C. Hooftstraat. Pardon? Zelfs op mijn verjaardag ben ik financieel nog niet in staat daar te lunchen. Een kerk voor de jetset, vandaar het zweverige randje. Maar wel voor een inmiddels oude generatie. Ik ben benieuwd of de jonge generatie binnen de doelgroep deze vorm eveneens ziet zitten.
Score
Gastvrijheid: 5. Een dichte deur, geen doorverwijzing, geen ontvangst bij binnenkomst, er wordt overduidelijk enkel gedacht aan de vaste gast. Toch blijken er andere onbekenden zijn, want de man die opening verzorgt heet alle nieuwe gezichten welkom. Allicht zijn deze gezichten van de Amstelkerk. Er zijn in ieder geval veel mensen die niet deelnemen aan het Avondmaal of de geloofsbelijdenis.
Liederen: 8. Het lijkt wel het beste van Huub Oosterhuis. Stuk voor stuk ontroeren ze me. Zelfs meegebrachte atheïsten en ietsisten waren geraakt door de teksten. Het koor brengt ze ook mooi. De gitarist heeft een goede stem en speelt zijn partijen vakkundig.
Internet: 5. Zeer ouderwets en bijzonder lelijk. Daarentegen is alle benodigde informatie te vinden. Achteraf zijn alle teksten uit de dienst terug te lezen.
Preek: 7. De aanreiking is gevuld met vele passende voorbeelden. Vooral jammer vind ik het dat er nauwelijks wordt ingegaan op de voorgedragen Bijbelpassage. We leren dat Jezus kalm bleef en de andere mannen aanstuurde, maar ik had graag wat langer bij het verhaal stil gestaan.
Tags: oecumenisch, Oosterhuis
Gepost in Kerkbezoek op 30 Oct 2011 door admin

