|
20 Nov |
Apostolisch genootschap |

Gek eigenlijk, als je door dichte mist fietst zou je moeten denken dat je je aan de onderkant van de hemel bevindt. De wolken zijn simpelweg naar beneden gekomen om je als een lift langzaam omhoog te tillen. Maar met slechts twintig meter zicht voel ik me eerder aanwezig in een Dantesk voorgeborchte. De huizen aan de overkant van de weg zijn niet te zien. Misschien ben ik de kerk allang gepasseerd? Dan, vanuit het niets, doemt de grote toren van de Apostolische kerk voor me op. Gelukkig, er is licht aan het einde van de tunnel.
Noem me ouderwets, maar ik word er vrolijk van als een man, gestoken in driedelig pak met nette jas me voor de kerk opwacht en de deur voor me openhoudt terwijl hij me welkom heet. Ook in de gang word ik verwelkomd door mannen en vrouwen. Alhoewel ik in eerste instantie misgrijp vanwege mijn beslagen bril, schud ik driftig de naar me uitgestoken handen. Het is alsof de verloren zoon is teruggekeerd.

Eenmaal in de kerkzaal sta ik er weer alleen voor. Nergens een liturgie of liedboek te vinden. Dan maar bij anderen de kunst afkijken. En wat blijkt? In de achterwand zijn onopvallende schuiflades ingebouwd waarin de gezangboeken bewaard worden. Het 30-koppige koor bevindt zich aan de rechterzijde en is alvast begonnen met zingen. De overige aanwezigen bezetten de linkervleugel. Kennelijk is het gebruik dat zonen van koorleden naast hun vader zitten. Twee jongens kijken vanaf rechts wat beteuterd naar de overzijde alwaar leeftijdsgenoten aan de linkerkant al lachend bijpraten.
Als er vooraan de kerk op de deur geklopt wordt, staat iedereen als de wiedeweerga op, de voorganger heeft op deze wijze immers aangekondigd in aantocht te zijn. Gedurende de vijf minuten die het openingspraatje in beslag neemt blijft iedereen in het gelid staan. De voorganger staat onder een wereldbol waarin een fakkel te zien is die door een hand wordt vastgehouden. Erboven pronkt een schitterend orgel met koperen buizen. De voorganger doet de treurige mededeling dat een gemeentelid is overleden. Vervolgens poneert hij de retorische stelling dat het toch ook geen pretje is om, als je zo oud bent, mee te maken dat steeds meer vrienden je ontvallen. Het publiek antwoordt massaal met een luide ‘JA’. Ik schrik me een hoedje; oh god nee hè, ben ik in een sekte beland? Bij meerdere mededelingen – zoals dat het mistig is buiten – herhaalt dit ritueel zich. Mezelf wijsmakend dat het eigenlijk een enorme familie is die graag alles met elkaar deelt, probeer ik mijn onafhankelijke blik te herpakken. Dan krijgen we het signaal dat we mogen gaan zitten en begint het koor het eerste nummer te zingen.
Zo ongeveer alle liederen lijken heden ten dage geschreven en hebben veel weg van de nummers die Coot van Doesburgh onlangs schreef. Sommige zijn wel mooi, maar vele stijgen tekstueel niet boven de triviale liefdesliedjes uit, waardoor het op een gegeven moment wel erg veel van hetzelfde is. De melodieën compenseren dit vaak wel ten dele.

Een duidelijke lijn is niet echt te ontdekken in de dienst. De voorganger praat over het onderwerp van de dienst – in dit geval de rechten van kinderen – vraagt het koor een lied te zingen, om daarna de draad weer op te pakken. Via allerlei weetjes wordt het onderwerp nader toegelicht. Wist je bijvoorbeeld dat de kinderrechten pas in 1990 zijn opgesteld en dat slechts twee landen ze niet hebben geratificeerd? De Verenigde Staten omdat ze de doodstraf voor kinderen anders moesten schrappen, en Somalië. ‘Het laatste land is logisch, daar kunnen ze waarschijnlijk niet eens lezen en schrijven’. Een vreemde manier om het te verklaren als je het mij vraagt. Maar goed, dit soort slordigheden nagelaten, weet de voorganger mooie anekdotes op te lepelen om het verhaal kleur te geven. Zo staat hij stil bij de tekst van een Marco Borsatonummer over de oorlogsbeleving van kinderen en vertelt hij over zijn kleinkinderen die zelfs in de winter ijs krijgen na het spelen. Tussen neus en lippen door laat hij ook zich ook nog ontglippen dat hij ‘wel eens denkt, GVD, dat dit mij nou moest overkomen’. Aha, betrapt! Ook afgekorte scheldwoorden, blijven scheldwoorden. Zelf kan ik het hebben. Ik vind zelfs dat godsgetrouwe mensen de enigen zijn die in staat zijn de verdoemenis van de in hun ogen bestaande entiteit over zich af te roepen. Atheïsten kunnen goed beschouwd enkel zeggen ‘Niksverdomme’. Maar zelfs op dit vlak hebben ze hulp van de gelovigen nodig.
Waar waren we ook alweer gebleven? Oh ja, tegen het einde geeft de voorganger het woord aan twee andere mannen die vertellen dat we het hier inderdaad maar erg goed hebben. Een van hen maakt de toepasselijke opmerking dat de pessimist vanochtend dacht ‘hè, wat een pestmist’ en de optimist dacht ‘ het trekt wel op, die mist’. Vervolgens is het tijd voor het Avondmaal dat hier wordt aangekondigd als de rondgang. Vier mensen zijn aangesteld om een in wijn gedoopte hostie op de palm van je hand te leggen en wat wijze woorden uit te spreken. Tussen hen in staat een man met een collectehengel, maar niemand gooit er iets in dus het zal wel een ander Heilig doel dienen. Tenslotte houdt de voorganger een afrondingspraatje waarvoor iedereen weer is gaan staan. Hij heeft nog een laatste opmerking, maar daar kan hij in de gauwigheid niet op komen. Minutenlang blijven we trouw staan terwijl de man overpeinst wat het ook alweer was. Gelukkig fluistert iemand het uiteindelijk in en kunnen we gaan. Het koor zingt ons uit.
Score

Gastvrijheid: 8. Keurig geregeld. Jammer van de verstopte liedboeken. Na afloop krijg ik wat folders mee. Daar staat vermeld dat het leven een kostbaar geschenk is en dat we net als Jezus het goddelijke in onszelf kunnen aanspreken. Deze vorm van geloven zal jongeren eerder aanspreken dan bijvoorbeeld het Rooms-katholieke gedachtegoed. Iedereen is keurig gekleed, alle volwassen mannen in pak, dus je dient wel voorbereid naar de kerk te gaan.
Liederen: 7. Goed verzorgd, maar erg veel van hetzelfde. Af en toe duiken verborgen pareltjes op. De mannelijke koorleden krijgen deze ochtend een stuk meer aandacht. Zij mogen voor het podium twee liederen ten gehore brengen. Ook de jongeren krijgen de kans twee nummers te zingen. Een voordeel is dat er regelmatig nieuwe liederen bijkomen. Nadeel daarvan is echter dat deze nog niet waren toegevoegd aan het liedboek.
Internet: 9. Nou ja zeg, een unicum op websitegebied. Overzichtelijk, heldere taal. Zo wil ik het vaker zien. Nu nog de sociale media opzoeken.
Preek: 6. Zoals gezegd is er geen echte preek, maar een lang verhaal met interrupties. Er komen vele interessante onderdelen aan bod. Maar al met al – de dienst duurt bijna anderhalf uur – was het behoorlijk langdradig waardoor het moeilijk was non-stop de aandacht erbij te houden. Met de juiste vaart erin zou het al een stuk aantrekkelijker worden en passen bij de hedendaagse wens om het geloof met elkaar te kunnen delen. Namelijk actuele zaken te bespreken en daar betekenis aan geven. Wat wel ontzettend tegenwerkt is dat de dienst al om half 10 begint! En met al die nette pakken en massaal antwoorden op de dominee voelt het behoorlijk incrowd aan. Bovendien wordt er regelmatig gerefereerd aan de wijze woorden van de Apostel. Apostel Paulus? Denk ik in het begin. Nee, ze hebben een opperleider die extra veel zeggingskracht heeft. Het zal vast extra binding geven in de grote familie, bij een leek komt het toch over als een paus/grootmoefti/ayatollah. En juist de gedachte aan deze patriarchale ‘overheersing’ laat het bij ons jeuken.
Tags: coot van doesburgh, oecumenisch
Gepost in Kerkbezoek op 20 Nov 2011 door admin


December 2nd, 2011 at 16:55
Hoi,
Ik heb genoten van het artikel wat je hebt geschreven!
Graag zou ik je uitnodigen om een keer naar Arnhem te komen waar je mogelijk ook verschillen kunt waarnemen tussen de verschillende locaties en hoe de diensten inhoudelijk worden gegeven!
Met vr. gr.
Machiel Siegers ( jongere uit de gemeenschap Arnhem )
December 5th, 2011 at 15:27
Beste Machiel,
Bedankt voor de reactie en het aanbod. Arnhem is net wat te ver om zondagochtend vanuit Amsterdam te bezoeken. Mochten er echter leken in Arnhem – of andere steden/dorpen – te vinden zijn, zijn ze van harte uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan de website.
Hartelijke groeten,
de redactie
December 26th, 2011 at 20:05
Hallo,
Wat leuk om dit zo eens te lezen;
het is altijd verfrissend als je leest hoe een dienst op een niet-apostolisch lid overkomt. Dat kan helpen om ook weer eens nieuw naar je zelf te kijken.
En je ziet ook welke gebruiken voor jezelf als vanzelfsprekend gelden.
Mogelijk dat een korte toelichting aan de bezoeker nog een welkome aanvulling voor hem en het artikel zou zijn geweest.
Mocht daar interesse voor zijn, dan kan dat natuurlijk altijd nog.
Hartelijke groet, Harm van Beek.
January 18th, 2013 at 12:12
Jaren heb ik me hier doorheen moeten worstelen. Al zeggen ze “er is geen drang” het voelde toch wel zo. Er werd behoorlijk aangedrongen op elk vlak. Het begon al bij : te korte rokken, ogen te veel opgemaakt, te jong verkering, verloven hoorde met je ouders erbij, slapen mocht je niet onder 1 dak met je vriendje, nee, het bleek veel leuker, ik was verplicht te slapen bij zijn broer en gezin. Blijkt die broer later door Spoorloos gezocht te worden, en bleek een buitenechtelijk kind te hebben waarbij hij de volgende woorden uitsprak: ik ben wel de verwekker, maar niet de vader. Allen “Apostolischen”, ik denk persoonlijk als de beerput eenmaal opengetrokken wordt de gebouwen nog verder leeg zullen lopen en ook het Apostolisch Genootschap eindelijk de ontkerkeling onder ogen zal moeten zien.