| |
|
Dorstigen te drinken geven door ds. Judith van der Werf
In de week na de grote media-actie voor de slachtoffers van de tsunami in Azië, stond er in het dagblad Trouw een groot artikel over vervuild drinkwater in Bangladesh. Daar werden jaren geleden – ook door grootscheepse hulpacties – waterputten geslagen. Ziektes werden teruggedrongen, bewoners kregen een menswaardiger bestaan. Totdat bleek dat door het watergebruik het grondwater zakte en zich vermengde met giffen in de ondergrond, waaronder arsenicum. Nu worden de mensen ziek van het drinkwater en sterven een gruwelijke dood. De verwachting is dat het aantal slachtoffers ver uitstijgt boven dat van de tsunami. Er waren wel mensen die aan de bel trokken vanwege de tekenen die ze zagen, maar pas 5 jaar geleden werden er waterfilters geplaatst. De jongste kinderen hebben nu in elk geval een overlevingskans. Maar wat moeten zij straks zonder familie? En Bangladesh is niet het enige land dat door deze milieuramp bedreigd wordt. (Trouw, 14 januari 2005).
Water betekent leven Water, schoonwater, drinkwater, betekent leven. Zonder water kun je maar een dag of wat. Dat weet je, maar je realiseert je vaak niet wat dat betekent. Het is zo vanzelfsprekend om de kraan open te draaien en water te hebben. Mijn ouders hadden vroeger nog een waterton staan om het regenwater in op te vangen. We hadden op het erf ook een put waaruit water kwam waarmee gekookt werd en we ons wasten. En misschien kent u nog de bordjes op weg naar vakantie met ‘pas op, geen drinkwater!’ Voor ons is dat alles verleden tijd, soms met een romantisch waas omgeven. Maar wereldwijd is de beschikbaarheid van schoon water nog steeds een luxe, die slechts voor een beperkte groep mensen bereikbaar is. Op de meeste plaatsen is er gebrek aan (drink)water, met alle gevolgen van dien. Of er is strijd om de waterrechten. Alleen wie de toegang bezit tot de waterbronnen, heeft kans van leven en dus toekomst. Dat was al in de oudheid zo. Daarom was en is het dichtgooien of vergiftigen van bronnen in tijden van oorlog of bezetting zo doeltreffend, en onmenselijk. Natuurlijk kan de techniek de marges van het menselijk bestaan wel wat oprekken. Door ontzilting van water, door irrigatie en hergebruik, is er in droge gebieden meer kans van leven.
 Maar er zijn altijd ook belangen in het spel die vóórgaan op de nood van mensen en dieren. Zoals bijvoorbeeld het leven bruist in Las Vegas en Koeweit – beiden gelegen aan de rand of in de woestijn – zo gaat het in vergelijk-bare gebieden in Noord en Midden- Afrika niet. Rond de Sahara wordt geen waterleiding aangelegd. En dus gaan er daar jaarlijks duizenden mensen dood of aan de zwerf, vanwege het gebrek aan water.
|
|
|
Wederkerigheid Als dorst realiteit is, is het lenigen ervan noodzaak. Al in de vroege kerk is het geven van drinken aan dorstigen gezien als een werk van barmhartigheid. zie Mattheüs 25, 31 – 46
 (Klik op de afbeelding voor het hele fragment)
Je doet het niet omdat het moet, maar omdat de dorstlijdende je raakt. Daarom kom je in beweging. Je hoeft er niet eens over na te denken, je doet het gewoon. Eigenlijk zoals die golf van hulp en meeleven op gang kwam na de tsunami. De nood raakte ons. Van klein tot groot zetten mensen hun creativiteit in om geld bijeen te brengen. Kinderen bedachten snelle acties en gingen ermee langs de huizen. Alles en iedereen hielp mee. Ontroerend en bemoedigend. Even waren bestaande tegenstellingen overwonnen en grenzen doorbroken. Even was er het gevoel dat we mensen van één wereld zijn. Maar er gebeurde meer dan een menselijk gebaar. Alsof – om zo te zeggen – de ramp en wat er op volgde ook raakte aan onze eigen dorst. Dorst naar iets positiefs, naar een andere kijk op de wereld en onszelf. Even weg van de strijd tegen het terrorisme, weg van de tweedeling in onze bevolking, weg van de angst en het gevoel dat ons land scheurt. Eindelijk konden we weer gemeenschappelijk iets voor elkaar krijgen, we hadden samen weer iets. Er was een soort van wederkerigheid in wat gebeurde. Het goeddoen kwam ook ons ten goede. Wij werden als het ware even uitgetild boven de dagelijkse zorg en onrust. En we zagen onszelf en elkaar in een ander licht, van een andere kant. Daar was niemand op uit, het gebeurde gewoon. Terugkijkend vraag je je af waarom zo’n actie niet vaker gebeurt. Wat houdt ons tegen om in beweging te komen voor Bangladesh, Darfur, of leed dichtbij? Raakt hun nood ons minder? Of zou het feit dat we het niet doen, misschien ook te maken hebben met dat we onze eigen dorst vaak niet (onder)kennen?
Dorst en spiritualiteit In veel bijbelverhalen speelt dorst een rol, zoals wanneer Israël door de woestijn trekt nadat ze zich bevrijd hebben uit Egypte. Dan komt er een moment dat er geen water meer is, de mensen morren en willen terug (Exodus 17). Vervolgens slaat Mozes, die als leider optreedt, op een rots, en er komt water uit. Een wonderlijk en intrigerend verhaal, ook als je weet dat zelfs de woestijn waterreservoirs bevat, ónder het zand en in de rotsformaties, water uit een ver verleden. Mozes doet als het ware een beroep op een bron die er is, maar verborgen. Letterlijk, maar ook symbolisch. De verteller speelt met die dubbele betekenis: dorst is ook echt dorst naar water, maar ook naar spiritualiteit. Dorst is ook verlangen naar echt leven, verlangen naar gerechtigheid, déze wereld ànders. Een ander voorbeeld: ‘Zoals een hinde naar waterbeken smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God’, zegt de dichter van psalm 42. Hij ervaart vijandschap, hij komt agressie tegen. Het put hem uit en maakt hem machteloos. In zijn poging zich te verstaan met wat hem overkomt, herinnert hij zich wat hem ooit houvast heeft gegeven. Hem komt het beeld voor ogen van een feestvierende gemeenschap, waar je thuis bent en samen deelt. Dát beeld voedt hem en wordt hem tot een bron, een ander spoor.
|
|

Wat is jouw dorst? ‘Kun jíj het je voorstellen dat de bevolking van Sri Lanka ons hier zou komen helpen zoals wij hen?’, vroeg iemand onlangs. ‘Nee, niet zo’, zei ik, ‘maar wel anders, spiritueel bijv. Op spiritueel gebied is er in de omgekeerde richting allang een stroom gaande die mensen bevrucht en die bestaande grenzen van taal en geloof opheft’. Als ik terugkijk op de afgelopen jaren, dan zijn mij een aantal dingen aangereikt, die ik zowel in mijn eigen als in oosterse tradities tegenkom. Ik denk bijvoorbeeld aan het oefenen van stilte, leegte, niets doen. Stil worden vraagt tijd en ook een zekere regelmaat. Je zelf leeg maken is oefenen in aandacht en openheid voor wat zich aandient. Wat ik langzaamaan ontdekte, is dat er plaats kwam voor een andere manier van kijken, kijken zonder te oordelen, voor verwondering, dankbaarheid. Het geeft ruimte, het werkt zuiverend, je durft meer hier en nu te zijn, te handelen. Ja, je ervaart ook hoe vol je vaak bent, hoe weinig open. Of dat je niet meer weet welk verlangen je drijft of draagt. De laatste tijd sta ik er bij stil om wat zich als een paradox, als strijdig, tegengesteld voordoet in het leven, ook echt te doorvoelen en de spanning uit te houden, zonder de ene of de andere kant te ontkennen. Het kan om denkwijzen gaan of om gevoelens. Zoals wanneer je groot verdriet ervaart en toch ergens weet van vrede; of dat je een bepaald verlies doormaakt en zowel een benauwende leegte voelt en ook vruchtbare grond. Anders dan tot één waarheid te komen, één denkrichting, probeer je de spanning uit te houden van het een en het ander. Volgens een Arabisch gezegde schiep Allah de woestijn als zijn tuin, waaruit hij alle leven verwijderde om in rust en vrede te kunnen wandelen. Omdat, zo is de ervaring, het uithouden van die spanning, je geest en je verlangen opent voor een ander, een nieuw verstaan. Zo is er meer te zeggen. De dorst van ieder mens is weer anders. Het is zoeken om jezelf open te houden voor wat gebeurt. En de bronnen, die er zijn, te vinden om water uit te putten.

‘Mij dorst!’ Straks begint de veertig-dagen-tijd. Overal op de wereld zullen mensen, gedachtig aan de kruisweg van Jezus, stilstaan bij verschillende momenten van zijn weg. Bij elk van die zogeheten staties zullen teksten klinken, teksten uit de bijbel en ook teksten van nu. Ze verwijzen naar concrete nood. Dorothee Sölle vertelt over de kruisweg in Canto Grande, een sloppenwijk in een woestijngebied in Peru, waar het gebrek aan water hét probleem is. Bij de statie ‘Mij dorst!’ (Joh. 19: 28) spelen vrouwen en kinderen een demonstratie na. (Lees hier de tekst van Dorothee Sölle)
Maandblad Mensen van het IKON pastoraat (2-2005)
|