Zeven werken van Barmhartigheid
  ZONDAG  26 MEI 2013
   Zeven werken van Barmhartigheid   

HOME Barmhartigheid  Meester van Alkmaar, naakten kleden

 

Naakten kleden
door ds. Judith van der Werf

Ik zie het nog voor me dat onze zoon
geboren werd. De eerste aanblik, de verwondering dat het een jongen was, en gezond. Het doorknippen van de navelstreng en daarna het kennismaken: een nog nat bloot lijfje op je borst. Huid op huid; hem ruiken, aanraken, proeven, horen. Aftasten of de naam die je gekozen hebt past bij dit kind. Voor mij duurden die eerste minuten veel te kort. Er moet nog van alles gedaan, zei de zuster in het ziekenhuis: wassen, wegen, testen, prikken, een heel protocol. Vervolgens werd hij aangekleed in een wiegje gelegd, apart. Wat had ik hem graag bij me in bed gehouden, bloot, gehuld in warmte en liefde. Maar aankleding, met een hemdje en een luier, is een stap die gezet moet worden. Want kleren maken toch de mens!? Het kleden van naakten, genoemd als vierde werk van barmhartigheid, zou je in dit licht kunnen zien, als aankleding met menselijkheid. Mensen kunnen voor elkaar een omhulling van warmte zijn, letterlijk en figuurlijk. Een mantel van liefde, zoals mantelzorg of palliatieve zorg bedoeld is. Omhulling die deze mens op het oog heeft, die warmte geeft en vrij laat. Anders dan de spreekwoordelijke mantel der liefde die vooral moet verhullen en verbloemen wat niet gezien of gezegd mag worden, kan deze mantel een mens terecht brengen, mens laten zijn en worden.
Kleding, zonder persoon, bron: flickr.com/chezrump

Je bent wat je draagt
Kleren geven warmte en bescherming. Maar in onze westerse wereld zijn kleren zijn vooral ook middel tot expressie. Je drukt ermee uit wie je bent, hoe je je wilt presenteren of bij welke groep je horen wilt. De plooirok, het naveltruitje, de hoofddoek, het hoedje spreken elk hun eigen taal. Kleding onderscheidt, geeft status en positie weer, of ook een geloof. De man met piercings en tatoeages plaats je ergens anders dan iemand in krijtstreeppak of Lonsdale kledij. De agent moet op straat in uniform zijn, omdat hij of zij anders niet als agent gezien of beleefd wordt. Je bent dus wat je draagt. Of niet? Voor veel mensen speelt de heersende mode een grote rol, anderen willen zich gewoon lékker voelen in de kleren die ze dragen. Soms zoeken mensen hun toevlucht tot een bepaalde soort kledij omdat de groepscode ook een zekere anonimiteit biedt waarachter je als individu schuil kunt gaan. Want er is moed voor nodig om af te wijken van de groepsnorm en lak te hebben aan de blikken van anderen. Zo veelzeggend zijn kleren, beschermend en verhullend tegelijk.

 


Ik voel me naakt
Naakt zijn is niet perse hetzelfde als geen kleding dragen. De meeste mensen gebruiken het woord naakt om aan te geven dat ze zich naakt vóelen:
kwetsbaar, onveilig, uitgekleed of beschaamd. Zoals een Marokkaanse vrouw zei: ‘als je geleerd hebt je dicht te kleden, dan voelt het naakt en onveilig om open gekleed over straat te gaan’. Of bijv. als je je voor een onderzoek moet uitkleden, dan voelt het al minder onbeschermd en weerloos als de bejegening persoonlijk en zorgvuldig is. En soms heb je het schaamrood op de kaken staan als je ziet hoe mensen bevraagd en verleid worden op de televisie om zich helemaal bloot te geven, om vervolgens uitgekleed, naakt achter te blijven. Ongewenste intimiteit, waarmee mensen zichzelf en elkaar omlaaghalen. Er is dus zoiets als eerbied nodig in de omgang met elkaar, willen we de omgeving waarin we leven menselijk houden. Dat is meer dan respect of zorgvuldigheid, het is vooral ook eerbied voor het geheim dat elk mens is.

Associatie 1
In de traditie van de bijbel geldt dat je niemand het (laatste) hemd van het lijf mag vragen. Je neemt een arme zijn kleed niet af, ook niet als hij schulden heeft. Want dat hemd is zijn laatste bescherming (Exodus 22: 25). En doe je het toch, omdat je er recht op hebt, dan moet je het terugbrengen vóór zonsondergang. Want hoe komt de man of vrouw anders de nacht door? De rabbijnen hebben hier een term voor: het recht moet in dit geval wijken ‘omwille van de hemel’. Anders gezegd: God staat op het spel als iemand zonder kleren komt te zitten, en dus gaat hier genade vóór recht (uit: Pinchas Lapide, De bergrede). Jezus in de bergrede verwijst op geheel eigen wijze naar deze grondregel. Hij zegt: ‘wil iemand met u rechten en uw hemd nemen, laat hem ook uw mantel'  (Mattheüs 5: 40). Hij zegt niet: ‘geef hem dan ook je mantel erbij’, maar ‘laat hem ook je mantel’. Een paradoxale maar ook ontwapenende aanpak waarmee een zwakkere partij hoogstwaarschijnlijk meer effect scoort dan wanneer hij hardnekkig zou vasthouden aan zijn rechten. Want de aanklager wordt nu in verlegenheid gebracht. Hij zal zich beschaamd voelen en dus van zijn actie afzien. Het is, zou je kunnen zeggen, een handelwijze die de gewone machtsspelletjes tussen mensen doorbreekt. Het maakt en houdt je menselijk, omdat de ‘zwakkere’ zichzelf niet verliest, en de ‘sterkere’ tot zichzelf komt.

"De nieuwe aussie* van de gabber"
een hervertelling van 'de nieuwe kleren van de keizer'

VPRO (1997): 'erwassus' 

* trainingspak

 

Elena Simons: "Jouw vod is mijn vintage"


Onstuitbaar vrij
Karin Spaink maakte jaren geleden een fotoboek over erotiek en lichaamsbeleving van mensen met een handicap, ‘Aan hartstocht geen gebrek’ geheten. Een spraakmakend boek, omdat de foto’s de mensen open en vrij liet zien, naakt en kwetsbaar en bovenal fier. De camera was geen ongewenste blik gebleken. Zo zou je het wensen tussen mensen, maar zo is het vaak maar ‘soms, even’. Het zijn van die geconcentreerde momenten van echtheid en fierheid, die je bij blijven en uitdagen, die je doen verlangen naar meer. Zoals Huub Oosterhuis dicht:

‘Maar ooit, Gij weet uit welke aardlaag,
uit hoe diepe moederschoot,
zult Gij mij ik zal blakend
nieuw en bloot naast u staan in licht
onstuitbaar vrij
zo nieuw als Gij.’

uit: Liturgische Gezangen, 246

Associatie 2
In de paradijselijke tuin, in het eerste bijbelverhaal, leven Eva en Adam open en bloot met elkaar, naakt. Ze voelen zich niet bedreigd door elkaar, noch beschaamd. Als ze, door de slang aangezet, eten van de vrucht van de boom, gaan hun ogen open, weten ze van onderscheid, van goed en kwaad. Ze worden zich bewust van de ander die kijkt en misschien (be)oordeelt. Ze voelen zich blootgesteld aan de ogen van de ander. Dat geeft vervreemding. En dus verhullen ze zich voor elkaar en voor God. Coert Lindijer zegt in zijn boek ‘Tasten naar schaamte’: ’Het is eerder uit schaamte over hun naaktheid dan door schuld om hun overtreding dat ze zich verbergen. Er is iets verschoven in de omgang met elkaar en daarbij hoort afstand. God proeft deze grensoverschrijding als hij hen roept ‘mens, waar ben je’? Het betekent het einde van het leven in de tuin. Ze zullen met moeite en pijn op aarde leven, van God vervreemd, maar niet zonder Hem. God maakt zelf(s) de kleren voor hen waarmee ze zich buiten de tuin kunnen bedekken’. Schaamte is een signaal, zegt Lindijer, het waarschuwt je waar grenzen worden overschreden, waar je vernederd wordt, geslachtofferd, of waar je onecht bent. Maar schaamte bepaalt je ook bij wie je bent, bij het geheim van een mens. Het is ook een vraag naar menselijkheid. 

Een mantel van liefde
‘Naakten kleden’ heet het vierde werk van barmhartigheid. We staan niet met lege handen. Je kunt iets doen aan de humanisering van de wereld. Mensen kunnen voor elkaar een mantel van liefde
zijn, troosten, geborgenheid geven, de wereld herbergzamer maken, elkaar fier doen zijn. In het doen krijg je jezelf terug, al doende worden we ook zelf meer mens.

Bron: Nag Hammadi Geschriften I en II. J.S. Slavenburg/W.G.Glaudemans, Ankh-Hermes/ Deventer, 1994. ISBN 90 202 1949 9.

uit: Maandblad Mensen van het IKON pastoraat
(04-2005)