| |
|
Doden begraven als werk van barmhartigheid door ds. Bram Grandia
In de maand november herdenken velen de doden, op Allerheiligen of op Allerzielen, op de eerste zondag van november of op 20 november, de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Mensen komen bij elkaar, noemen de namen van de overledenen, steken een kaars aan en zingen een lied. Ze gaan naar de begraafplaats om daar even te zijn of naar een andere plek die zo verbonden was met hun overleden geliefde. Juist wanneer we zien hoe mensen, zoals in Srebrenica of na natuurrampen, in massagraven worden gegooid, beseffen we hoe kostbaar het is om een mens vol liefde en tederheid te begraven of te cremeren. Zo ontstonden er in de middeleeuwen vanuit de kerk broederschappen van mensen die het niet konden aanzien dat armen en mensen die door verdrinking of een ongeluk om het leven gekomen waren als beesten op de mestvaalt terecht kwamen. Ze wilden er zorg voor dragen dat de mensen in gewijde aarde terechtkwamen begeleid door het gebed van de kerk.
“Ik laat me niet kisten” Hij stierf aan longkanker. Hij vocht om in leven te blijven, stuurde in zijn laatste maanden een rondzendbrief aan zijn naaste familie, vriendinnen en vrienden. Hij zette alles op alles om nog één keer een mooie reis te maken naar zijn geliefde Noorwegen. Met alle adem die in hem was lukte het hem. “Laat je niet kisten” was zijn levensmotto. Dat heeft hij tot voorbij het einde dood volgehouden. Hij lag na zijn dood op een draagbaar opgebaard in een mooi linnen doek. Zo lag hij ook in de kerk, ingewikkeld in een prachtige doek met Noorse motieven. Zo werd hij op de draagbaar in de aarde gelegd. Het ontroerde me. Toen hij uitgedragen werd uit de kerk was het zo duidelijk dat hier een mens van wie we heel veel hielden naar zijn laatste rustplaats werd gedragen. Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens.
|
|
|
Begraven als zevende werk van barmhartigheid De grote aandacht voor het begraven van een mens staat in een lange traditie. In de vorige nummers zijn zes werken van barmhartigheid aan de orde gekomen. Die werken zijn te vinden in de rede van Jezus over waar het tenslotte op aan komt (Matteüs 25: 31-46). Het begraven van doden staat daar niet bij. Dat is later in de christelijke traditie toegevoegd. Prachtig zijn de afbeeldingen van de zeven werken van barmhartigheid door de meester van Alkmaar. Als u goed kijkt ziet u Christus op elke afbeelding
Een belangrijke bijbeltekst om het toevoegen van dit werk te funderen is afkomstig uit het deuterocanonieke boek Tobith. In dat boek uit de derde eeuw voor Christus gaat het over de naar Assyrië weggevoerde Tobith. Tobith blijft trouw aan zijn joodse traditie, waarin het begraven van doden heel belangrijk is. Het is een prachtige tekst. De doden moeten vol respect behandeld worden. Hierom is Tobith in de vroegchristelijke traditie het voorbeeld van een barmhartige geworden. Zo werd het begraven van een dode tot het zevende werk van barmhartigheid. In de catacomben, de rustplaatsen waar de christenen begraven werden, zijn verschillende afbeeldingen uit het boek Tobith gevonden. Als beschermengel van Tobith treedt de engel Rafael op. Vandaag zijn er groepen die mensen begeleiden bij het sterven die zich Rafaelgroepen noemen.
Geven van de laatste eer Aan het begraven gaat het zoeken naar woorden vooraf. Het zoeken naar woorden om de laatste eer te geven aan een gestorven mens. Woorden die recht doen. “Dit is het laatste wat ik voor mijn moeder kan doen”, zei de jonge dochter van een vrouw die niet meer verder kon leven. “Ik kan haar nog één keer zeggen hoeveel ik van haar heb gehouden en wat ze voor me heeft betekend”. Ze las de brief aan haar moeder voor in de kerkdienst. We zijn vandaag op zoek naar nieuwe vormen. De teksten en liederen uit de bijbel en uit de christelijke traditie, de teksten vanuit de familie, de teksten van dichters, zangers en zangeressen komen samen. In dezelfde kerkdienst klonk naast “De Heer is mijn
|
|

Trijntje Oosterhuis zingt 'Kleine Jongen' bij het afscheid van André Hazes in de ArenaOp de begraafplaats Wanneer we rond het open graf staan gebruik ik vaak de bewerking door Niek Schuman van het “In Paradisum” Als ik die tekst lees, hoor ik in mijn hoofd het In Paradisum van Fauré. In deze tekst (al of niet op muziek gezet) klinkt de hoop door dat het rijk van God, dat de liefde sterker is dan de dood. Deze tekst heeft door de eeuwen zoveel mensen door de dood heen gedragen.
uit: Maandblad Mensen van het IKON pastoraat (11-2005) |