Zeven werken van Barmhartigheid
  ZATERDAG  18 MEI 2013
   Zeven werken van Barmhartigheid   

HOME Barmhartigheid  Meester van Alkmaar, de zieken bezoeken

 

Ik ben ziek geweest en jij hebt me bezocht
Door ds. Annemieke Parmentier

Ziek of gezond?
Een cynicus zei: “een gezond mens is iemand die niet voldoende of niet afdoende is onderzocht. Er is altijd wel iets niet gezond: Ik voel meer voor de omgekeerde benadering, die minstens net zo waar is: je bent nooit alleen maar ziek. Hoe ziek je ook bent, er is altijd wel iets gezonds in je te vinden. Op het ogenblik draag ik een klein zakcomputertje bij me. Ik heb het uitgereikt gekregen door iemand die werkt aan een proefschrift over burn-out. Dat heb ik zelf gelukkig niet, maar naast een aantal mensen met burn-out doet een gezonde controlegroep aan het onderzoek mee. Daar val ik onder. Een aantal malen per dag gaat er een signaal af en verschijnt er op het scherm een lijst met vragen die ik moet beantwoorden. Eén van de die vragen luidt: “ik let op dit moment op alles wat er in mijn lichaam gebeurt”. Elke keer wanneer ik die vraag ontkennend beantwoord, realiseer ik me hoe heerlijk het is om gezond te zijn. Als je gezond bent, let niet op wat er in je lichaam gebeurt. Het gezonde lichaam heeft geen weet van zijn bestaan. Het zieke lichaam wel. Het zieke lichaam vraagt om aandacht. Het moet weer gezond worden. Als de ziekte ernstig genoeg is betekent dit vaak dat je een ander nodig hebt: huisgenoten, een buur of vriend(in), een arts of verpleegkundige. En dan zijn er ook nog de bezoekers. Welke rol spelen zij? Rond een ziekbed heb ik de laatste tijd wat gemijmerd over ziekenbezoek.

Lon rapt over kanker
(featuring: Willie Wartaal)

Villalife oktober 2007

 

Bezoek
De zieke ligt daar. Zijn actieradius is beperkt geworden. Hij kan letterlijk en figuurlijk niet uit de voeten.
Niet uit de voeten kunnen. Bron, flickr.com/qathi
Er komt bezoek. Heerlijk om te merken dat je opgemerkt wordt in je ziek-zijn. Je bent blij dat er met je wordt meegeleefd. Maar het heeft ook iets ongemakkelijks. Het is ongelijk. Je bent iemand geworden die ontvangt. Hoe komt iemand op bezoek? Het lijkt wel of de zieke een extra zintuig heeft ontwikkeld om aan de reactie van het bezoek af te meten hoe het er met hem voorstaat. Alsof het bezoek een graadmeter is waaraan hij kan aflezen waar hij zich bevindt op de schaal tussen gezond en ziek. De patiënt ziet het ongemak in de blikken van de bezoekers. Ze kunnen niet verbergen dat ze schrikken om hem zo kwetsbaar in bed te zien liggen. Hij hoort hun stem die te bezorgd klinkt of juist te opgewekt, alsof ze de schrik en het ongemak willen compenseren. Ik merk zelf hoe moeilijk het is om op bezoek te gaan bij een zieke. Dat komt, denk ik, omdat iedere ziekte ons dwingt om stil te staan bij de broosheid van het bestaan. Wat de ander overkomt kan ook jou gebeuren en dat wil je liever niet weten. In iedere ziekte, zelfs in de minst ernstige, doemt iets op van de eindigheid van het leven. En we vinden het moeilijk om daarmee om te gaan.

Sympathisant of empathiesant
De Belgische priester Jean-Pierre Goetghebuer liep door een auto-ongeluk een dwarslaesie op. Hij schreef het boek “Handicap: onverklaarbare bondgenoot”. Hij gaat in op zijn handicap en het revalideren, en schrijft ook over de reacties van zijn omgeving. Hij deeelde zijn bezoekers op in de sympathisanten en de empathiesanten. Sympathisanten komen op bezoek, omdat het nu eenmaal zo hoort. Ze durven niet te vragen: “Hoe gaat het nu echt met je?” uit angst dat de ander niet zal zeggen: “Nou, een stuk beter, dank je”. De empathiesanten daarentegen zijn de mensen die echt betrokken zijn en zoeken naar een manier om voor de ander te doen wat hij of zij nodig heeft. Het zijn de mensen die niet bang zijn zichzelf te branden aan het leed van een ander. De empathiesant kan ook stil zijn en tijd en ruimte geven om het eigen proces te volgen.
Net als Goetghebuer heb ik gemerkt dat het kostbaar is als de zieke en de bezoeker beiden onder ogen durven zien dat het niet goed gaat, dat het misschien zelfs niet goed komt. Dan ontstaat er wederkerigheid. Dan wordt je als bezoeker ook ontvanger. Het is die wijsheid die naar voren komt in het verhaaltje over het waterglas.

 

Hopen en vertrouwen
Het uithouden met die kwetsbaarheid, het leven met het besef dat het glas breken kan, wordt door Jean Pierre Wils uitgelegd met de woorden “hoop” en “vertrouwen”. Hij schrijft daarover in het boekje “Hoop als helpende hand”, verleden jaar (2003 red.) uitgegeven door het Thijmgenootschap in Nijmegen.

Hoop, zegt Wils, verzet zich tegen de feiten. Wij hopen dat de situatie zal veranderen. Wie hoopt, verwacht dat iets buiten mezelf of buiten mijn context voor een onverwachte wending kan zorgen. Hoop kan irreëel zijn, je kunt hopen tegen beter weten in. Hoop kan ertoe neigen de feiten te negeren. Vertrouwen daarentegen past zich aan de omstandigheden aan. Wie vertrouwt, heeft weet van de kans dat zijn vertrouwen op de klippen loopt. Daarom stelt degene die vertrouwt zich kwetsbaarder op dan de hopende. Wie hoopt, laat in wezen niet los, wie vertrouwt wel. Men kan zich aan de hoop vastklampen, maar aan het vertrouwen niet. Wie vertrouwt, weet dat hij zich eventueel bij de feiten zal moeten neerleggen. Wanneer de feiten iemand dwingen de hoop te laten varen dan kan dat betekenen dat iemand in diepe hopeloosheid terechtkomt. Wie vertrouwt, weet dat hij of zij zich eventueel bij de feiten zal moeten neerleggen. En mochten die teleurstellende feiten zich voordoen dan is het vertrouwen wel beschaamd door de feiten, maar niet door wat of Wie boven de feiten uitgaat. Het is geen eenvoudige gedachte.

Misscchien denkt u: “Moet je dan niet hopen? Hoop is toch één van de basiswoorden van het christelijk geloof? U heeft gelijk, maar waar het mij om gaat is waar die hoop zich op richt. Als hoop zoiets wordt als de-wens-tegen-beter-weten-in dan kan die hoop je belemmeren om te doorléven dat dóórleven eindig is. Wanneer je vertrouwd raakt met die gedachte dan leer je te leven bij de dag. Of zoals ik de partner van een terminaal ziek iemand hoorde zeggen: “We genieten van elke dag, zolang er nog een dag is”. Dat betekent voor de patiënt en de bezoeker de situatie nemen zoals die zich aandient. Die uithouden met elkaar. Dan kan er een deur opengaan. Dan vindt er barmhartigheid plaats in de goede zin van het woord. Dan ben je als bezoeker de ander die niet alleen kwetsbaar is, maar ook krachtig. Iemand die niet alleen ziek is, maar ook gezond.

Maandblad Mensen van het IKON pastoraat
(12-2004)