ALJE KLAMER
  VRIJDAG  3 SEPTEMBER 2010
   ALJE KLAMER   
 

Aljeklamer

Ds. ALJE KLAMER



Radiogesprek

Van 1959 tot 1986 werkte ds. Alje Klamer bij het IKON pastoraat. In die tijd hield hij elke eerste zondag van de maand een radiogesprek. Hoewel het medium radio zich meer leent voor een toespraak dan voor een gesprek wilde Alje Klamer niets liever dan echt in gesprek gaan. Hij spreekt de mensen direct aan en roept mensen van harte op telefonisch of per brief te reageren. 

Geen bijbelteksten
Klamer besprak geen bijbelteksten. Hij vertelde graag verhalen over mensen, over hun worsteling met het leven. Uiteindelijk kwam hij dan vaak wel bij een bijbeltekst uit. Zo werd de bijbel een boek dat uit het leven gegrepen was.
Klamer besprak graag thema’s, hij had er een paar die hem zeer na aan het hart lagen. Met grote regelmaat vertelde hij verhalen over eenzaamheid, over mensen die hun gedachten en gevoelens niet durfden uiten. Over mensen die werden nagewezen door de buren in de straat, omdat ze ‘anders’ waren. Mensen die leven met de angst te worden gezien en negatief beoordeeld.

Het voorbeeld van juffrouw Rasker komt een aantal keer voor in de radiotoespraken: “Ik zat bij haar in de derde klas. Ze zei, wanneer ze op het bord ging schrijven: denk erom dat jullie netjes blijven zitten, want ik heb een oog in mijn rug. Lange tijd heb ik geloofd dat dat echt zo was.”

Mensen die leefden met de angst voor het alziend oog van God wilde Klamer laten kennis maken met vertrouwen en bevrijding.
“Alsof God niet ontzettend veel houdt van mensen, die heel gewoon bezig zijn en die, als ze tot rust komen, over alledaagse dingen gaan denken. Waar het mij vooral om gaat is, dat bidden een hardop denken kan zijn, het uitspreken van gedachten die niet langer verborgen mogen blijven”.

 

Psychologie
Alje Klamer doet een voortdurende oproep met een open blik te kijken, eerlijk te zijn naar elkaar en niet te veroordelen. Bij Klamer lees je meer psychologie dan verkondiging.
“En zo maken we elkaar en onszelf tot een onderwerp, Zo praten en vertellen we over elkaar als mensen, die al pratend dia’s vertonen om te laten zien hoe triest, hoe mooi en hoe interessant het allemaal wel is. Alsof we voortdurend gevraagd worden om lezingen te houden. Gelooft u ook dat we elkaar als het ware teveel op een stoel drukken om te luisteren naar “wat ik ervan vind” van de niet-gehuwde moeder, van eenzaamheid, van vluchtelingen, van kerstfeest en noemt u maar op.”, schrijft Klamer in november 1963.
In juni 1979 schrijft hij: “We kunnen zo vastzitten in onze eigen gedachten dat we ziende blind zijn”.
In februari 1963 houdt Klamer een radiotoespraak met als titel: “Wie komt er uit z’n huisje”. Een fragment uit die toespraak: “En daarom nodig ik u vanmiddag uit om met mij het spel te spelen: wie komt er uit zijn huisje? Dus niet zoals te doen gebruikelijk: wie komt er in mijn huisje, in mijn kerk, of in mijn onkerkelijkheid, in mijn ervaring, in mijn onverschilligheid. Dat spelletje ligt ons beter. Dat is waar. Nee, ik wil zo graag dat moeilijke spel met u spelen: Kom uit uw huisje, uw heilig huisje. Niet gemakkelijk.”

Persoonlijk
Klamer was ook persoonlijk begaan met mensen. Mensen mochten altijd bellen, hij had tijd om naar persoonlijke verhalen te luisteren.
Op 25 december 1960 spreekt hij de eenzame mensen toe die de Kerst alleen doorbrengen:
“Ik heb geen medelijden met u. Ik vind u niet zielig. Ik besef, dat u een onbegrijpelijk moeilijke dag hebt gehad en dat deze avond bijna onmogelijk is. Ik ga nu heus geen plaatje met Stille Nacht voor u draaien. Ik heb een voorstel. God zoekt mensen zoals u, dat staat vast. En dat moeten we vieren, zoals we zijn. U moet dat vieren met uw alleen-zijn, met uw verdriet, met uw akelige gevoel. Dat kan. Laat de ander delen in uw vragen. Pak een stuk papier en schrijf die ander. Kent u niemand? U hoort straks mijn adres. Dus schrijft u dan aan mij. Hebt u telefoon? Nou, draait u dan 15555. Bel me op, gewoon om even te praten, me wat te vertellen of van mij te horen. Om half twaalf gaan we naar bed.”


Radiotoespraken 1960
Radiotoespraken 1961

De site is in aanbouw. Er volgen meer teksten.

 

In Memoriam

Op dinsdag 1 juli 1986 stierf ds. Alje Klamer. Tien dagen daarvoor had hij gehoord dat de verlammende verschijnselen in het rechterdeel van zijn lichaam en zijn spraakproblemen het gevolg waren van een ongeneeslijke tumor.


Op de overlijdenskaart stond een regel uit een gedicht van Gerrit Achterberg:
Nu is het stil geworden,
Zoals een zomer om de dorpen bloeit
.

Werkman
afbeelding van HN Werkman
geplaatst op de rouwkaart van Alje Klamer



Op 5 juli 1986 stond een In Memoriam in de Leeuwarder Courant:

Er zijn mensen die hun naasten zo tot medemens worden dat zij bij hun verscheiden een smartelijke leegte achterlaten. Zo iemand was ds. Alje Klamer, radiopastor van de Ikon. Hij heeft in de loop der jaren een unieke gemeente opgebouwd over heel Nederland. Hij doorbrak op bevrijdende wijze allerlei taboes in de kerk, met name op het gebied van de homosexualiteit. Hij was voor talloze mensen in nood een steun en toeverlaat, dag en nacht: gekneusden, vereenzaamden, verdoolden en vertwijfelden. Hij opereerde onvermoeibaar als een soort éénmans-leger-des-heils. Hij liet zijn Wilde Ganzen behulpzaam vliegen over de hele wereld. Ds. Klamer was een barmhartige Samaritaan in de volle zin des woords. Hij hielp de slachtoffers langs de weg van het leven doeltreffend zonder vrome franje en fratsen. Hij sleepte hen niet meteen naar de kerk, maar bracht hen naar de kerk om er te herstellen van lichamleijke en geestelijk kwetsuren. Zo was hij bezig – een gedrevene, met innerlijke ontferming bewogen, deze wilde Gans van zijn Heer. De tamme ganzen blijven verslagen achter. Met zijn gezin treuren zij: “Nu is het stil geworden, zoals een zomer om de dorpen bloeit.” Maar tegelijk zijn zij dankbaar voor zo’n mens.