|
Wie is de IKOON van deze week? Geert Grote, kerkjurist, boeteprediker uit de 14e eeuw in Deventer, boegbeeld van de moderne devotie.
Modern in de 14e eeuw? De moderne devotie is één van de vernieuwingsbewegingen die overal in Europa ontstaan aan het eind van de Middeleeuwen. Vanwege het verval van het geestelijk leven. Zo heb je Franciscus van Assisi in Italië, de Cistercienzerbeweging in Frankrijk. Wat ze delen is dat ze teruggaan naar de bronnen: een geloofsgemeenschap waarin mensen in navolging van Christus hun geld en goed delen.
Wat is daar modern aan? In andere landen leidt deze vernieuwingsbeweging tot de oprichting van de kloosterorden, Franciscanen, Dominicanen. Overal worden kloosters gesticht als een nieuwe vorm van culturele en religieuze centra. In Deventer is dat anders: Het gaat hier om spiritualiteit in het dagelijkse leven; de moderne devotie is vooral een lekenbeweging.
Zoals de eerste christengemeente (Handelingen 2) Precies. Geert Grote predikt een eenvoudige en zuivere levensstijl. Hij doet een beroep op het zondebesef van mensen – het is ook de tijd dat de pest rondwaart en een derde van de bevolking van Europa wegvaagt – maar hij wil mensen ook een nieuw perspectief aanreiken. Hij wil kerk en geloof weer gezond maken. Dat trekt veel mensen aan.
Hoe doet hij dat gezond maken dan? Hij stelt zijn huis open voor alleenstaande arme vrouwen. Er ontwikkelt zich een dagritme van bidden, mediteren, spinnen en weven. De vrouwen leren lezen en schrijven, ze moeten in hun onderhoud voorzien en dragen zorg voor elkaar. Ze worden zusters van het ‘gemene’ leven genoemd. Gemeen in de zin van gemeenschappelijk.
Alleen voor vrouwen. Later komt er ook zo’n huis voor mannen. Die houden zich meer bezig met het kopiëren en verluchtigen van boeken, bijbels, o.a. het getijdenboek en de bijbelvertaling van Geert Grote zelf.
Een soort morele opvoeding... Ja, Geert Groote is onderwijzer in hart en nieren; je moet iets van je huwelijk maken, preekt hij, je kinderen goed opvoeden. Een maatschappijhervormer en hij kritiseert ook allerlei misstanden. In de tijd dat hij in Utrecht werkt als kanunnik keert hij zich tegen de bouw van de Domtoren omdat hij dat een vorm van ijdelheid vindt, een tweede toren van Babel.
Maar de toren staat er. Zijn kritiek ontmoet natuurlijk ook weerstand. Wat speelt: Geert Groote wil discussie ontlokken, een gesprek op gang brengen in de kerk. Dat doet hij trouwens ook persoonlijk door mensen aan te raden een klein opschrijfboekje op zak te hebben, een rapiarium.
Een wat? Een notitieblokje om teksten in op te schrijven die inspireren. Bijbelteksten, een zin die je aanspreekt, een inval. Zo’n rapiarium dient als geestelijk voedsel, je kunt het kauwen en herkauwen. Maar geeft ook stof tot een verdiepend gesprek met elkaar.
Grappig! Uit zo’n boekje ontstaat het meest bekende geschrift uit deze periode: Over de navolging van Christus van de hand van zijn vriend Thomas a Kempis. Geert Groote is dan al overleden aan de pest, we moeten het doen met de herinnering aan hem.
Geert Groote, IKOON van de week
|