IKON maakt gebruik van cookies om de site te analyseren, te verbeteren en om STER-advertenties op de juiste wijze aan te bieden. Lees meer over cookies . Verberg deze balk

 
Weblog Henriëtte Smit - Deel 2

Spraakmakende Zaken

Paul Rosenmöller vanaf locatie

schaduw
Weblog Henriëtte Smit - Deel 2 Reageer op de uitzending
Bekijk de laatste uitzending

shcaduw


Bloed, zweet en tranen

Het kan zo simpel zijn: één verkennend telefoontje of één krachtig mailtje en een paar dagen later zit de gast in de studio. Het gaat dan vaak om een deskundige, een politicus die kort reageert op een nieuwsfeit of een Bekende Nederlander die het klappen van de zweep kent en aan een half woord genoeg heeft.

Als het binnenhalen van alle gasten zo simpel zou zijn, zou het vak van journalist niet zoveel voorstellen. Dat zou ik zelfs toegeven aan mijn vrienden, die mij tijdens verjaardagsfeestjes nogal eens uit de tent lokken met de bewering dat ik een luizenleven heb. Maar dat het uitnodigen van gasten ook een hele zware klus kan zijn, bewijst een telefoontje afgelopen woensdag. ‘De familie ziet af van deelname aan Spraakmakende Zaken’, was de korte, allesvernietigende boodschap aan de andere kant van de lijn. Soms is een afmelding niet erg; een paar telefoontjes en een andere gast is zo gevonden. Maar het is een regelrechte ramp als het gaat om een hoofdgast, die is uitgenodigd om zijn of haar persoonlijke, indringende verhaal.

Ik had al ruim twee jaar contact met de desbetreffende familie, die onverwacht te maken kreeg met een gezinsdrama. Zelf noemen ze het niet graag zo, omdat ze niet klakkeloos in het mediarijtje van gezinsdrama’s geplaatst willen worden. Ik begrijp het wel, maar –met alle respect- veel ingrediënten van een drama zijn aanwezig: een man die zijn zoontje vermoordt. Niet uit agressie, maar uit liefde. Psychologen noemen het zelfs de ultieme vorm van liefde: je kind vermoorden om hem of haar te beschermen tegen alle ellende op de wereld. De man werd later ontoerekeningsvatbaar verklaard en zit nu voor behandeling in een TBS-kliniek. Voor de grootouders is dit natuurlijk een drama: hun kleinzoon dood en hun zoon opgesloten.

Dit verhaal is zo groot en zo heftig en dus onmogelijk met één telefoontje te regelen. Dat kan niet en dat zou ik ook niet willen. Als redacteur vraag ik mensen hun verhaal te doen, en dat is in dit geval een grote vraag. Belangrijk is dan ook om wederzijds vertrouwen op te bouwen. Dus ga ik bij ze op bezoek om kennis te maken. Natuurlijk om hun verhaal te horen, maar vooral ook om contact te maken. Ik wil dat de familie me vertrouwt en overtuigd is van mijn goede bedoelingen. Natuurlijk ben ik me er constant van bewust dat ik een programma moet maken, maar ik wil het wel op een integere manier doen.

Ik maak meerdere malen een lange reis om de familie in wisselende samenstelling te ontmoeten: broers, grootouders of apart. En later bezoek ik ze met onze presentator Paul Rosenmöller, die uiteindelijk de vragen in het programma moet stellen. We praten over het programma, maar vooral over het drama. Oma laat ons fotoboeken zien, opa pinkt tranen weg en de broers blijven maar praten: dat dit in hun familie kon gebeuren, hadden ze niet verwacht. Het verhaal laat me niet los en op de terugweg in de auto blijf ik maar denken: Een zoon die een kleinzoon vermoordt, hoe ga je daarmee om? Hoe ga je om met gevoelens van schuld, woede en wrok?

Terug in Hilversum heb ik regelmatig telefonisch contact met de familie. We bespreken praktische zaken voor de opname en word ik op de hoogte gehouden van hoe het met iedereen gaat. Ik ben oprecht geïnteresseerd hoe het bijvoorbeeld met de TBS-behandeling gaat, maar besef dat ik journalist ben. Dat is soms lastig: ik wil weten hoe het met ze gaat, maar heb dan ook altijd nog een vraag over het programma. Dat weet ik en zij ook. Wat belangrijk is, is dat ik wil dat de familie uiteindelijk met een goed gevoel naar het programma kijkt. Door ons intensieve contact denk ik dat zij overtuigd zijn van deze bedoelingen.

Dat dezelfde familie me nu in een telefoontje meldt, dat ze van deelname afzien -om redenen die er nu niet meer toe doen-, steekt. Natuurlijk is het jammer van alle telefoontjes, e-mails en bezoeken, maar vooral van het verhaal. Het verhaal dat nu ook in mijn hoofd zit; een verhaal dat verteld moet worden. En ja, het liefst bij ons.