Deel 1: Kashkar en omgeving
Geschreven door Paul Rosenmöller
Mijn reis dwars door China begint in het uiterste Westen van het land. Van West naar Oost is van het onbekende naar het bekende, van arm naar rijk, van platteland naar stad, van minderheid (Oeigoeren) naar meerderheid (Han-Chinezen) van moslims naar boeddhisten.
China ligt ver weg, maar paradoxaal genoeg ligt het dichtst bij gelegen deel, namelijk het Westen, nog verder weg. De reis gaat namelijk via Peking en dan moet je via twee overstappen nog weer een paar duizend kilometer terug richting Amsterdam.
Kashgar ligt in China, maar daar is dan ook wel alles mee gezegd. Ik waan me meer in Turkije dan in China. China is met zijn 56 verschillende etnische groepen veel pluriformer samengesteld dan ik dacht. Een levensgroot beeld van voorzitter Mao omringt door rode vlaggen brengt mij weer bij de les. Dit is toch echt China.
Maar deze stad wordt bevolkt door mannen met baarden en vrouwen met hoofddoeken die op onze eerste dag, vrijdag, voornamelijk bezig zijn met de voorbereiding van het vrijdaggebed en alles wat daarbij hoort.
Een televisieploeg is een bezienswaardigheid in deze streek. De p.r. functionarissen van de stad hebben ons snel in de gaten en vragen ons naar het doel van de reis. Naast de gewone bewoners van de stad willen we de imam spreken. Dat lukt aan het eind van het vrijdaggebed, een dienst die door zo'n 15.000 mensen wordt bijgewoond.
Direct wordt op de eerste dag duidelijk wat in dit deel van het land de gevoelige onderwerpen zijn. De relatie tussen de communistische partij en de kerk, moskee in dit geval, en vooral de verhouding tussen de Oeigoeren en de Han-Chinezen, die de afgelopen jaren in grote getale naar dit afgelegen gebied zijn gelokt met allerlei financiële voordeeltjes.
De imam zelf praat, maar houdt het meel in de mond. Er is religieuze vrijheid, de relatie met de partij is prima en de verhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen is goed.
Direct na het gesprek wordt onze Oeigoerse tolk, een studente, bevraagd door de p.r. functionarissen die het gesprek op enige afstand bijwonen. Wat is je telefoonnummer, wat is het nummer van je identiteitskaart etc. etc.
De intimidatie neemt zulke vormen aan dat ze vijf minuten later tegen me zegt dat ze net is gebeld door de universiteit en dat ze maandag tentamen heeft. Ze moet dus onmiddellijk weg om te gaan studeren. Een goede, maar doorzichtige smoes, om te verzwijgen dat ze zwicht voor de intimidatie van de lokale autoriteiten. Ze rent bijna weg en we moeten ons best doen haar nog voor die dag te betalen.
Daar staan we dan in een land waar we de taal niet spreken, met onze Chinese tolk, Ying, die het Oeigoers niet machtig is en zonder onze Oeigoerse tolk voor wie de angst en de druk al na een paar uur te groot werd. Welkom in China!