IKON maakt gebruik van cookies om de site te analyseren, te verbeteren en om STER-advertenties op de juiste wijze aan te bieden. Lees meer over cookies . Verberg deze balk

 
Weblog 2

Paul Rosenmöller in... China

China van vandaag

schaduw

shcaduw



Deel 2: Urumqi en omgeving
Geschreven door Paul Rosenmöller


Vanwege hevige zandstormen heeft het vliegtuig naar Urumqi uren vertraging. Het opwaaiende woestijnzand maakt de lucht grijs en grauw. Het is koud in de stad en her en der liggen er nog hopen sneeuw. Een paar dagen voor onze aankomst lag de stad nog onder een witte deken, maar de voorjaarszon doet zijn werk.

Uit mijn hotelkamer zie ik een stad die direct over mee heen valt. Zou Kashgar Turkije kunnen zijn, dit zou zo maar een Amerikaanse stad kunnen zijn. Hoge, moderne gebouwen en veel hijskranen bepalen het eerste beeld. De migratie van al die Han-Chinezen heeft hier zijn effect niet gemist. Urumqi wordt overwegend bevolkt door Chinezen.

Even buiten de stad wordt me snel duidelijk wat al die Chinezen hier te zoeken hebben. De grote provincie Xingiang heeft veel bodemschatten, zoals kolen, erts en olie. Grondstoffen die voor de snel groeiende economie van China van levensbelang zijn. Met miljarden aan investeringen heeft de Chinese overheid het mogelijk gemaakt deze grondstoffen te ontginnen en te verwerken en daar zijn heel, heel veel mensen voor nodig.

De miljoenen Chinzen die naar dit gebied zijn getrokken hebben vooral de betere banen en dat steekt bij de Oeigoeren. In Urumqi zijn ze inmiddels een minderheid en ook nog eens tweederangsburger. De ruimte voor eigen taal en cultuur neemt snel af.

Het verbaasd me dat Chinezen zo makkelijk verhuizen over afstanden van duizenden kilometers om een iets beter bestaan op te bouwen. De werknemers van de kolenmijn bijvoorbeeld (slecht geschminkte zwarte pieten) hebben toch geen superaantrekkelijke baan.

Dat ligt iets anders voor de werknemers van de staatsoliemaatschappij die we bezoeken. Ze werken en wonen 8 dagen op het bedrijf en zijn dan 6 dagen vrij en dus thuis. De omstandigheden zijn ronduit prima. Eigen slaapkamer, sportgelegenheid, computers etc. Maar van een gezinsleven is nauwelijks sprake.

Een van hen bezoeken we op het werk en later thuis in de stad. Haar man werkt ook en door de week komt hij niet thuis. Hun enige kind zit op school maar verblijft tijdens de schoolweek bij de leraar, want de ouders zijn niet thuis. Het gezin is zo'n drie dagen per maand samen. Een gezin van drie personen. Double income, one kid kent een hoge prijs.

Ik ga met onze tolk op zoek naar de familie Kadeer, zeg maar de leiders/woordvoerders van de Oeigoeren. Dat ik mijn neus niet te diep in de minderhedenproblematiek moet steken wordt me snel duidelijk. Nadat we de plek hebben gevonden waar een deel van de familie zou verblijven, een leeg restaurant in een groot gebouw, vragen we of de familie aanwezig is. Of we even willen wachten.

Na een kwartier komen er een paar agenten binnen en moeten we mee naar het politiebureau aan de overkant van de straat. Chinese ME staat buiten te wachten. We overleggen onze papieren en Ying, onze tolk, krijgt de ene na de andere vraag. Het loopt met een sisser af en na een half uur staan we weer buiten.

Ik maak de heren wel duidelijk dat ik hier totaal niet van gediend ben. De aanval lijkt me de beste verdediging en ik neem me direct één ding voor. We blijven binnen de regels zoals ze gelden, maar ik laat me op geen enkele manier bepalen door dit soort intimidatie. Ik maak me alleen wat zorgen om Ying. Ze is zichtbaar 'not amused' met deze rauwe ervaring in haar eigen land.