IKON maakt gebruik van cookies om de site te analyseren, te verbeteren en om STER-advertenties op de juiste wijze aan te bieden. Lees meer over cookies . Verberg deze balk

 

Paul Rosenmöller en...
De val van de Muur

schaduw

shcaduw


De hoofdpersonen in aflevering 1

In deze aflevering vertellen onderstaande personen aan Paul Rosenmöller over de verschillen die er nog zijn tussen oost en west, het heimwee ('In de DDR was heus niet alles slecht') en de keiharde gevolgen van de overschakeling van een communistische planeconomie naar het vrije marktprincipe.


Hans Zahn'Door de emotie is het moeilijk commentaar te geven'

Hans Eberhard Zahn, amateurfilmer

De West-Berlijnse amateurfilmer Hans Eberhard Zahn was erbij toen de Muur viel. Met zijn videocamera legde hij vast hoe de eerste mensen uit Treptow in het oosten van de stad naar het westelijke Kreuzberg kwamen. Tijdens het filmen sprak hij direct zijn indrukken in. “De Muur is open, men kan het niet geloven. Door de emotie is het moeilijk commentaar te geven.”
Aan Paul Rosenmöller vertelt Zahn erover. Ook al is het twintig jaar later, hij weet zich alles nog te herinneren. “Een officier bij de Muur zei: ‘De pers kan erdoor’. Toen heb ik mijn camera omhoog gehouden en ging ik als heerste helemaal naar Oost-Berlijn.”


Hubert en Susanne Kuhn'We aten soep uit conservenblikjes'

Hubert en Susanne Kuhn, ambassadevluchtelingen

“We bivakkeerden in de tuin, waar het modderig was van de regen. Er was maar één toilet voor iedereen.” Het Oost-Duitse echtpaar Hubert en Susanne Kuhn verbleef in 1989 drie maanden op de binnenplaats van de West-Duitse ambassade in Praag. Samen met duizenden vluchtelingen kwamen zij hiernaartoe, op zoek naar de vrijheid. Hubert Kuhn: “We aten soep uit conservenblikjes. De bedden stonden drie of vier etages hoog op elkaar gestapeld op de binnenplaats.”
Nadat de West-Duitse minister van Buitenlandse Zaken Genscher een oplossing had weten te forceren, konden de eerste vluchtelingen naar de Bondsrepubliek vertrekken. Hubert en Susanne Kuhn reisden met de eerste trein naar het West-Duitse Hof. Daar werden zij door de bevolking opgewacht. Er was blaasmuziek en hulpverleners stonden klaar met eten en kleren. Ze vonden het moeilijk om die hulp aan te nemen. Susanne: “We waren altijd gewend geweest om voor onszelf te zorgen.”
Er zijn veel voormalig Oost-Duitsers die ontevreden zijn over de nieuwe situatie, maar Susanne en Hubert zijn het daar niet mee eens. “Er was daar onrecht”, zeggen zij over de voormalige DDR. Als hun generatie niet meer leeft, denken zij, zal het eenvoudiger zijn om de eenheid te ervaren. “Dan wordt er niet meer nostalgisch teruggekeken op het land, want de nieuwe generatie heeft dat nooit meegemaakt.”


HD Genscher'Het ging om mijn landgenoten'

Hans-Dietrich Genscher,
BRD-minister van Buitenlandse Zaken

De toenmalig minister van Buitenlandse Zaken van de Bondsrepubliek, Hans-Dietrich Genscher, speelde een grote rol bij de ‘bevrijding’ van de eerste groep Oost-Duitse vluchtelingen. Paul Rosenmöller praat met hem over die roerige tijd. Voor Genscher, die zelf op jonge leeftijd uit de DDR vertrok, was het een zaak die hem aan het hart ging. “Het was geen politieke berekening of een humanitaire houding. Het ging om mijn landgenoten.”
Volgens Genscher profiteren alle Europeanen van de hereniging. En alle Duitsers.
Hij denkt dat veel mensen uit het Oosten hadden verwacht dat ze van het ene op het andere moment de levensstandaard van het Westen konden krijgen. “Maar je kunt veertig jaar verkeerde socialistische politiek niet zomaar ongedaan maken.”


Schmidt'Het meest mis ik de verbondenheid'

Gerhard Schmidt, ingenieur

Gerhard Schmidt werkte in het Oost-Duitse Pirna als ingenieur in een fabriek voor vliegtuigmotoren. Tussen de 2500 en 2700 mensen hadden er een baan. “Het bepaalde mijn hele leven. Ik was er trots op, omdat we met geavanceerde technologie werkten.” Anderhalf jaar na de Wende werd hij ‘eruit gesmeten’. Nu toont het fabrieksterrein verlaten en vervallen.
Tot op zekere hoogte heeft Schmidt nostalgie naar de DDR. “Het meest mis ik de kameraadschappelijke verbondenheid en de geborgenheid in de maatschappij.” De winnaar van de Wende is, denkt Schmidt, de vroegere Bondsrepubliek. “Die heeft alles overgenomen wat hier was. De pensioenverzekering,
de sociale verzekering, alle zaken die openbaar eigendom waren, zoals huizen en fabrieken, de bossen en de meren.”
Maar ook realiseert hij zich wat de negatieve kanten van zijn voormalig land waren. “Je kon niet naar 't Westen reizen, dat telde zwaar. Nu kun je overal komen. Wij zijn ook met de bus naar Nederland geweest.”


Tusche'Wat heb je aan vrijheid om te reizen, als je  geen geld hebt?'

Norbert Tusche, mijnwerker

Vier jaar na de val van de Muur werd de mijn van het Oost-Duitse Bischofferode gesloten. Voor die tijd werd hier op 600 meter diepte kalizout gewonnen om te worden verwerkt tot kunstmest. Van de tweeduizend werknemers bleven er na de sluiting 55 over, onder wie Norbert Tusche. Zij zorgen ervoor dat het gangenstelsel in de mijn niet gaat verzakken. Tusche: “Ik kan nu alles doen wat ik wil. Maar dat is zo omdat ik nog 'n baan heb.” Hij is blij met de Wende, maar realiseert zich dat hij daarover misschien anders zou hebben gedacht als hij zijn baan was kwijtgeraakt. “Als de nadelen de overhand krijgen doordat je geen werk hebt, wat heb je aan reisvrijheid als je toch niet kan reizen?”


G Juttemann'We konden de concurrentie aan'

Gerhard Jüttemann, stakingsleider

Bij de mijn in Bischofferode werd, voorafgaand aan de sluiting, een aantal maanden gestaakt. Oud-stakingsleider Gerhard Jüttemann leidde de opstand. “De mijn werd gesloten omdat twee Duitse kali-ondernemingen gingen fuseren. Dat was de officiële beweegreden. Maar volgens ons moest de concurrentie verdwijnen. Het was makkelijker om mijnen in 't Oosten te sluiten. Maar we hadden alles wat nodig was, we konden de concurrentie aan. Er waren goede werkkrachten, een goede voorraad en er waren genoeg klanten in Noord- en West-Europa. Toen kwam de ontnuchtering: ze hadden ons niet meer nodig.” Hij had zich de hereniging anders voorgesteld. “In de DDR-tijd zijn dingen gebeurd die we ook niet terug willen. De hereniging was goed, maar zoals die er met geweld is doorgedrukt, waarbij West-Duitsers sleutelfuncties hebben overgenomen, dat was angstaanjagend.”


Willibald Nebel'Wij hebben heel veel moeten slikken'

Willibald Nebel, mijnwerker en hongerstaker

Willibald Nebel ging in hongerstaking tegen de sluiting van de Oost-Duitse mijn. “We werden in veel zaken onder curatele gesteld door onze geliefde broeders en zusters uit het Westen. Ze dicteerden wat wij moesten doen en we hebben heel veel moeten slikken, vooral op sociaal gebied. Markteconomie en een sociaal beleid passen uiteindelijk niet bij elkaar.”


Steffke en Puchta'In het Oosten zouden ze ons ook eens mogen bedanken'

Gerhard Puchta en Franz Steffke, inwoners van Hof

De bewoners van het West-Duitse Hof liepen uit om de eerste vluchtelingen die met de trein uit Praag aankwamen welkom te heten. Gerhard Puchta laat foto’s zien met mensen die vanuit de trein zwaaiden. “Ze zeiden: godzijdank, we zijn er, we zijn vrij.” Puchta had nooit verwacht dit ooit mee te maken. “Die grens zal altijd dicht blijven, dachten we. Dat het zo snel ging, en zonder bloedvergieten, dat was ongelooflijk.”
Franz Steffke herinnert zich ook dat de mensen die in Hof aankwamen gelukkig waren. Maar hun kleding stelde niet veel voor. De inwoners van zijn woonplaats hadden daarom zakken met kleren verzameld. Die lagen uitgestald op het perron en iedereen kon pakken wat hij wilde. “Door de hereniging kwam iets bij elkaar wat eeuwenlang bij elkaar heeft gehoord.” Niet alles is even snel gegaan als verwacht, maar Steffke denkt dat de voormalige Oost-Duitsers vaak vergeten hoeveel erin is geïnvesteerd door het Westen. “In het Oosten zouden ze ook eens mogen zeggen: ‘bedankt Bondsrepubliek, je hebt ons geholpen om uit de Oost-Duitse gevangenis te komen.”