Why should God have al the bad music? vroeg ooit een muziekliefhebber zich af, die nadacht over gospel muziek. Christelijke muziek is tegenwoordig bijna altijd muziek voor wie zichzelf christenen noemen, en is ook bijna altijd een net wat slechte kopie van wat er op dat moment hip is.
Het kan ook anders. Emeli Sande won een paar maanden geleden de Brit Award, een prijs die Adele eerder ook ontving, en kwam afgelopen maand de nederlandse top 40 binnen met het nummer Next to me. Een mooi soul nummer. Fijn om te horen.
Maar waar gaat het eigenlijk over? Over iemand die geen slechte eigenschappen heeft, die betrouwbaar is, die z’n eigen gang gaat, maar bovenal steeds direct naast haar te vinden is.
Dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Wie zou dat zijn? Een gospel liefhebber, weet het wel: Dat is Jezus! Maar had Emeli dát gezongen, dan was ze waarschijnlijk de top 40 niet ingekomen. Emeli weet dat het belangrijker is om te zingen over wat voor haar van betekenis is, waar ze op hoopt, en waar ze in gelooft, en wat haar steun geeft als alles tegen zit, dan rechtstreeks Jezus te prijzen en te loven.
Maar is die Jezus dan alleen naast haar te vinden? Heeft zij iets bijzonders wat ik niet heb?
Dat lijkt misschien zo. Maar Emeli staat muzikaal met haar voeten in de traditie van de negro-spirituals. Liederen die vroeger door de slaven in Amerika werden gezongen. Liederen die hoop en steun geven, terwijl je leven voor anderen niets waard lijkt, en het onrecht dat je wordt aangedaan groter lijkt dan je kunt dragen. Dat zijn liederen, die je samen zingt. Je zingt mee, zo hard als je kan. En als je met Emeli meezingt, dan merk je, dat je het opeens ook over jezelf hebt, en over wie er naast jou te vinden is.
Tekst: Tom de Haan
Deze tekst mag niet zonder toestemming overgenomen worden. Linken naar deze pagina mag altijd.
