Yvonne van Gennip
Yvonne van Gennip werd geboren in 1964 in Haarlem. Ze is getrouwd en woont in Zandvoort. Van Gennip won op de Olympische Spelen van Calgary in 1988 drie keer goud. Het bezorgde de schaatsster in één keer wereldroem als koningin van de Spelen. Tegenwoordig werkt Van Gennip bij Sportservice Noord-Holland als consulent jeugdsport.

Teksten van overgave favoriet

De muts met de tekst 'Goud hè' en het brutale uitgestoken tongetje. Voor velen zijn het beelden die horen bij de goedlachse Yvonne van Gennip. In haar eentje versloeg ze in februari 1988 de Duitse schaatselite. Goud op de 1500, 3000 en 5000 meter. In een week dat álles lukte. Veel minder mensen weten dat het katholieke geloof voor haar altijd belangrijk is geweest. ‘In het geloof ervaar ik vrede en rust. Het is een tweede natuur voor mij geworden. Iets waar ik niet meer zonder kan.’

‘Ik kom uit een gezin van vier kinderen. Ben zelf de jongste, ik heb nog een broer en twee zussen. Het was een katholiek gezin, waar het geloof me met de paplepel is ingegoten. Ik ging ook naar de katholieke lagere school en later naar de rooms-katholieke middelbare school. Naast de kerkgang deden we thuis eigenlijk niets aan het geloof. Maar ik las zelf de kinderbijbel, die ik uit de bibliotheek haalde. Ik vond vooral de verhalen uit het Oude Testament prachtig. Dat waren van die ‘good-movie-stories’, altijd met een goed einde. Machtig mooi! En ook de plaatjes in die kinderbijbel natuurlijk.’

‘Ik deed Eerste Communie op mijn zevende. Doodzenuwachtig was ik. Op je paasbest naar de kerk. Oranje hotpants had ik aan, weet ik nog. In die kinderjaren heb je geen mening over geloven. Je deed alles gewoon omdat je ouders dat zeiden. Op de kleuterschool kreeg ik zelfs nog les van een non. Op mijn zestiende begon ik vragen te stellen. Toen ging ik ook voor het eerst uit eigen beweging, zonder mijn ouders, naar de kerk. We waren lid van de Zeven Smarten-parochie en we hadden daar een pastoor die geweldig kon preken: pastoor Seef Konijn. Hij boeide me enorm. Ik ging bij hem echt naar huis met: hier heb ik wat aan. Ik denk dat het erg belangrijk is dat pastors de Bijbel begrijpelijk uitleggen. Dat houdt mensen bij de kerk. In de bloeiende parochies van tegenwoordig staan steevast voorgangers die helder preken.’

‘Op dit moment lees ik de Bijbel niet regelmatig. Dat is nu even zo'n periode in mijn leven. Ik heb laatst nog wel een boekje over engelen gekocht. Het gaat over hoe bepaalde mensen op je pad kunnen komen en hoe je dat kunt herkennen. Ik heb wel een tijd gehad dat ik gewoon de Bijbel maar liet openvallen en dacht: dit zal God mij vandaag wel te zeggen hebben. Ik ben altijd open geweest over mijn geloof, ook tegenover de andere schaatsers. Ik bad gewoon voor het eten op trainingskampen. In het olympisch dorp gingen we ook naar de kerk. Maar ik liep ook weer niet te koop met mijn geloof. Het is niet zo dat ik per se naar de kerk moet om te geloven. Ik kom er nu ook zelden. Of je nu in de bus, op de fiets, of in de tuin zit, ook dáár kun je God ervaren. Het is voor mij een manier van leven.’

‘Ik heb steun aan het geloof. Ik ervoer dat bijvoorbeeld toen mijn vader in 1999 overleed. Dat riep ook vragen en boosheid op. Ik heb het toen uitgeschreeuwd: “En God, waar ben je nou?!” Tegelijkertijd, alles heeft zijn reden en dan zal God ook hier zijn reden wel voor hebben, dacht ik. Ik geloof dan toch in de hemel en denk dat daar voor mijn vader nu ook een plaatsje is.’

‘Alles wat je als mens kunt zie ik als een gave van God. Ja, ook dat ik hard kon schaatsen. Je bent immers door hem gemaakt. Het is uiteindelijk aan jou of je iets met die gave doet of niet. Belangrijkste voor mij is dat ik mijn leven een zinvolle invulling geef. Ik vind dat je niet alleen met jezelf bezig moet zijn. Als ik word gevraagd - omdat ik een bekende Nederlander ben - om iets te doen voor een goed doel, zal ik niet gauw ‘nee’ zeggen. Ieder mens heeft een eigen wil van God gekregen. We zijn geen marionetten die daarboven bestuurd worden. Je hebt een eigen verantwoordelijkheid in hoe je leeft. Ook ten opzichte van de volgende generatie. Je kunt er niet zomaar wat op los leven. Je bent rentmeester van Gods schepping, zoals de Bijbel zegt. Daar voel ik me ook CDA'er in. God kan je, denk ik, soms wel via een bepaalde gebeurtenis een kant opsturen en je daardoor inzicht willen geven. Misschien soms wel juist de verkeerde kant op, hoe gek dat ook klinkt.’

‘Ik heb een periode rond mijn twintigste gehad dat ik me afvroeg hoe het zou zijn om non te zijn. Dan kun je je hélemaal aan God wijden. Net zoals ik dat deed met sport. Maar het was de vraag of ik tegen dat eenzame bestaan kon. Ik heb toen wel een boekje gekocht van kloosters. Wilde eens kijken hoe dat was. Maar ik heb het nooit doorgezet. Ik ben nu getrouwd en dat leven bevalt me prima.’

‘Hoe mensen het geloof invullen moeten ze zelf weten. De een aanbidt een beeldje, slaat een kruisje, terwijl protestanten weer veel soberder zijn in hun beleving. Prima toch? Ieder beleeft het voor zich. We hebben geen telefoonlijntje met God, dus dan bedenk je toch wat om vorm te geven aan je geloof. Zo zit de mens in elkaar.’

‘Mijn favoriete bijbeltekst is 1 Kortintiërs 13. Geloof, hoop en liefde en de belangrijkste is de liefde. Daar draait het om. Dat gaat héél diep en daarom betekent die tekst voor mij zoveel. Een andere tekst die me erg aanspreekt is Johannes 3:16. “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga ...” [NBG-vertaling, red.]. De bijbeltekst die je ook vaak bij sportwedstrijden ziet op spandoeken of borden. Als je zo'n boodschap hoort, wil je toch wel gaan geloven.’

‘Ik ben iemand die alles onder controle wil hebben. Dat is een karaktereigenschap waar ik regelmatig tegenaan loop. Daarom spreken bijbelteksten rond het thema 'overgave' en 'loslaten' me ook erg aan. Ik vind de Bijbel een begrijpelijk boek, maar ook weer niet. De Bijbel is steeds vertaald en iedereen geeft er toch zijn eigen draai aan, waardoor teksten op meerdere manieren uitlegbaar zijn. Daardoor is er ook zoveel discussie over wat de Bijbel te zeggen heeft. Ik heb nooit zo'n moeite gehad met die verschillende visies.’

‘Ik heb de paus ook bezocht. Samen met Mat Herben in de periode dat ik een column had in het katholieke gezinsblad Manna van Piet Derksen. Het was een enorme happening en ervaring om de leider van de Rooms-Katholieke Kerk te ontmoeten. Een plein vol met mensen uit alle werelddelen. Ik ben het overigens niet altijd eens met de paus en Rome. Bijvoorbeeld als het gaat om condoomgebruik. Als je door het toestaan van condooms zóveel mensenlevens kunt redden, doe dat dan toch! En het standpunt van Rome ten aanzien van homoseksualiteit vind ik ook niet kunnen. Ik heb twee vriendinnen die lesbisch zijn. Mag dat dan niet? Gewoon twee mensen die van elkaar houden. We hebben het niet over een zonde als moord. Dát is pas kwaad.’

‘Ik ben geen zoeker meer in het geloof. Ik heb een bepaalde vrede en rust gevonden. Het is voor mij ‘klaar’ in die zin dat ik weet dat God het beste met mij voorheeft. Het geloof verrijkt mij. Het ís er gewoon. Ik loop af en toe wel aan tegen het feit dat ik meer op hem moet vertrouwen. Daar bid ik dan voor. Ik vind het niet moeilijk om voor mijn geloof uit te komen. Op mijn werk weten mensen het ook. Ik vraag me niet af wat mensen ervan vinden dat ik gelovig ben. Ieder moet dat voor zich weten, als mens ben je vrij om te geloven en te denken wat je wilt.’

‘Hét voorbeeld voor mij van een persoon in de Bijbel is Jezus. Met name hoe hij in debat ging met de tempelgeleerden en zei: Jullie weten het nou allemaal wel zo goed met jullie regeltjes en wetten, maar kijk nou eens gewoon naar binnen, naar je hart. Dáár gaat het om. Niet om dogmatisch toepassen van dingen. Er zijn ook uitzonderingen op de regel.’

‘En ook de angst die Jezus zélf liet zien. Op de Olijfberg, toen hij wist dat de kruisdood hem te wachten stond en aan God vroeg: “Laat deze beker mij voorbij gaan”. Dat is in feite een hele menselijk emotie en daarom kunnen we ons daarmee identificeren. God laat merken dat het toch moet; en dan die overgave bij Christus ... Dingen loslaten, overgave, geeft mij vrijheid. Dat ervoer ik in Calgary tijdens de Spelen. Soms wil je té graag en dan lukt het juist niet, maar als je het loslaat komt het naar je toe. Heel lang ben ik ook alleen geweest. Ik dacht dat ik vrijgezel zou blijven en had daar in principe ook vrede mee, tot ik 2001 ineens mijn huidige man tegen het lijf liep, juist op het moment dat ik het niet meer verwachtte.’

‘De kerk is belangrijk, vind ik, omdat je daar als christen de verbondenheid met elkaar kunt beleven. “Waar twee of drie in mijn naam verenigd zijn, ben ik in hun midden”, zegt Jezus zelf. Samen kun je dingen te boven komen, kracht krijgen van elkaar. Er ligt nog wel een grote opdracht voor de kerken, want dat de wereld er nu zo florissant uitziet ... nou nee. We hebben er een flink zooitje van gemaakt. Daarentegen, in naam van de kerk worden gelukkig ook heel veel goede dingen gedaan.’

‘Ik kom in Zandvoort niet echt vaak in de kerk. Ik ben laatst nog wel naar een evangelische gemeente geweest. Een meisje had me uitgenodigd om er te spreken over training en in vorm blijven, ook in het geloof. Totaal anders dan in de katholieke kerk, die beleving. Uitbundig en enthousiast, je zit erbij en je kijkt ernaar. Toch ook wel heel grappig. In sommige kerken zitten mensen als een dooie pier in de bank en lopen ze de kerk zondags uit zonder iemand te groeten.

Die evangelischen zijn het andere uiterste. Maar op de katholieke jongerendagen zie je ook die blijheid. Het kan dus wel. De vaak gehoorde opmerking dat jongeren er niets meer mee hebben omdat het geloof maar ouderwets is, is dus niet waar. Ik ben katholiek en daar voel ik me prettig bij. Het maakt mij niet uit welk etiketje mensen op het geloof plakken. Het is uiteindelijk allemaal wat mensen erbij halen. Voor mij is het een tweede natuur geworden waar ik niet meer zonder kan.’