‘Waartoe lijden onschuldige mensen?’. Dat is de Grote vraag van professor Gilles Quispel. Quispel was tot aan zijn emeritaat hoogleraar aan de universiteiten van Harvard, Leuven en Utrecht. Al op het Dordtse gymnasium raakte hij geinteresseerd in de Gnosis, een ketterse stroming in de eerste eeuwen na Christus, die de nadruk legt op de kennis van het hart in plaats van op een persoonlijke god buiten de mens. ‘Dat verhaal over die persoonlijke god is zeer misleidend’ vindt Quispel.
Quispel heeft gezorgd voor de publicatie van een aantal van de Gnostische geschriften, die in 1952 gevonden zijn in Nag Hámmadi in Egypte. Daarbij waren twee nieuwe evangelies: het Evangelie der Waarheid van Valentinus, dat hij kon kopen dankzij de psychiater Carl Gustav Jung en het inmiddels bekende Thomasevangelie, dat hij uit Egypte haalde dankzij de tussenkomst van koningin Juliana, die hij goed gekend heeft en met wie hij zich zielsverwant voelt. ‘Een geestig mens’, ‘een zeer gelovige vrouw, esoterisch christen, die alles over had voor de vrede, inclusief het conflict met haar man’.
Quispel heeft pas onlangs een volledige vertaling met commentaar van beide evangelies kunnen publiceren, dankzij financiering van de Amsterdamse zakenman Joost Ritman. Hij zegt in de academische wereld, ook aan zijn eigen universiteit, veel te zijn tegengewerkt, doordat orthodoxen zich aan de bestaande bijbel wilden houden en linkse mensen de gnostiek te weinig maatschappijkritisch vonden. Hij is blij dat er nu wel belangstelling is voor zijn werk, ‘zelfs bij de IKON!’ Eva Verstoep
Gilles Quispel was 13 maart 2005 te gast in Het Vermoeden.
In IKON Zondagavond van 8 mei liet hij zijn licht schijnen over Het Evangelie van Thomas.